Kitabı oku: «Narrow Escape»
Inhoud
Colofon 3
Toewijding 4
Voorwoord 5
Dankwoord 6
Deel 1 - Bedwingen van de crisis 8
Even kennismaken 8
De crisis 19
Opname in het ziekenhuis 23
Weer thuis 81
Het herstel 82
Deel 2 - De revolutie 88
Paranormaaltherapie 88
Het begin van de revolutie 94
Eerste sessie bij de sjamaan 97
Het inspanningsonderzoek 107
Tweede sessie bij de sjamaan 111
Manuele therapie 123
En zo gebeurde het toch vroeger dan gedacht 129
Tweede behandeling manuele therapie 137
Derde behandeling manuele therapie 144
Vragen 151
Vierde behandeling manuele therapie 159
Even een stapje terug 163
Bij de bedrijfsarts 165
Visualiseren 167
Controle bedrijfsarts 171
Een kleine bespiegeling 174
Vijfde behandeling manuele therapie 177
Op het werk 180
Een mooi gesprek 181
Derde sessie bij de sjamaan 185
Mijn interpretatie 191
Definitie 200
Een prachtige ervaring 203
Zesde behandeling manuele therapie 206
Jisp 208
Pieterpad 211
Controles 213
Zevende behandeling manuele therapie 219
Het gaat steeds beter 220
Een praktische oefening 226
Help, het gaat fout… Of toch niet? 228
Nieuwe dingen 236
Het Jispweekend 238
De kracht van stenen 240
Boeken 244
Op het werk 246
Gidsen…, bestaan die echt? 248
Tot slot 253
Colofon
Alle rechten op verspreiding, met inbegrip van film, broadcast, fotomechanische weergave, geluidsopnames, electronische gegevensdragers, uittreksels & reproductie, zijn voorbehouden.
© 2022 novum publishing
ISBN drukuitgave: 978-3-99107-481-6
ISBN e-book: 978-3-99107-482-3
Lectoraat: M. Moors
Vormgeving omslag: Ben Lassing
Omslagfoto, lay-out & zetting: novum publishing
www.novumpublishing.nl
Toewijding
Voor Else
Voorwoord
Alle niet familiale namen zijn gefingeerd.
De werkelijke namen zijn bij de auteur bekend.
Elke overeenkomst tussen naam en functie, berust op toeval.
Dankwoord
Dank ben ik verschuldigd aan mijn behandelend cardioloog en het verplegend personeel van het ziekenhuis, die mij door de gevaarlijke, levensbedreigende crisis heen hebben geholpen door de juiste dingen op de juiste tijd te doen.
Zeer veel dank ben ik verschuldigd aan, zoals ik ze noem, ‘de Gouden Driehoek’, een team van drie samenwerkende therapeuten, werkzaam op het paranormale vlak en de koppelingen naar het fysieke lichaam. Marjon, paranormaal therapeute, Johan, sjamaan, en Hidde, manueel therapeut.
En bovenal dank ik Else, mijn lieve, begrijpende echtgenote, die het al moeilijk met zichzelf heeft.
Zij heeft mij ondanks haar eigen problematiek door alles heen gesleept, bewaakt en geleid langs de diverse voetangels en klemmen op mijn pad. Door haar verpleegkundige achtergrond heeft ze niet aflatend zorg gedragen voor een prima verdediging van mijn belangen.
Begripvol als ze is door onze lange relatie, al sinds oude tijden, heeft ze mij gestimuleerd in mijn ontdekkingstocht naar meer harmonie en spirituele inhoud van mijn leven.
Ook dank ik Tako en Niels, mijn twee lieve zonen. Zij hielden mij continu een spiegel voor en hun groei naar volwassenheid levert ook de nodige leeromgeving voor mij op, waardoor ik vader kan zijn.
Of eigenlijk meer dan een vader alleen probeer te worden…
Verder dank ik familie, vrienden en kennissen die wat ik aan het papier heb toevertrouwd alvast hebben gelezen.
Deel 1 - Bedwingen van de crisis
Even kennismaken
Den Helder, daar ben ik geboren op 25 april 1949 om 02.45 uur. Het was juist die plaats omdat mijn vader werkzaam was bij de Koninklijke Marine. Eerst als marinier, later als ‘hospik’, sergeant ziekenverpleger heet dat voluit. In die laatste functie is hij mijn moeder, een Engelse, tegengekomen.
In de oorlog, ergens in Engeland in een gebouw waar oorlogsgewonden werden verzorgd.
Zij trouwden in 1946, direct na de oorlog. In 1947 kwam eerst mijn broer Jeff en daarna was het mijn beurt.
Vader ging wegens z’n werk dan weer naar wat destijds genoemd werd ‘West-Indië’, de Nederlandse Antillen dus, en dan weer naar het vroegere Nieuw-Guinea, thans Irian Jaya.
Daardoor moest mijn moeder alles alleen opknappen. Daar heb ik veel waardering voor. Ga er maar aan staan. Geheel alleen als Engelse je een plekje verwerven in een toen nog wat chaotische samenleving. Kinderen krijgen en ervoor zorgen met alles erop en eraan.
Voor dat laatste tekende ik wel.
In mijn tweede en derde levensjaar hebben zich drie crises voorgedaan met betrekking tot mijn luchtwegen. Zware longontstekingen die directe ziekenhuisopnamen vereisten. Daarvan heb ik zelf nog enkele beelden overgehouden in mijn geheugen.
Eentje waar ik op de arm van de zuster gezeten in een roze dekentje gewikkeld via een klinkerpaadje op het ziekenhuisterrein naar de röntgenafdeling werd gebracht, waar twee rode lampjes boven de deur brandden. Eentje van de steeds weer terugkerende en pijnlijke penicilline-injecties. Ik mocht dan telkens het flesje houden… En een beeld van de kamer in het ziekenhuis met uitzicht op het kale grasveldje en dat klinkerpaadje.
Later, tot in mijn zesde levensjaar, heb ik nog drie keer longontsteking gehad, maar niet zo ernstig als de voorgaande keren. Ik zie mezelf nog liggen in de woonkamer op de marine-stretcher en mijn vader gaf me weer die ellendige penicillineprikken.
Daar tussendoor waren er nog drie keer een middenoorontsteking van formaat, waardoor ik als kind nergens op foto’s lachte. Altijd pijn …
Doordat vader veel weg was werd ’s avonds bij het naar bed gaan zijn foto gekust. Een steeds terugkerend ritueel. Zelfs toen vader wel weer thuis was, werd aanvankelijk eerst de foto gekust en daarna hem …
Moeder slaagde erin zich een plek in de samenleving te verwerven. Ze was een fijnzinnig mens met belangstelling voor haar omgeving. Zowel voor de goede als de slechte dingen.
Nadat gebleken was dat het klimaat in Den Helder ongeschikt was voor mijn gezondheid, werd besloten te verhuizen naar betere oorden. Den Helder stond nu eenmaal bekend als een vochtige en altijd tochtende stad. Logisch, het ligt voor driekwart omgeven door zee.
Nieuw-Loosdrecht werd het in juni 1953. Ook een marine-nederzetting. Er was aan de rand van Hilversum een marine-opleidingskamp gevestigd en in het authentieke deel van Nieuw-Loosdrecht was een marinehaven. Matrozen marcheerden tussen dat kamp en die haven heen en weer om hun opleiding te krijgen. Wij raakten vertrouwd met dat beeld. Buren en kennissen waren allemaal wel op de een of andere manier verbonden met de marine. Dus ook onze vrienden. Allemaal kinderen van marinemensen.
Vader had als religie het Nederlands-hervormde geloof en moeder was anglicaans, een soort van oudkatholiek. Samen besloten ze er niets aan te doen, want daar kwam toch niets goeds van …
Mijn broer en ik werden lid gemaakt van, hoe kan het anders, een marine-clubje. Daar gaf de vlootaalmoezenier ons de vorming op het religieuze vlak. Later gingen we naar de zondagsschool. Vervolgens, naarmate de leeftijd vorderde, naar de jeugdkerk. Nog weer later was er de catechisatie als opstap voor de geloofsbelijdenis met daarna de gewone kerk.
Toen ik ongeveer negen jaar oud was, werd mijn moeder voor de eerste keer ziek. Al gauw werd dat ziekenhuis in, ziekenhuis uit. En daartussenin ‘aansterken’.
In die tijd, ik was toen twaalf, ontwikkelde zich bij mij ook de aversie tegen het geloof, ten gunste van de interesse in natuurwetenschappen en de natuur om je heen.
In de laatste levensjaren van mijn moeder verzorgde mijn vader haar zelf. Wij, mijn broer Jeff en ik, wisten nog steeds niet wat voor ziekte er nu aan de orde was. Er werd ook nooit over gesproken… Wel stond vast dat ze veel pijn had. Ondanks dat probeerde ze op haar manier nog een beetje actief te zijn in de tuin. Dat leidde een enkele keer tot een kort maar hevig conflict met de naaste buren.
Het gebeurde op een zondag, terwijl de buren, lid van een artikel 31-geloofsgemeenschap, juist lopend vanuit de kerk in Hilversum thuiskwamen. Er werd geconstateerd dat mijn moeder een enkel onkruidje langs het voetpad verwijderde. Dat leverde onmiddellijk protesten en emotionele uitingen op, want dat stond gelijk met ‘werken op zondag, de dag des Heeren’. Dat mocht beslist niet! Ik herinner mij nog de reactie van moeder als een van “ze moeten blij zijn dat ik dat nu nog kán doen …” Van haar heb ik de interesse voor de natuur meegekregen.
Op school was ik een beetje een draaikont. Wat er buiten gebeurde was voor mij veel interessanter dan wat binnen gedaan moest worden. Reigers, graspiepers, het was een lust voor het oog. Buiten in de weilanden op zoek gaan naar ringslangen, salamanders en kikkers.
Veel gehoorde opmerkingen van leraren destijds: “Ben kan het wel, als-ie maar wil …”
Intussen interesse gekregen voor de vissport. ’s Morgens vroeg als het nog net donker was al op de fiets naar de stek, ergens in een weiland in Oud-Loosdrecht. In alle stilte alles optuigen en rustig zitten vissen. Nooit wat gevangen…
Genoten heb ik daarvan! Wat er niet allemaal om je heen gebeurt. Fantastisch.
Door mijn interesse in natuurkunde wist ik al vroeg wat mijn doel moest zijn in het arbeidzame leven. Iets met elektriciteit en in het bijzonder elektronica. In de buurt stond ik bekend als een soort van uitvinder. Ik was altijd bezig om van iets bestaands iets geheel nieuws proberen te maken. Of die keer dat ik een goede nog werkende fietsdynamo doorzaagde om te zien hoe het werkte. Dat leverde vuurwerk van mijn vader op.
Echte vrienden had ik niet. Ik vond dat ik het solo allemaal wel prima vorm kon geven.
Het schooladvies gaf aan dat er met mij niet zoveel was aan te vangen dan eerst maar een paar jaar naar de toenmalige VGLO (Voortgezet Lager Onderwijs). Gelukkig kwam net op tijd het voorbereidend jaar op de lts in gebruik en kon ik daar naartoe.
In het voor mij tweede jaar van de lts overleed mijn moeder. Veertien jaar was ik.
Ik weet mij nog te herinneren dat, buiten het verdriet wat je daarover had, ik het toch heel bijzonder vond. Zo van ‘Dat heb jij niet,’ dacht ik dan in mezelf tegen klasgenoten.
‘Gelukkig niet zeg!’ denk ik nu.
Vanaf dat moment veranderde er veel in mijn leven. Met een klap werden we tot zelfstandigheid gedwongen. Voor mij betekende dat dagelijks boodschappen doen en eten koken voor als de rest thuiskwam. Tenminste, dat was als we geen gezinszorg hadden. Die momenten waren er veelvuldig. Zeker toen het particulieren betrof in loondienst.
Niet leuk, al die steeds wisselende mensen over de vloer. Een had trouwplannen met mijn vader. Die werden door hem niet beantwoord. Gevolg: ruzie in de tent; aangebrande kip en wij op straat…
Hoe zou het in een normaal gezin toegaan? Ik miste dat heel erg. Maar over gevoelens werd niet gepraat. De kadaverdiscipline werd gehandhaafd. Het was thuis een met strakke hand uitgevoerde militaire opleiding geworden in plaats van een opvoeding in een veilig en warm nest.
Mijn vader had een bijzonder onderdanigheidsgevoel, vooral als hij iemand in uniform zag. Beleefd groeten met rang erbij als het even kon… De politieagent was bijna heilig en zelfs de postkantoorbeheerder zat zo ongeveer op een troon. Wij hadden daar geen prettige gevoelens bij.
De elektronica kreeg daadwerkelijk vat op me. Oude radio’s werden binnengesleept. Ik heb zelf radio-ontvangers gemaakt in de meest uiteenlopende vormen en mogelijkheden. Ik verloor mezelf daar volledig in, want in het vierde schooljaar was het kerstrapport zwaar onvoldoende. Oeps… Iets te veel tijd aan de hobby besteed.
In werkelijkheid was ik in die tijd puur aan het overleven. Tegen de opvoeding in, natuurlijk ook als puber, je eigen weg ontdekken. Maar ook moest ik het verlies van mijn moeder nog verwerken.
Televisietoestellen kwamen het huis in; allemaal op mijn kleine kamertje. Inmiddels had ik op de lts het elektriciensdiploma gehaald en was ik begonnen aan twee jaar van de Philips Bedrijfsschool afdeling Radiotechniek. Zonder problemen de opleiding afgerond.
Daarna wilde ik naar de Koninklijke Marine… Natuurlijk vanwege de vele mooie opleidingen die er waren, hield ik mezelf voor. Gelukkig kwam in een psychologisch gesprek naar voren dat dit meer een soort ontsnappingsmanoeuvre van huis was. Stabiliteit 3! Afgekeurd dus.
Tijdens de keuring had mijn vader, inmiddels werkzaam bij het keuringscentrum, stiekem mijn dossier gelezen. Hij was zo ontactisch dat eens te laten merken. Ik voelde me verraden!
Achteraf denk ik weleens: hoe kon ik op dit idee komen met zo’n voorbeeld levensgroot voor me? Bovendien had ik eigenlijk een sterke afkeer van de disciplinevorm, zoals bij de krijgsmacht in gebruik. Niet zelf denken, dat doet je naast hogere voor je!
In plaats van de marine begon ik aan een tweejarige opleiding aan de school voor luchtvaarttechniek en elektronica in Den Haag. Het was een mbo-school. De belangstelling voor elektronica had nu richting gekregen naar de luchtvaart.
Ik verhuisde naar Delft voor één jaar op een zolderkamertje tussen studenten aan de universiteit van Delft. Het was een verre tante die de kamer verhuurde met kost zoals dat heette. Privacy was er niet. Een gordijntje was m’n deur. Alleen in het weekend ging ik naar huis. Het tweede jaar werd het een kamer in Voorburg in hetzelfde huis als waar al een klasgenoot een kamer had.
De opleiding ging me gemakkelijk af. In het examenjaar begon ik zelfs aan een project dat uitmondde in het volledige herstel van een boordradarinstallatie als verlengstuk van een hangarprojectweek. Altijd nog enkele uren na schooltijd eraan zitten werken en problemen opsporen. Aanvankelijk in een team van vijf man, later bleef ik al gauw alleen over. Veel zaterdagen terugkomen om samen met de werktuigkundige studenten proef te draaien. Machtig motorgeluid…
Ik was dan alleen op zondag thuis. Drie weken na de examentijd was de radarinstallatie volledig operationeel. Dat gaf een lekker gevoel.
Die laatste actie had de belangstelling van de KLM gewekt en men had mij gevraagd bij hen te willen werken om opgeleid te worden tot radarspecialist. Leuk!
Dit was dus de eerste baan, bij de KLM. Het was meteen ook maar een baan in ploegendiensten. Gelijk een kamer gezocht in Amsterdam om daar geheel zelfstandig mijn leventje in te richten en vorm te geven. Dat heb ik dan ook geheel zonder hulp, zoals bijvoorbeeld van het thuisfront verwacht zou mogen worden, gered. Er was zelfs geen enkele interesse van mijn vader…
Het werd ook een kapitale vergissing, van de KLM dan.
Aanvankelijk werkzaam in het zogenaamde blokonderhoud, de op-een-na-grootste onderhoudsbeurt van vliegtuigen zoals de DC8. Het werkterrein was de cockpit. Checken en afregelen van vlieginstrumenten, communicatiemiddelen en antennes buiten op het vliegtuig.
Ik vroeg me af hoe het nu verder moest. Men vond dat ik eerst nog twee jaar mbo-school nodig had. “Heb ik al,” zei ik. Na wat heen en weer gedoe, werd ik geplaatst bij Dagelijks Onderhoud; het binnenkomend en weer vertrekkend vliegverkeer. Opleidingsvoorstellen in de richting van radarspecialist heb ik nooit gezien.
Zelfstandig worden en zijn op je eerste echte woonruimte in een stad als Amsterdam viel ook niet mee. Tijdens wisseldiensten moest ook rekening gehouden worden met het op tijd de juiste boodschappen doen en het klaarmaken van het juiste voedsel. Het kacheltje moest immers blijven branden.
In de winter moest ook het kacheltje in de kamer blijven branden. Op tijd zakjes steenkool en aanmaakhoutjes halen. Eén keer in de week naar het badhuis voor een douche.
Toen, opeens, kwam er een kink in de kabel. De verhuurster was een niet geheel toerekeningsvatbare oudere vrouw en zij zegde mij plotseling de huur op wegens hulp aan een andere bewoonster waarbij ook de woonruimte was opgezegd. Er begon een zoektocht naar nieuwe woonruimte. Dat lukte niet, want niemand wilde ruimte verhuren aan personen in wisseldienst om diverse redenen. De KLM kon ook niets voor mij betekenen. Ik beëindigde daarop zelf het arbeidscontract…
Uiteindelijk besloot ik mijn vader te vragen of ik thuis weer een nieuwe start zou kunnen maken. Dat was niet mogelijk, want ik zou nooit iets opruimen en/of schoonmaken. Kon niet!
Mooi is dat… Hier brak het lijntje.
Op een avond in begin december stond ik daar dan op straat in Amsterdam. In de ene hand m’n koffertje; onder m’n andere arm mijn zelfgebouwde radio… Niet wetend waarheen te gaan…
Tot overmaat van ramp verbrak mijn vriendin diezelfde avond de relatie. Zij was panisch voor werkloze mannen. Op dat moment ben je puur op jezelf aangewezen en moet je kiezen om te overleven! Het hoofd koel houden en niet afglijden in de richting van de goot met alcohol en drugs en zo meer.
Toen heb ik, in een helder moment, oude kennissen gebeld en ik was ’s avonds laat toch weer onder dak. Een maand later was ik alweer zelfstandig en ging het leven bruisend verder…
Na wat banen in de professionele elektronicasector, waarbij ik als gevolg van het zeer brede spectrum een heleboel had geleerd, kwam ik terecht bij Philips in Hilversum. Fabricagevoorbereiding Automatische Telefonie.
De zolderkamer in Oud-Loosdrecht werd ingewisseld voor het gehele huis. De kamers die op dat moment werden verhuurd diende ik te blijven verhuren, opdat er genoeg penningen binnenkwamen om de huur van dat huis te betalen. Dat was het begin van weer een dynamische fase.
Om de een of andere reden was kamerverhuren nooit een stabiele factor en kreeg ik te maken met mensen die aansluitingsproblemen met de maatschappij hadden of op andere manieren tot op zekere hoogte zonderling waren. Dat uitte zich in allerlei vreemde toestanden, waaronder bedreigingen met messen en pannen, obscene telefoonterreur en zo meer. De politie was zo ongeveer vriend aan huis geworden. Op die manier leer je de veelzijdigheid van het leven wel kennen.
Toen, bij verhuur van de zolderkamer aan een jonge vrouw, leerde ik Else, mijn echtgenote, kennen. Zij was de vriendin van die vrouw en kwam uit belangstelling mee. Else was leerling-verpleegkundige en woonde in het zusterhuis van het ziekenhuis. We besloten al gauw dat ze bij mij kwam wonen.
Plotseling kwam er een eind aan dit woongebeuren omdat het huis verkocht moest worden.
Hoop herrie met de huurders gehad; alsof ik er wat aan doen kon. Zelf moest ik ook nog een oplossing vinden.
Dat werd een etage in Soest. Twee kamers met ingebouwd keukentje, maar zonder douche of bad. Het matras op de grond was ons bed. Na een jaar werd dat huis ook alweer verkocht en kwamen we terecht op een vijfkamerflat in Soest. We waren elkaar voortdurend kwijt, nu met zoveel ruimte. Om deze flat te bewonen werd als eis van de christelijke woningbouwvereniging gesteld dat we getrouwd moesten zijn. ‘Hokken’ mocht niet. Was zondig…
Dan trouwen toch? En zo gebeurde dat op 31 oktober 1974.
Eén jaar later vroeg het Philips-concern mij voor overplaatsing naar haar vestiging in Hoorn. Collega’s adviseerden mij niet te gaan om een scala van redenen.
Eigenwijs, vond ik dat ik dat altijd zelf nog wel kon ontdekken… Het nieuwe trok mij wel.
Na intensieve onderhandelingen besloot ik de overplaatsing aan te gaan en vestigden we ons in West-Friesland.
Drie jaar later wegens, inderdaad, onvrede met de werkomgeving, precies zoals de collega’s dat van tevoren hadden geschetst, vertrok ik. Else was zwanger van Tako, onze oudste zoon.
Op dat moment had Else een betere prognose in haar ontwikkeling en werk dan ik. We besloten samen rolwisseling te gaan doen. Else zou fulltime gaan werken en ik zou huisman worden en daarbij thuis gaan studeren.
Tako werd geboren. Als jonge vader had ik het druk met van alles rond zijn verzorging, de was en de rest van de huishouding. De omgeving was nog niet gewend aan een dergelijke progressieve situatie. Zelf gaf ik geen aanleiding in de vorm van ander uiterlijk of zo. Daardoor juist bracht ik kennelijk mensen in verwarring… Buren aan weerszijden konden er niet mee uit de voeten en dat leverde dus ruzie en raar gedrag op. Ik was op zijn minst een ‘mietje’.
Na de eerste twee jaar van de rolwisseling de studie Hogere Elektronicatechniek begonnen. Geheel schriftelijk, thuis, want het huismanschap moest ook door blijven gaan.
Om ‘vergrijzing’ tegen te gaan besloot ik af en toe ook tot kleine andere bezigheden. Enquêtes, eerst bij huishoudens, later bij bedrijfsdirecties over de meest uiteenlopende onderwerpen. Erg veel van opgestoken.
Ook het commissielidmaatschap Centrale Antenne voor de gemeenteraad vergde wat tijd.
Else kreeg in 1981 narigheid. Een in haar vroege jeugd opgelopen barstje in de schedel begon op te spelen. Vroeger was ze er erg veel en ernstig ziek van geweest en werd het behandeld als een ziekte in het gehoorgebied volgens de toenmalige inzichten. Nu waren er evenwichtsstoornissen en hoofdpijnen. Bij toeval kwam ze er zelf achter dat er een liquorlekkage was doordat ze een ‘loopoor’ had.
Paniek in de tent! Meteen naar het Academisch Ziekenhuis, waar een plastiek werd aangelegd en een beetje dood hersenweefsel werd verwijderd in een best riskante operatie. Toen ik bij haar op bezoek ging op de dag van de operatie, bemerkte ik dat ik zeer agressief in de auto reed.
Zo gespannen was ik… Alles is weer tot op zekere hoogte goed gekomen.
In het jaar 1985 werd Niels geboren. In die tijd ontwikkelde Else zich goed op kaderniveau. Ze deed de opleiding voor kaderverpleegkundige. Hierbij nam ze een enkele keer Niels mee voor de borstvoeding, omdat afkolven niet goed ging. Niels had wat problemen met nog onrijpe darmen en dus een koemelkeiwit-allergie. Dat arme joch krijste zich een liesbreuk van pijn en moest met drie maanden al geopereerd worden. Er ontwikkelde zich bij hem ook CARA, wat meermalen leidde tot een crisis is zijn zuurstofvoorziening. Meermalen hebben we ’s nachts de dienstdoend huisarts op bezoek gehad die het een en ander weer behoorlijk op gang moest brengen. Niels is daar nu aardig overheen gegroeid.
In 1986 begon ik een eenmans-computerbedrijfje. Aanleiding was een grote klus voor een computerassemblagebedrijf die thuis kon worden uitgevoerd.
De studie werd beëindigd omdat er naar mijn idee te oude stof in zat en mijn interesse bewoog zich naar het pc-gebeuren. De theorie had ik al helemaal doorgewerkt op het specialisatiejaar na. Dan maar geen papiertje… Het ging mij in eerste instantie om de kennis.
In het computerbedrijfje heb ik een aantal leuke dingen gedaan in het kader van combinatie van kennis van elektronica en pc-toepassing. Later ben ik ook gaan programmeren en heb een aantal mooie gebruikstoepassingen voor bedrijven gemaakt.
In 1989 ben ik min of meer door twee factoren weer gaan werken.
Eerst was het de toch wel binnensluipende ‘vergrijzing’ en vervlakking binnen het huismanschap.
Een goed gesprek met wachtende moeders bij de crèche was nou eenmaal niet mogelijk, om maar eens wat te noemen. Er was geen uitdaging. Verder was er sprake van wat financiële zorgen.
Op mijn veertigste levensjaar ben ik weer gestart met werken. Nu op de Hogeschool van Hoorn (deeltijd-heao), welke later fuseerde met de Hogeschool van Amsterdam.
De functie was systeembeheerder. Dat gaf uitdaging en ik realiseerde daar goede dingen.
Het was een voor mij erg leerzame omgeving die aansloot op wat ik zelf al had verworven aan kennis vanuit mijn computerbedrijfje.
Het computerbedrijf mocht nog zes jaar voortbestaan en is ongeveer bij het 10-jarig bestaansjubileum beëindigd.
De crisis
Zondag, 16 mei 1999
Zoals zo vaak op een dag in het weekend, had ik weer eens bijzonder zware hoofdpijn en een gespannen gevoel. Dat was nu al zo’n drie jaar zo. Langzaamaan werd die dag ook wel meerdere dagen en ook wel af en toe door de week. Ook de huisarts werd hiervoor in het verleden eens geconsulteerd. Dat resulteerde in een serie behandelingen Mensendiecktherapie. Het bleek mij dat dat voor welhaast iedereen goed is, want zonder speciale aandacht voor de houding van je lijf komen we allemaal wel min of meer scheef in ons karkas te hangen.
Een gevolg van onze welvaartcultuur.
Speciale oefeningen voor buik-, rug- en nekspieren gaven op den duur wel wat verlichting.
In 1996 was er sprake van een flinke overspannenheid.
Deze werd weggewerkt in ongeveer een half jaar en een daarop volgend reïntegratietraject op een andere afdeling op het werk. Wel deed ik op de nieuwe plek hetzelfde werk, computernetwerk- en systeembeheer. Het is een boeiend vak!
Langzaamaan dreigde ik toch weer ten prooi te vallen aan een volgende overspannenheid, misschien ook doordat de vorige toch niet helemaal opgelost was. Ik was geneigd m’n situatie niet voldoende te onderkennen en mezelf steeds te veel weg te cijferen, mede door het belang van mijn werk en het totaal ontbreken van enig beleid op dat vlak.
Toch ging er op een goede dag een lampje branden en begon ik na te denken over de situatie waarin ik zat… Ben ik wel tevreden met het werk? Is dit wat ik wil? Hoe zit dat met de nabije toekomst? Allemaal vragen die uiteindelijk resulteerden in een gang naar het Loopbaan Adviescentrum bij de werkgever. Het kostte me ongelooflijk veel moeite de stap te zetten, maar zo kon het ook niet doorgaan. Eén ding stond vast: het zal zeer confronterend zijn, want ik zal mezelf gegarandeerd tegenkomen.
Na zeker twee maanden van twijfel heb ik besloten de knoop door te hakken. Nu moest het maar eens gebeuren. Wat ben ik waard voor de werkgever? Wat vind ik zelf van mijn waarde? Kan ik binnen de automatisering mezelf ook op andere manieren nuttig en waardevol maken? Wat kan ik eigenlijk precies? Kan ik het ook onder woorden brengen wat mijn waarde nu precies is?
Er volgden een zevental zware gesprekssessies met een psychologisch adviseur en heel erg veel huiswerk. Hierin werd gewerkt naar een goed zelfbeeld en de mogelijkheid jezelf te profileren en te presenteren. Van mezelf wist ik dat ik over heel wat vaardigheden beschikte in het vak en waren er in het verleden heel wat wapenfeiten gescoord. Maar als je desgevraagd eens moet uitleggen wat je allemaal kan, sta je met je mond vol tanden. Dus werd dat altijd opgelost door gewoon aan iets te beginnen en het goed af te ronden. Maar hoe presenteer je dat nu voordien naar anderen? Door die gesprekken en dat huiswerk ontwikkelde zich een presentabel zelfbeeld…
Als gevolg van m’n vaste aanstelling en m’n leeftijd, oud voor automatiseringsbegrippen, was het de bedoeling deze vaardigheden tot uiting te brengen in een ander soort werk, ook op het automatiseringsvlak, bij dezelfde werkgever.
Opeens kwam er zo maar een externe vacature uit de lucht vallen. Schrik! Dat was nu ook weer niet de bedoeling… Toch raadde de adviseur mij aan het eens te proberen en te solliciteren. Dat lukte met glans en ik werd vervolgens ambtenaar bij een bedrijfstak van de gemeente Amsterdam in dezelfde functie. Wel diende ik m’n vaste aanstelling weer opnieuw te ‘veroveren’, maar ik had daar wel vertrouwen in. De nieuwe werkplek was geheel naar de zin en ik zag weer perspectief…
De hoofdpijnen bleven echter.
Door ‘experimenteren’ had ik een redelijke therapie gevonden… Of was het een lapmiddel?
Twee tabletten Chefarine tegen de hoofdpijn plus drie tabletjes Valdispert om de spanning weg te laten gaan. Dat hielp deze keer slechts gedeeltelijk… Soms gaat ook dat niet helemaal op…
In zo’n situatie ben ik ook kortaf tegen de jongens en kan eigenlijk niks velen.
De hoeveelheid ingenomen pijnstillers werd allengs groter en bereikte spoedig de maximum toegestane hoeveelheid per dag. Soms werd ik compleet gek van die hoofdpijn en wist ik niet meer waar ik het zoeken moest van ellende. Vaak stond ik al op met hoofdpijn; die werd dan alleen maar erger tot een bepaald maximum was bereikt, om daarna plotseling te verdwijnen…
Dan klaarde de lucht weer op.
Deze morgen was het weer eens goed raak.
Van ellende stond ik op uit bed en kleedde mij aan. Beneden gekomen, bonkte het zo in m’n hoofd, dat ik weer van ellende ging liggen op de bank… De rest van het gezin sliep nog. Ik kon geen hap van het ontbijt door m’n keel krijgen van de pijn. Ik werd er misselijk van.
Dan verdween het weer als sneeuw voor de zon. De rest van de dag verliep normaal.
Het was tien uur in de avond.
Plotseling moest ik veel slikken. Het leek wel een soort van speekseltoevloed als gevolg van een soort van zenuwreactie. Maar, dat bleef zo. Plotseling stroomde ineens bloed uit m’n neus.
Gelijk aan tafel gaan zitten, in de schrijfhouding; krachtig snuiten en de neus naar boven dichtdrukken. Na twintig minuten was de bloeding gestelpt.
Zo’n vier maanden geleden had ik ook eens zo’n bloeding gehad en daar was ik zo’n drie uur mee bezig met hulp van Else, om die onder controle te krijgen; steeds begon ie weer opnieuw…
Goed, droog dus… Klaarmaken om te gaan slapen. Glas water meenemen.
Boven, op de slaapkamer, begon het weer opnieuw. Deze keer veel krachtiger. Het bloed stroomde als een gieter uit m’n linker neusgat. Dichtdrukken hielp in zoverre niet, want het liep via de keel in de mond en het bloed liep over naar het andere neusgat, dat ook begon te lekken.
We werden ongerust omdat het maar niet wilde stoppen en Else belde de dienstdoend huisarts. Gelukkig had onze eigen huisarts dienst en we konden meteen komen. Met m’n neus boven een emmertje met keukenpapier erin, bleef het bloed stromen en moest ik erg veel slikken.
In voorovergebogen houding bij de huisarts gearriveerd. Hij schrok een beetje van de heftigheid. Zweltampon erin gestopt. Tijdje aanzien… Hielp niet.
Na enige tijd werd de bloeddruk eens gemeten, omdat ik nogal wat bloed verloor.
Grote schrik! Was de meter soms niet goed?
Nog eens meten… Hij mompelde iets van olympische waarden… Hij wilde niet exact de waarden zeggen, maar gaf aan dat 130 mm kwikdruk onderwaarde een acute opname-indicatie was voor het ziekenhuis. Meteen werd er gebeld dat we onderweg waren naar de Spoed Eisende Hulp.
Nog even (tegen het advies van de huisarts in, want de internist zou al op ons zitten te wachten…) langs huis gegaan, waar Else in hoog tempo wat spullen voor een eventuele opname bij elkaar graaide.
Tako hielp ook mee en Niels deed z’n best om te begrijpen wat er aan de hand was en was op zijn manier ook hulpvaardig. Ze bleven samen thuis en Niels ging naar bed in de gedachte dat ik na behandeling weer gauw terug zou zijn.
In de tussentijd zat ik nog steeds voorovergebogen boven die emmer in de auto. Tijdens de rit naar het ziekenhuis vroeg Else of ik geschrokken was. “Nou nee, niet echt… Ik ben meer benieuwd wat er gaat gebeuren…,” zei ik.
Opname in het ziekenhuis
Geen wachttijd bij de Spoedeisende Hulp. De poortarts was er, maar die kon niet veel uitrichten. Zij was net veertien dagen in dienst en stond letterlijk met de armen omhoog geheven uit te roepen dat ze niet wist wat te doen…
De internist… was er niet…(!?)
Routinecontroles werden uitgevoerd door de eerstehulpverpleegkundige; infuusnaald er maar alvast in en de bloeddrukmeting maar alvast gedaan…
Wat deed die meetmanchet zeer zeg; het leek wel of die arm eraf geknepen werd. Bleek ook logisch!
De meetwaarden waren 275 over 160. Volgens Else is die onderwaarde zelfs nog op 175 geweest(!!!).
Met name die onderwaarde was zo gevaarlijk… Die manchet moest de druk van 275 mm kwik overwinnen. Nou, dat heb ik geweten! Deze druk is voor een mens zo gevaarlijk dat die zo snel mogelijk weer naar beneden dient te gaan, anders klap je uit elkaar door hersenbloedingen e.d. Het is welhaast vergelijkbaar met een afperstest voor een gas- of stoomtank. “Zo ver gaan dat-ie nog net niet uit elkaar klapt,” grapte ik nog…
De ernst van de situatie drong eigenlijk nog niet helemaal tot me door. Bij Else wel! Die was erg bezorgd. Zij is vroeger IC-verpleegkundige geweest en kende het klappen van de zweep.
Intussen bleef het bloeden maar doorgaan en kreeg ik alvast twee tabletjes Trandate om de ergste druk te laten dalen. In afwachting van de dienstdoende kno-arts.
Direct nadat hij gearriveerd was, ondernam hij een poging die bloeding een halt toe te roepen. Verdoving boven achter in m’n neus… Ai, wat deed dat scherp zeer en het smaakte erg vies. Toen werd er een vaselinetampon in gestouwd tot ver bovenin. Ondanks de verdoving deed dat erg veel pijn. Er werd via m’n keel gecontroleerd of de bloeding tot staan was gebracht. Als dat niet zo zou zijn, had hij nog iets onaangenamers voor me in petto; een afsluitballonnetje helemaal boven- en achterin de neus te laten opblazen.
Gelukkig, de bloeding kwam langzaam tot staan. Een tijdje bleef er nog wat achter in de keel lekken, zo kon ik proeven. Ik durfde dat niet te zeggen en dacht dat het zo wel zou stoppen. Gelukkig, dat gebeurde…
Goed, de neus was klaar. Toen was het ecg aan de beurt. M’n lichaam werd volgeplakt met elektrodestickers en om schenen en polsen gingen een soort klemmen. Niet gezien maar wel gevoeld. Het ecg werd gemaakt en daar bleek gelijk al uit dat m’n hart groter was dan volgens tekening de bedoeling is, waaruit opgemaakt kon worden dat de hoge bloeddruk er niet van vandaag op morgen was, maar al veel langer bestond. Gelukkig was die neusbloeding een soort verklikker voor deze foutieve situatie.
Intussen werd spoedvervoer per ambulance geregeld naar de CCU (Cardio Care Unit) in de andere locatie van het ziekenhuis. De ICU (Intensive Care Unit) op deze locatie lag al vol, dus daar was geen plaats…
De ambulance moest van een nabij gelegen plaats komen omdat de eigen auto al voor een andere klus op pad was. Ik hoorde het telefoongesprek. Of er ook haast bij was, werd er gevraagd. “Nou, dat steekt niet op een dag als je ’s nachts om halftwee belt…”, zei ik. Algemene hilariteit.
Nog even per brancard naar de röntgenkamer voor een thoraxfoto. Het te grote hart werd bevestigd! De foto moest staand worden gemaakt; ik voelde me al aardig gammel. Al met al is er ongeveer een liter bloed verloren gegaan; half in de emmer, de rest in m’n maag. Je zou je haast schuldig voelen naar de bloedtransfusiedienst voor al die verspilling.
Terug op de brancard naar de EHBO-kamer. Daar kwam de ontlading. Door alles wat er met me gebeurde raakte ik in de war en moest huilen. Else stond dapper aan mijn zijde en ondersteunde me.
Intussen waren de mensen van de ambulance gearriveerd. Plotseling kreeg ik aandrang om te plassen. Kreeg een urinaal en moest het op de brancard doen. Vreemd hoor, zo voor het eerst.
Dan overstappen op de ambulancebrancard. Helemaal ingepakt kon ik geen vin meer verroeren.
Ik had er inmiddels ook geen behoefte toe.
Het duwen naar de ambulance, de rit zelf naar de andere locatie en het duwen naar de CCU-afdeling deden vreemd aan, ondanks dat ik op voor mij min of meer bekend terrein was. Je kunt alleen naar boven kijken en bent totaal je oriëntatie kwijt. Wel aardige mensen.
Overstappen op het bed. Else was er met de eigen auto achteraan gekomen. Ik werd meteen aangesloten op de perfusor met Nipride via het infuus, de cardioscoop en de automatische bloeddrukmeter. Die laatste kneep elke vijf minuten zo ongeveer m’n arm eraf, totdat de druk wat gedaald was. Toen werd het draaglijker.
De tabletjes en het infuusmiddel begonnen te werken; de druk begon te dalen. In principe was er sprake van een structureel veel te hogebloeddruk, weliswaar wat lager dan de zojuist gemeten waarden, maar toch… Die hele hoge waarden werden op hun beurt weer veroorzaakt door de neusbloeding, die een soort van autonome stressreactie veroorzaakte als gevolg van het bloedverlies. En dat kwam er bovenop.
De rust was weergekeerd…
Nu moest er maar eens wat geslapen worden…
Else ging naar huis. Bezorgdheid stond op haar gezicht.
Dat werd dus maar een kwartiertje dat ik even onder zeil was. De rest van de inmiddels korte nacht werd er aanvankelijk om de vijf minuten bloeddruk gemeten omdat-ie naar beneden moest met behulp van de Nipride in de perfusorpomp, waarna de meting werd ingesteld op een kwartier interval. Lekker lang rust, zo’n kwartier…
Even kwam de druk onder de 70 mm onderwaarde. Dat leverde gelijk een klam en zweverig gevoel op. Het was nu dus even te laag. Het verschil met net was nu veel te groot. Dus werd de infuusvloeistofsnelheid even wat naar beneden bijgesteld. Zo moest er een geschikte waarde worden gevonden. Die neus zat me behoorlijk in de weg! Een gat was dicht en het andere liep steeds vol. En dat terwijl ik niet eens verkouden was. Ingepakt in een pleister lekte er toch steeds vocht langs. Erg hinderlijk!
Dag 1, maandag 17 mei 1999
De eerste dag in het ziekenhuis brak voor mij aan. Vroeger als heel klein kind wel vaker in een ziekenhuis gelegen, maar dit maak je nu veel bewuster mee en dat is vreemd… Aardige verpleegkundigen! Je kon duidelijk merken dat Else in dit huis een bekend persoon was, want ze werkt er. Zelf ken ik vanuit die positie dan ook een aantal mensen en dat geeft een gemakkelijke en prettige praatomgeving; vandaar het ‘bekende terrein’.
Kwart over zes een lekker glas thee, gebracht door de verpleegkundige van de nacht. Ze zegt je gedag en je wordt overgedragen aan de vroege dienst. Dan wachten tot de verpleging van de dagdienst zich laat zien.
De routine van de dag wordt langzaamaan duidelijk.
Begonnen werd met het cardiogram (ecg). Je wordt volgeplakt met elektrodestickers en aangesloten op een mobiel apparaat. De meting wordt gestart. De aldus geschreven grafieken gaan in de statusmap.
De verpleegkundige komt aan het bed en de bloeddruk wordt nog eens gemeten met de cardioscoop. Daarop staan steeds de tendens en de gescoorde waarden van druk en hartritme. Het beeld van de cardioscoop is ook te volgen op een centrale desk, zodat men je continu (’s nachts dus ook) in de gaten kan houden. De frequentie van de drukmeting wordt nog eens bekeken en zo nodig bijgesteld. Nu met een kwartier interval.
Dan volgt het bloedprikken ter bepaling van allerlei daarin aanwezige stofjes die een indicatie kunnen zijn van eventuele afwijkingen. In mijn geval wordt gedacht aan een mogelijk infarctje. Blijkt later niet het geval. Wel is er sprake van een dikkere hartspier.
De tabletjes worden uitgereikt: Adalat Oros en een Bisoblock 5 mg. Later op de dag nog een Bisoblock 5. Samen met de immer aanwezige Nipride via het infuus moeten deze zorgen dat de druk gaat dalen tot een streefwaarde van ca. 100 mm kwik onderwaarde. Die Nipride is een paardenmiddel, dat enigszins moeilijk in te regelen is. Moet dus niet te lang… Je kunt het voelen instromen bij de start. Er is weliswaar een erg lage waarde ingesteld, maar toch…
M’n neus wordt weer even gerestyled met pleister om te voorkomen dat de tampon eruit komt. Er loopt nog steeds hinderlijk vocht langs.
De behandelend cardioloog komt visite lopen. Ik stel voor graag hier te willen blijven en niet naar de ‘eerste behandelaar’, de internist, te gaan. Dat wordt even besproken. Uiteindelijk is dit een bed dat toebehoort aan de maatschap cardiologie en de cardioloog heeft al een beleid bepaald.
De internist is het er uiteindelijk mee eens, zo laat ze weten, onder voorwaarde dat ze mee mag denken. Medicijnen worden afgesproken.
Dan ga ik me wassen.
Even losgekoppeld van het infuus kan ik me in de toiletruimte op m’n gemak wassen. Neus mag niet nat… Elektroden op de borst dienen ook droog te blijven.
Dan weer naar bed.
Intussen is de druk weer gestegen, zodat het infuus weer aan gaat. Na elke meting kijk ik even op de monitor of de druk al weer daalt. Niet erg dus… Rustig afwachten.
Deze exercitie was erg vermoeiend. Even ogen dicht…
Else komt, samen met Niels en Tako.
Naast wat lectuur, verse kleding en wat andere spullen een bakje met lekkere tumtummetjes. Niels raakt weer wat gerustgesteld. Even praten en kauwen op de dingen die zich hebben afgespeeld. De jongens waren erg geschrokken van het gebeurde. Vooral Niels had het er te kwaad mee. Hij doorzag in zekere gevoelsmatige zin het gevaar van de situatie… Hij was ook niet in staat naar school te gaan. Kon zich niet concentreren. Niels heeft z’n discman aan mij ter beschikking gesteld met een aantal van mijn favoriete cd’s.
Tako gaat de radio/tv/telefoon-chipkaart opladen, zodat ik die zaken kan gebruiken. Kan ik tenminste bellen of gebeld worden.
Else kaart nog even definitief af met de cardioloog dat hij mijn behandelaar wordt. Voordat zij kwam had ze een groot aantal mensen telefonisch op de hoogte gebracht. Die waren allemaal geschrokken en hadden dat van mij niet verwacht. Zelf was ik er ook behoorlijk van geschrokken en was dat het laatste wat ik kon verwachten…
In 1992 was voor het laatst mijn bloeddruk gemeten en cholesterol bepaald tijdens een check-up. De uitslagen waren ‘om jaloers op te worden’ zo zei de huisarts toen. Ik neig in erfelijke zin meer naar de Engelse familiekant met allemaal ‘ouwe knarren’ zonder bloeddrukproblemen…
‘Mooi,’ dacht ik, ‘hoef ik me geen zorgen te maken…’ Nou, en dan ben je stomverbaasd dat zoiets als de ‘Silent Killer’ zo toe kan slaan…
Als ze weer weggaat druk ik haar op het hart zelf ook even te gaan slapen. Uitgeput doe ik zelf ook even de ogen dicht.
Het eten wordt gebracht: Schotse boerensoep. Spinazie, aardappelen, verse worst en als toetje sinaasappelvla. Dan pak ik even de krant. Ben moe na het lezen… Radio aan, koptelefoon op.
Een vriendin van de Jispgroep, Tanja, die hier op een andere afdeling werkt, komt even langs.
Doet goed. Even kletsen… Ze brengt een zak hartjes voor me mee; een gezamenlijke ‘liefhebberij’.
De Jispgroep is een vaste groep vrienden, ontstaan in 1973 uit allemaal verpleegkundigen in opleiding, later uitgebreid met de aanhang. De naam Jispgroep is ontleend aan het feit dat we al sinds 1978 twee keer per jaar met z’n allen, nu zestien in getal, kamperen op een eilandje in het waterrijke gebied nabij het plaatsje Jisp in Noord-Holland. We zijn in al die jaren zeer naar elkaar toe gegroeid, zodat wanneer iemand van de groep iets mankeert, hij of zij direct wordt ondersteund met aandacht en persoonlijke warmte.
Jeff, m’n broer, even aan de telefoon gehad. Allemaal geschrokken… M’n telefoon bleek het inmiddels niet meer voor inkomende gesprekken te doen. Mijn stiefmoeder had geprobeerd te bellen. Ze kreeg geen verbinding en werd ongerust. Heb ik maar even gebeld.
Aan het eind van de dag kwam de broodmaaltijd. Het zal vast allemaal zoutarm zijn. Tenminste niet zo erg als ‘-tig’ jaar geleden toen mijn vader een zoutloos dieet had… Even kwam die herinnering aan dat zoutloze brood weer boven. Dat was niet te eten. Dit viel mee en het bleek alleen het beleg te zijn dat zoutarm was. Kennelijk had men ingezien dat zoutloos brood niet te eten is…
Het cardiogram werd weer gemaakt. Mijn bloed werd weer geprikt. Ik krijg ontzag voor junks. Die prikken steeds en veel vaker dan bij mij werd gedaan in hetzelfde gebied.
Ik vind het na drie keer wel weer leuk geweest. Niets in te brengen dus…
Else kwam weer en bracht nog wat zaken mee. Toen ze weer ging waren we allebei moe. Voor haar is het ook zwaar want er moet van alles worden geregeld en toch moet het allemaal thuis ook een beetje doordraaien.
Half elf slapen op een slaapcapsule.
Dag 2, dinsdag 18 mei 1999
Naar omstandigheden goed geslapen! Vanaf 23.00 uur tot 04.30 uur echt weggeweest. Niets gemerkt van de halfuurlijkse ‘knijpmeting’ van de bloeddruk. Kennelijk raak je eraan gewend.
De bloeddruk wilde aanvankelijk wel zakken, maar bij het ontwaken schoot-ie weer omhoog.
’s Nachts nog even te laag geweest. De verpleging heeft de pomp daarom even gestopt. Geen last van gehad …
Ochtendroutine afgewerkt. Nieuwe medicijnen afgesproken met de cardioloog. Er kwam er weer eentje bij: Acupril 10 mg. Kijken hoe daarop gereageerd wordt…
Vanmorgen een nier-echo om 09.30 uur. Nuchter blijven dus. Maar nu eerst even poedelen op bed. Hoog tijd om even te scheren. Dat is ook een toer hoor, om dat een beetje behoorlijk te doen. Het heeft wel iets van kamperen… Met een bak water tussen je benen, een spiegeltje in de linker- en het scheermes in de rechterhand. Al die snoeren, slangen en kabels zitten in de weg…
Dan naar het onderzoek. De monitoraansluitingen werden vervangen door een telemetriezender. Zo kon men me blijven volgen tijdens de gehele exercitie. Het ging in een rolstoel, waarbij ik de infuusstandaard, ook met wieltjes, met de perfusor in de accu-mode, voor me uit duwde. Op de echo waren voorshands geen verdachte zaken te vinden. Ik werd weer opgehaald en in bed geïnstalleerd.
De manager van de unit van m’n werk gebeld en verteld van het gebeurde. Iedereen riep goede wensen door de telefoon. Doet je goed…
Else kwam.
Ik had nu erg veel last van niet onderdrukbare emotionele uitingen. Lekker uithuilen in de armen van Else. Pas nu begon het enigszins tot me door te dringen dat het een ‘Narrow Escape’ was.
Gisteren grapte ik nog “Someone pressed the auto-explode button.” Maar nu vloog het me aan. Steeds weer opnieuw. Niet te stuiten.
Later, toen Tanja aan het begin van de middag weer langskwam, gebeurde het potdorie weer… Ook nog wanneer de gedachten even afdwaalden… Al met al een behoorlijk emotionele dag dus.
’s Middags lekker in een stoel naast het bed gezeten, nog steeds met alles verbonden. Lekker krantje gelezen. De druk daalde gestaag onder invloed van de Acupril… Gaat dus goed.
De avondbroodmaaltijd kwam en voor de volgende avond en verder heb ik een wijziging doorgegeven. Ik probeer de passie op een hartafdeling te breken door te vragen naar roomboter, ha ha! Zien of dat lukt. Mijn cholesterol is toch immers in orde…
Else en de jongens kwamen; het was weer bezoektijd. Dat was fijn. Spontaan welden wat tranen op… Lekker wat zitten kletsen over de rijles van Tako, school en andere zaken.
Else bracht m’n notebook mee… Kon ik dit stuk op schrijven met als ondertitel: Schrijf het van je af! Else heeft mijn neusverband weer eens goed gemaakt. Ziet er niet uit maar is wel effectief.
Toen ze weggingen belde Henk, m’n stiefbroer. Je vertelt natuurlijk het verhaal honderd keer, maar ja, dat hoort er nou eenmaal bij.
Notebook gepakt en begonnen met schrijven.
Cardiogram werd even gemaakt.
Verder ging het weer met schrijven, want voor je het weet lopen details door elkaar en dat mag niet.
Geschreven tot 23.00 uur, afgewisseld met lekker gezellig wat praten met de zuster en mijn buurman.
Dan klaarmaken om te slapen. Slaappil ingenomen. Licht uit, ogen dicht.
Even later komt de nachtzuster nog even wat instellen op het infuus en praten we zachtjes de dag even door. Lekker zo’n luisterend oor. En nu echt slapen.
Dag 3, woensdag 19 mei 1999
Lekker geslapen! Vanaf 23.00 tot 06.15 uur. Tussendoor even wat aan de oppervlakte geweest.
De drukmetingen waren om 04.30 uur stilgezet. Het ging wel mooi zo…
Glas thee gekregen. Bij het ontwaken schoot de druk weer omhoog. Meteen werden infuus plus drukmeting gestart.
Else en Niels gebeld. Niels vindt het goed als-ie me even gehoord heeft. Ik heb hem even een hart onder de riem gestoken, want hij voelde zich niet lekker en wil eigenlijk nog niet naar school… Hij moet werk op school tonen aan zijn mentor, een niet zo geliefde docent. En dan druk ik me voorzichtig uit…
Cardiogramtijd! Even plat; de stickers worden weer geplakt en aangesloten. Daarna pak ik m’n notebook en met m’n ongewassen kop begin ik maar weer te schrijven tot de dokter komt.
Medicijnen worden uitgebreid: 1 x Adalat Oros; 2 x Bisoblock 5 mg en 2 x Acupril 10 mg, dus verdubbeld en infuus op minimaal als ondersteuning en op de achterhand.
Verder vanaf 09.30 uur nuchter blijven voor het renogram. Dat is een nucleaire foto van de nier-activiteit. Een half uur van tevoren wordt een licht radioactief preparaat ingespoten in de bloedbaan. Een paar glazen water later en een keer plassen, wordt de activiteit met een nucleaire scancamera vastgelegd. Ik ben dan het stralend middelpunt. Het geheel start om 14.00 uur en is geschat anderhalf uur later klaar. Kijken of er wat duidelijk wordt.
Op het moment zit ik dit te schrijven met een koptelefoon op, luisterend naar Radio Noord-Holland, de regionale zender. Blijf ik op de hoogte van de mogelijke kabinetscrisis in wording.
Het ontbijt is gearriveerd. Hiervan eet ik twee sneetjes brood; één met vleeswaar en één met pindakaas. Verder nog een crackertje met veel kaas. Twee glazen halfvolle melk. Tilly, de keukenprinses, is bereid speciaal voor mij alvast koffie te maken. Na 09.30 uur mag ik immers niets meer. Komt ze netjes om 09.25 uur met koffie. De anderen worden een kwartier later bediend.
Else is er. Lekker. Is altijd een goed gevoel.
We praten even door over wat sinds het laatste contact is gepasseerd. Er is sprake van dat ik straks naar de gewone afdeling kan. Ik ben echter klasse verzekerd… Else gaat even kijken naar de mogelijkheden. Blijkt er geen kamer voor mij beschikbaar. Zelfs niet voor mijn buurman.
Nadat hij voorbereiding voor zijn move had getroffen, kon hij helemaal niet verhuizen.
Dus ik ook niet… Op mijn verzekeringsplaatje zijn ze vergeten de klasse-verzekering aan te geven, dus is dat niet in de administratie doorgedrongen. Else regelt een eenpersoonskamer op een andere afdeling.
Als die vrijkomt is-ie voor mij.
Als ik op 100 mm kwik diastolisch (onderwaarde) kom, mag het infuus eraf en kan ik mobiel zijn. Het lijkt niet hard te gaan… Dan zie je de werking van de Acupril beginnen. Daar reageerde ik gisteren ook zo goed op. Opmerkelijk is dat nu die druk daalt, maar ook daalt nu het hartritme naar 63. Die moet natuurlijk niet te laag worden…
12.00 uur, ik heb het gehaald; de druk is 101, maar we roepen gewoon 100 en dan wordt-ie het wel…
Los van het infuus. Kan ik me lekker eens gewoon wassen. Nog niet douchen omdat m’n infuusnaald (je-weet-maar-nooit) er nog in zit en vanwege m’n neusverband.
Lekker opgefrist loop ik nu even de gang op, maar merk meteen dat er nog sprake is van een behoorlijke gammelheid. Else was nog even weg voor wat werkzaamheden.
De internist loopt binnen. We praten over de situatie van de afgelopen tijd en hoe het nou kwam en zo… Dan zou ze me graag op de andere locatie willen hebben, omdat dit bed zo snel mogelijk vrij moet komen. Met wat non-verbale blikwisseling tussen mij en de zuster werd haar daarna duidelijk gemaakt dat er nog andere kandidaten zijn die eerst vertrekken, zodat ik niet direct hoef. De internist is een aardig mens, maar een beetje chaotisch. Ze heeft nog steeds niet met de cardioloog gepraat… Probeert hem straks te bellen. Ze vond het erg fijn dat er voor mij hier op de CCU een plek gevonden was voor de bewaking. Op die grond hoefde ik niet op de ICU. Dus was ik op de CCU precies op de goede plaats. Morgen ga ik dan lekker naar m’n kamer op de andere afdeling. Op deze afdeling ben ik meer dan prima verzorgd en bewaakt!
Het is 13.30 uur: water drinken. Minimaal drie glazen. Het worden er 4½ met ijs.
Om 14.00 uur naar het nucleaire lab voor het renogram. Eerst even plassen. Dan op de tafel en gaan liggen. Erg stil! Ik krijg een intraveneuze injectie met de radioactieve vloeistof. Meteen zie ik op de monitor mijn nieren zich aftekenen… Allemaal ‘sterretjes’. Kan je nagaan hoe snel dat door je bloedbaan scheurt…
Ik lig zo stil dat ik in slaap val. Half uurtje later was het klaar. Uit de metingen wordt nu een aantal grafieken berekend met een speciaal computerprogramma, waaruit de nierspecifieke grootheden duidelijk worden. Dat hoor ik morgen dus wel.
Terug op de afdeling wordt alsnog voor mij een warme maaltijd geregeld. Else gaat naar huis; komt vanavond weer.
Maaltijden mogen uit hygiënische overwegingen niet meer op de afdeling worden bewaard. Dus moest er iets speciaal voor mij uit de keuken komen. Saffraanrijst met kip en sperzieboontjes. Lekker. Ik heb het niet helemaal opgegeten, want niet zo veel later komt de avondmaaltijd weer.
Moe van alle activiteiten knap ik een uiltje tot ongeveer half vijf. Je hoort van alles…
De buurman leest de krant: ritsel, ritsel.
Hij krijgt bezoek van de fysiotherapeut met een harde stem.
Als hij weggaat val ik in het gat; even weg…
De buurman krijgt bezoek van z’n zoon.
Daar word je dan weer wakker van…
Nu schrijf ik weer verder onder het genot van wat hartjes. Ik kan er niet van afblijven.
Het kabinet is, zo hoor ik, om kwart voor vier gevallen.
Tijdens het avondbezoek komen Else, en een echtpaar, goede bekenden. Gezellig.
Else heeft een gebakje voor me meegenomen…
Met toestemming van de verpleging doe ik ze uitgeleide tot de deur.
“Maar wel met de lift gaan hè?” riep de zuster.
Toen ik weer teruggeschuifeld was, was ik behoorlijk moe. Ben dus nog niks waard.
Nu ik een tijdje van het infuus losgekoppeld ben, is het interessant te zien hoe de bloeddruk zich houdt:
De avondmetingen zien er als volgt uit:
18.30 uur: 171/106
20.30 uur: 159/100
22.00 uur: 173/104
We blijven lekker in de buurt…
Dag 4, donderdag 20 mei 1999
Vannacht niet zo goed geslapen.
Het omgekeerde geval doet zich nu voor. Je realiseert je vreemd genoeg voortdurend dat je niet meer aan de apparatuur vastzit, terwijl die wel hoorbaar is…
Van 23.45 uur tot 03.00 uur geslapen. Het inslapen was al moeilijk, want mijn buurman snurkt verschrikkelijk hard.
Ik had flink last van m’n neus en een kurkdroge mond. Even eruit naar het toilet en een glas water pakken.
De buurman draait zich af en toe schoksgewijs om. Lijkt wel een wild dier dat tekeergaat in een kooi.
Daarna snurkt hij weer… luid…
Gelukkig ga ik vandaag naar de andere kamer, die Else geregeld heeft.
Om ongeveer 05.00 uur hervatte ik de slaap weer, nadat ik m’n bed wat hoger had gezet. Beter voor m’n nog vrije neusgat. Loopt dan niet meer dicht.
07.00 uur, de vroege-dienst-zuster Eline is er. Altijd een lief woord. Lekker een glas thee.
Er wordt weer druk gemeten: 166/112 mmHg (mmHg betekent millimeters kwikkolom overdruk).
Kon beter… Maar ja, er moeten straks weer nieuwe tabletjes komen.
Eline zei dat ik had moeten bellen dat ik niet kon slapen. Ik zou dan een slaaptabletje krijgen.
Ik vond dat niet zo’n goed idee, lichtte ik toe, want dan ben je om zeven uur nog onder zeil.
Ze wenst me een spoedig herstel, want ik zal haar niet meer tegenkomen op de andere afdeling.
De monitorplakkers gaan eraf. Au… Lijkt wel een ontharings-activiteit.
Misschien mag straks m’n infuusnaald eruit. Kan ik lekker even douchen.
Nu wachten op ontbijt en de dokter. Aan de dokter ga ik vragen of hij, ondanks dat ik buiten zijn ‘wijk’ ga zitten, me wil blijven volgen. Anders krijg ik weer een andere arts en zoals het nu gaat ben ik dik tevreden.
Else belt. “De jongens,” zo vertelt zij, “hebben een beetje een soort van terugslag van het gebeurde.” Niels heeft last van stress en blijft weer thuis. Hij moet maar wat extra werk gaan doen. Tako heeft kou gevat op een spier tijdens zijn fitnessoefening eerder deze week. Heeft natuurlijk met spanning in z’n lijf gesport. Else vroeg hem er gisteravond naar en hij reageerde als een gebeten hond… “Jij met je gefilosofeer altijd!” Zit je midden in de roos… Tako praat er nooit over en vertaalt dat zo. Dat breekt hem nu op want hij moet in orde zijn om dit weekend naar Pinkpop te gaan.
Overigens, zelf zou ik dit weekend met Niels weer zo’n zestig kilometer van het Pieterpad lopen. Gaat dus nu niet door. Jammer. Maar als alles weer in orde is, denk ik toch flink winst te hebben geboekt. Beter uithoudingsvermogen en waarschijnlijk geen hoofdpijn meer. Dat is me heel wat waard! Die hoofdpijn heb ik al veel te lang gehad. Daar moet gauw een einde aan komen…
De laborante van de bloedanalyse komt langs met haar karretje.
“Wil je bij mij wat prikken?”
“Ja…,” antwoordt ze en noemt meteen een hele trits op.
“Volgens mij is er iets fout, want gisteren ben ik niet geprikt.”
Grote verwarring… Namen en geboortedata worden geverifieerd.
De dagdienstzuster bevestigt mijn stelling dat de ‘serie’ niet doorgaat omdat er gisteren niets geweest was…
Een tweede, nu nauwkeuriger blik op de lijst gaf aan dat ze alleen natrium-kalium moest prikken.
Dat stond niet in mijn status. Weer een nieuw gat in mijn arm…
Een collega van Else kwam langs. Ze zag het kaartje met m’n achternaam bij de deur en vroeg of het familie van Else was. Ja dus… Het hele verhaal verteld.
De dokter is geweest. Hij wil me blijven volgen op de polikliniek. Op de afdeling word ik nu behandeld door een andere cardioloog. Ik moet me geen illusies maken; mag pas uit het ziekenhuis bij een onderwaarde van 80 mmHg. Het medicijnbeeld is weer wat bijgesteld. “Het is net koken…,” zei deze dokter. “Beetje van dit en beetje van dat…” Vanmorgen was het helemaal bont: 4 x Bisoblock 5 mg; 2 x Norvasc 5 mg; 2 x Acupril 10 mg. Acht tabletjes maar liefst! Vanavond nog 2 x Acupril 10 mg voor een evenwichtige spreiding over het etmaal. Ik kan er nog net m’n brood niet mee beleggen.
Nog even gevraagd naar de eventuele consequenties van een vergroot hart. Niets aan de hand. Ik kan gerust straks gewoon weer een berg bestijgen (gewoon bergwandelen) en alles doen.
Infuusnaald gaat eruit. Even een gaasje erop. Nu kan ik lekker even douchen en mezelf weer wat toonbaar maken. Else neemt elke dag verse kleding mee. Wel lekker want soms wordt het wat zweterig.
Een kaart gekregen van collega’s van Else. Lieve woorden…
Ik word geroepen om naar de kno-arts te gaan om de tampon uit mijn neus te laten halen.
Het vervoer van en naar van alles in het ziekenhuis gaat heel comfortabel per geduwde rolstoel…
Jeetje…, daar moet je van tranen zeg! Maar het levert gelukkig weer lucht op.
Een vriend, Kees van de Jispgroep, en Else hadden even gebeld toen ik weg was. Even terugbellen. Verteld dat ik bij de kno-arts was. Ook meteen maar even naar het werk gebeld. Else wilde weten of ik nog op m’n oude ‘adres’ woonde. Nog wel… Ze komt straks samen met Jeff.
Op het moment dat ze binnenkwamen, begonnen de voorbereidingen voor m’n verhuizing.
Een andere collega van Elses afdeling komt ook even kijken. Was erg geschrokken en of het nou druk was of niet, ze kwam even. Leuk hè?
Het nieuwe bed dat op mijn plaats wil, wordt gebracht door de mensen van de afdeling waar ik nu naartoe ga. Alles wordt op m’n bed gestapeld. Else doet dat allemaal voor me. Ik word zittend op het bed tussen mijn spullen voortgeduwd. Ik zeg mijn buurman gedag en wens hem een spoedig herstel en bedank tot slot de keukenprinses Tilly. Else duwt m’n kastje en Jeff neemt de bloemen mee. Een maffe optocht…
De zuster neemt m’n warme maaltijd mee naar beneden. Ik zeg haar beneden op de nieuwe kamer gedag en bedank voor de goede zorg. Even installeren en dan gaan eten.
Even later vertrekken Else en Jeff weer.
Ik ga dit schrijven en daarna rusten. Lekkere kamer geheel voor mezelf. Eindelijk wat privacy…
De man van de ROVOZ, de ziekenhuisomroep, komt langs. Of ik nog verzoekplaatjes wil aanvragen. “Nee, dank je.” Ik heb geen belangstelling voor zulk soort radio. Ik ga toch zeker niet de groeten aan mezelf zitten doen?
Na de rust om ca. 14.15 uur wordt handmatig de bloeddruk gemeten en die bedraagt 160/110 mmHg. Verder wat kennisgemaakt met de voor mij nieuwe verpleegkundige en wat verteld over mijn geschiedenis, nadat zij het medisch verslag had gelezen.
Lekker twee door Else (denkt ook aan alles) meegebrachte kiwi’s gegeten.
Een collega van Else van een andere afdeling komt langs. Ze was gisteren op de CCU al geweest, maar toen sliep ik. Gisteren had Else aangewezen waar ze werkt en zou ik daar even langs kunnen gaan.
Dat kon ik niet meer rondkrijgen; beetje te moe.
Een fractie later komt Tanja even aanwaaien. We praatten wat met z’n drietjes…
Dan komt mijn huisarts langs. De meiden gaan weer. We praatten wat over hoe het allemaal gegaan was nadat we bij hem waren vertrokken. Vooral ook over hoe het zomaar heeft kunnen gebeuren. Signalen vooraf. Aanleiding(?!). Waarom heeft hij bij de consultatie met die hoofdpijn nooit m’n bloeddruk gemeten? Na een kwartiertje ging hij weer.
Weer even verder met de krant…
Klop… Nog een collega van Else. Net toen ze binnenkwam was er een telefoontje op een ander toestel. Zou worden doorverbonden door de broeder vanaf het zusterstation. Lukte niet… Zou-ie het nou weer niet doen?
Het brood kwam. Lekker gegeten. Effe in de achteruit…
Telefoontje… M’n unitmanager. Over van alles gepraat en een beeld gegeven van hoe ‘narrow de escape’ was… Over het werk mocht ik niet praten, zei hij, dus hebben we daarna de koetjes en kalfjes bij de hoorns gepakt. Wenst me aan het eind prettige pinksterdagen. Hij weet ook wel dat dat in het ziekenhuis geen onderscheid geeft met gewone dagen… Dit wordt dus Pinksteren in het ziekenhuis. Nog even gewoon blijven liggen…
Hé, ik voel wat gerommel in de ingewanden; even op het toilet kijken of er wat in gang gezet kan worden… En ja hoor, met kracht komt er een lading ontlasting, zwart/groen van kleur van al het ingeslikte bloed. Voor alle duidelijkheid, dit is de eerste ontlasting sinds zondagavond. Stinkt bijzonder smerig…
Ik loop even naar het raam, dat uitzicht geeft op de komende en gaande mensen, want het is al bezoektijd. Else en de jongens komen dan ook zo. Plotseling nog eens sterke aandrang. Ik moet rennen. Nog een flinke hoeveelheid geproduceerd met heftige gasontladingen tussendoor.
Het lijkt of er rust komt… Nee, nog een keer. Mijn handen en tenen worden koud en wit en ik word klam.
De telefoon gaat; laat maar gaan. Even niet lekker geworden, ga ik op bed liggen; even uitrusten. Telefoon gaat weer; Lida, een lieve vriendin van de Jispgroep. Kort lief gesprekje. Ze komt dinsdag en belt Else morgen. Het valt op dat in het wereldje van plegen er meelevende en relevante vragen worden gesteld; hoef je niet telkens zoveel uit te leggen…
Daar zijn Else en de jongens. Telefoontje beëindigen. Ik ben blij ze weer te zien. Ik voel me inmiddels weer wat beter. Ze hebben een mooi groot boeket meegebracht met daarin zonnebloemen en guldenroede, compleet met vaas. Dat staat heel feestelijk. Lief hè, al die aandacht en warmte; het doet me erg goed. Toen ze binnenkwamen kon ik enige nattigheid weer niet onderdrukken. Mijn stem slaat over. Ze hebben er alle begrip voor. Komt door mijn labiliteit…
Het gesprek komt op ‘bij welke situatie gaat mijn bloeddruk aan de haal’ en ik vertel wat ik net voelde op het toilet.
“Heb je op de knop gedrukt?” vragen ze alle drie welhaast in koor.
“Eh… nee…,” beken ik met enige schroom.
Else ging de ‘avondpleeg’ halen om de bloeddruk te meten: 150/120 mmHg.
“De volgende keer dat je ook maar iets voelt, wat het ook is, meteen op de knop drukken!”
Ik beloofde gehoorzaamheid… Ze heeft gelijk; ik moet niet zo stom doen!
We drinken gezamenlijk koffie. Plotseling komt Sjoerd, een van onze andere vrienden, binnen benen. Hij is op de motor gekomen en heeft z’n hele outfit nog aan; begroet me van achter z’n helm als ‘bloedbroeder van de stam van de Hogedrukkers’. Hij heeft zelf ook een verhoogde bloeddruk…
De jongens zijn erg druk. Vermoeiend! Niels zit er nog duidelijk mee en Tako is nog steeds stijf van een kou op een partij rugspieren. Niels had zich voorgenomen morgen weer thuis te blijven. Hij kan dit niet hebben op school! Else heeft de fut niet meer er tegenin te gaan. “Hij staat morgenochtend om kwart over zes toch weer aan m’n bed met dezelfde ‘smoes’.” Ze heeft gelijk. Als dit hem schaadt, heeft hij het zelf gedaan. Het houdt een keer op.
Ik doe ze uitgeleide. “Tot morgen!”
Boven aangekomen zwaai ik ze uit en ga even op bed liggen kijken naar een tv-programma. Gaat over resistent wordende bacteriestammen en virussen. Er zijn opnamen te zien die ten tijde van de veteranenziekte-uitbraak in Bovenkarspel zijn gemaakt in dit ziekenhuis. De avondzuster komt langs en ik maak haar erop attent; ze kijkt even mee en vertelt het verder.
Ik krijg een tabletje Acupril 20 mg. Met haar afgesproken dat ze me vlak voor de overdracht voor 23.00 uur nog even meet. Kan het nog mee in het rapport.
Ze informeert of ik alles zelf kan doen met betrekking tot het klaarmaken voor de nacht… De meting gaf 180/120 mmHg aan. Ik vraag een slaappil voor de nacht. Dat moet eerst aan de dokter worden gevraagd en die is er niet. Moeten we hem bellen… Laat maar; ik probeer het wel zonder. Als het niet lukt dan mag ik bellen en dan regelen ze wat voor me.
Ik kon maar moeilijk in slaap komen. Andere kamer; andere geluiden; je-kent-dat-wel.
Dag 5, vrijdag 21 mei 1999
Slecht geslapen. Het open raam gaf dan wel wat frisheid in de kamer, maar ik had het koud en lag een beetje te malen over van alles en nog wat…
Om vijf uur was ik het zat. Ik had het nog steeds koud en moest nog plassen ook.
Even naar het toilet. Inmiddels al bijna gewoonte: klap op de lichtknop. Oei, dat was niet de lichtknop maar de verpleeg-roepknop… De nachtzuster kwam en schrok zich rot, want ze had niemand bij het toilet verwacht. Als je de verpleging roept doe je dat fatsoenlijk middels de knop bij je bed en niet anders. Ik lichtte het toe en zei het koud te hebben, zodat een extra dekentje welkom was.
Daarna de slaap gevat tot 07.10 uur. Iedereen laat de deur van het personeelsfietsenhok dichtklappen; dat geeft een hoop herrie.
Om 07.30 uur kwam de dagzuster. Ze is een nog jongerejaars leerling. Ze wilde aanvankelijk alleen tempen en polstellen.
“Denk je ook even aan m’n bloeddruk?” Dus werd ook de tensiemeter gehaald en de bloeddruk gemeten.
Het unithoofd, kwam binnen. Even een praatje gemaakt. Even later bracht hij me de medicijnen. Foutje! Van alles één tablet was niet goed. Ik moest 4 x Bisoblock 5, 2 x Norvasc 5 en 2 x Acupril 10 hebben. Dat werd meteen gecorrigeerd. Je moet goed opletten of je de juiste dosering medicijnen krijgt en of het ook het juiste is. De kritische patiënt in actie dus…
Monique, de keukenprinses, brengt het ontbijt. Ze merkt de zonnebloemen op en ik ben het met haar eens dat dat lekker zonnig staat. Vrolijk voegt ze eraan toe dat ze altijd als zonnestraaltje binnenhuppelt. Lachend gaat ze verder. Altijd prettig als iemand zo binnenkomt…
Na het ontbijt nog even wachten op de visiteronde van de arts. Het unithoofd komt even later melden dat de betreffende arts vrij heeft en dat voor mij een andere cardioloog later op de dag komt en eventueel nog de internist. Dus eerst maar even wassen. Lekker scheren. Ik spreek af dat als de deur dicht is, men niet binnen moet komen… Ik sta daar dan in m’n blootje.
Klop, meteen deur open… de zuster komt wat vragen. Ik geneer me niet want ook dat beeld hoort normaal bij verpleging. Toch wijs ik haar er even op dat ik aan het wassen ben.
Telefoontje van m’n werk; een collega van een andere afdeling. Leuk!
Het is kennelijk het hele bedrijf rond gegaan. Er zijn heel wat kaarten met goede en lieve wensen binnengekomen: van het managementteam, m’n eigen afdeling, secretariaat en verder van allerlei vrienden, familie en kennissen. Ik kom haast ruimte tekort om ze allemaal op te hangen.
De koffie wordt geschonken. Even in alle rust op bed gedronken. Het wassen was nog best inspannend…
Dan wil ik net beginnen met schrijven als de zuster binnenkomt. Ze wil het verslag met mij opmaken. Maar dan komt er ook nog een collega van Else even langs voor een praatje. Dat verslag komt later wel. Ze vroeg of ik al aan het werk was, doelend op die notebookcomputer. “Nee, natuurlijk niet!” Een computer is voor mij ook ontspanning en in dit geval schrijf ik alles lekker van me af!
Gelukkig is Else er weer. Gaan we straks lekker samen naar buiten. Even een pijp roken…
Ze had tabak en pijp meegenomen, maar niet aan een aansteker en de pijpstamper gedacht. Is niet erg, want daar zijn oplossingen voor.
Op mijn verzoek had ze, dacht ze, de modem voor de computer meegenomen. Maar dat was niet de modem maar de diskdrive. Ik wil kijken of ik m’n e-mail kan downloaden via de telefoonaansluiting op deze kamer.
We kunnen nog niet naar buiten, want eerst moet de dokter langskomen. Even later is-ie er…
Er komt weer een tabletje bij om die vermaledijde druk nog verder naar beneden te krijgen. Een anti-diureticum, ofwel een plaspil. Hydrochloorthiazide 25 mg, Esidrex; hallo wat een namen zeg…
Uit de voorlichtingsfolder van de Hartstichting over hoge bloeddruk begreep ik dat die pil natrium uit het lichaam afvoert. In samenhang met een natriumarm dieet moet dat dus wat opleveren…
Dan gaan we nog even tien minuutjes naar buiten, want het eten komt er haast alweer aan.
Nog heel even samen op het bankje voor het ziekenhuis in de zon. Lekker weer. Het eerste beetje buitenlucht sinds zondag.
Nu weer naar boven om te eten. We doen dat nog wel met de lift, want met de trap kan ik nog niet… Vis met worteltjes en gebakken krielaardappeltjes met ravigotesaus, want het is vrijdag.
We zitten immers in een gebied met een grote katholieke dichtheid.
Lekker pistachetoetje met een dotje slagroom. Dat ziet er altijd wel gezellig uit…
Dan is het tijd om te rusten.
Neen, kan nog niet! Er moet nog altijd een echo van m’n hart worden gemaakt…
Dat gaat gebeuren tijdens het rustuur. Dan hoor ik weer dat de laborante er nog niet is, dus ga ik maar wél rusten. Else gaat weer naar huis. Ik ga slapen.
Ben ik net tien minuten ‘weg’, gaat de deur open. De zuster: “Ga je mee naar de hartecho?”
Slaperig stem ik in, kom snel weer terug op de aarde en samen lopen we er naartoe. De laborante is niet te vinden en de zuster is in de war. Vraagt ze het per ongeluk aan een wachtende patiënt… Kan je zien dat ze nog leerling is. Ik wacht rustig tot de kwestie opgelost is.
Daar is de specialistisch laborante en ik kan meteen mee.
Ik moet met ontbloot bovenlichaam op m’n zij op tafel. Ze plakt ecg-stickers en sluit ze aan.
Zij gaat over mij heen hangen om met de opnemer op de juiste plaats bij m’n hart te komen. Ik kijk mee op een grote monitor. Het is leuk om je eigen hart te zien werken.
Ze legt een aantal dingen uit. Waar ze op let, wat ze meet enz. Je ziet je eigen hartkleppen werken van de linkerkamer/-boezem. Je ziet de aorta en met doppler wordt ook het stromende bloed zichtbaar gemaakt met kleurtjes. Geel is stroming van de opnemer af; blauw is stroming naar de opnemer toe. Wat een kolkende massa. Je kunt ook zien dat er een beetje bloed door werveling bij het sluiten van de hartklep retour gaat. Ook maakt ze geluidsopnamen van een van tevoren gemarkeerd gedeelte van de bloedstroom. Je kunt ook precies zien op welk punt van het PQRS-complex, het plaatje van je hartslag, er gemeten wordt, want die is voortdurend in beeld… Met deze techniek kun je lekkages opsporen. Dan gaat het naar het bovenaanzicht van de aorta. Ze wijst op de drie kleppen die, als ze dicht zijn, een Mercedesster vormen. Goed te zien. Ze meet de dikte van de hartspier: 1,3 cm. Hoog normaal heet dat. Negentig graden verder gedraaid meet ze 1,54 cm. Is oké.
Door mijn interesse wil ze ook nog de aortaboog laten zien, net onder m’n keel…
Klaar! Plakkers eraf. Oh wacht, stop! We hebben nog iets vergeten. Ik ga weer liggen.
“Er moet nog iets gemeten worden, waarvan eigenlijk bekend is dat dat wat overdreven is,” zegt ze.
Nou, dan meten we dat toch even… Nu echt klaar. Ik maak me schoon. Die echo-gel moet van m’n borst. Ze brengt me lopend terug naar de afdeling.
Aan de zuster daar meld ik te gaan slapen en dat daartoe de deur dichtgaat. Ik zal zelf de deur weer open doen als ik er weer ben. Ze zal dat tegen iedereen zeggen…
Slaap je net lekker, komt ineens de cardioloog binnen en begint meteen tegen me te praten. Half wakker begrijp ik uiteindelijk waar hij het over heeft.
De uitslag van het renogram is binnen en alles is oké. Ik maak hem erop attent dat de uitslag van de echo er inmiddels ook al is. Verbaasd! Hij stond nota bene in het kamertje toen die laborante mij terugbracht… Beende weg…
Hij kwam even later terug met de mededeling dat de echo ook in orde was en hanteerde ook de kreet ’hoog normaal’.
Ik deed de deuren open…
Weer een andere collega van Else kwam even langs. Lief hè, al die aandacht? Effe kletsen…
Nog even wat schrijven…
Het unithoofd kwam melden dat hij het pinksterweekend vrij was en kwam even gedag zeggen. De zuster zou wel even de MIEB komen uitleggen. En inderdaad, ze kwam even later langs met een medicijndoos en een kaart. MIEB betekent Medicijnen In Eigen Beheer. Ik mag de medicijnen innemen die daarin zitten volgens het met mij door de dokter afgesproken tijdschema zonder tussenkomst van de verpleging. ’s Nachts wordt de doos weer gevuld. Er zit een kaart bij waarop de medicijnen staan gespecificeerd.
Tanja, ook inmiddels langsgekomen, vertelt dat dat systeem op haar afdeling is ontsprongen. Het werkt goed maar alleen met gedisciplineerde patiënten. Voor mij geen moeite…
Tanja heeft in haar werk van alles te maken met COPD-patiënten. COPD staat voor Chronisch Obstructief Pulmonaal Defect, voorheen CARA genoemd.
Alleen ziet zij natuurlijk de ernstige patiënten. Zelf heb ik het ook, maar in lichte mate. Bij haar gebruiken patiënten ook een heel scala aan tabletten in alle kleuren soorten en maten. Bij mij gebeurt dat nu ook voor mijn kwaal. Zij noemde dat een handje kippenvoer. Grappig! Maar wel terecht…
Tako kwam nog even langs voor hij naar het Pinkpop-weekend gaat. Hij gaat er al voor de vierde keer heen. Dit keer met een vriend.
Gezellig met hem buiten even een ijsje eten. Hij voelt zich ietwat schuldig omdat hij tot nu toe niks gegeven heeft. “Geeft toch niet joh! Je bent er toch… En dat is waar het om draait!”
Hij begeleidt me naar de lift en we nemen afscheid van elkaar. “Fijne dagen en ik hoor wel telefonisch van je.”
Ik ga naar boven. Het eten komt eraan… Dit is niet bepaald een natriumarm dieet. Eerder het omgekeerde, zo met een plakje ontbijtspek en erg zoute worst. Even met Anja bespreken.
Tako had nu wel het modem plus de bijbehorende attributen meegenomen. Kan ik even m’n e-mail bekijken als het lukt. Op bed gezeten probeer ik de aansluiting te realiseren. Volgens de ‘wet van behoud van ellende’ blijken de connectors uitgerekend van een niet standaard type, waardoor de eerste poging mislukt. Maar… als je het kabeltje van die telefoon gebruikt lukt het misschien wel… Nee dus; geen kiestoon. Mogelijk klopt de kabelcodering niet op de connector. Einde oefening dus… Helaas, Else kan de spullen weer mee terugnemen naar huis.
Daar komen ze net weer aan. Else en Niels.
We praten de dag door vanaf het moment dat ze in het begin van de middag weggingen. We kijken naar het nieuws op tv met het volume op de hoogste stand, zodat het geluid uit de koptelefoon, nu als kleine speaker functionerend, is te verstaan. We drinken samen koffie. Niels ging de hospitelkaart weer opladen. Later kocht hij beneden bij het winkeltje een ijsje. Else leest nog even m’n dagboek (dit dus, tenminste tot op deze alinea). Ze vindt het leuk. Niels zit nog even een stukje van een programma op tv te kijken. Het is een jeugdserie. Eerder gaf hij nog even een toelichting op zijn thuisblijven van vandaag en het niet hebben kunnen eten van gisteravond; knoop in z’n maag van de stress. ‘t Is een beetje te veel voor hem zo samen met de eisen voor z’n school op het moment…
Om kwart voor negen gaan ze weer naar huis. Ik breng ze tot de lift, want dan kan ik meteen even door naar de CCU om een zak drop af te geven. Als ik ook nog mee naar beneden zou zijn gegaan, werd dat te veel voor me.
Op de CCU tref ik de zuster die mij destijds heeft opgenomen. Even een praatje maken. Ze vindt dat het bij mij maar langzaam gaat. Ze heeft nu maar één patiënt op de afdeling. Ik loop langzaam terug naar m’n kamer.
Jeff belt vanuit België, vanaf z’n kampeerplek bij Houffalize aan de Ourthe. Hij is daar samen met familie. Zij doen altijd met Pinksteren samen iets in die sfeer.
Ik kijk nog even wat tv.
Zuster Anja komt even later m’n bloeddruk meten… Beetje veel te hoog! 200/140 mmHg. Ze gaat de dienstdoende specialist bellen. Het wordt een arts-assistent, die weer ruggespraak heeft met een echte arts. Ondertussen vul ik alweer een nieuw lijstje met maaltijdwensen in en geef dat haar.
Drie kwartier later komt ze nog eens meten: 150/120, en brengt een Adalat Oros 30 mg mee.
Deze werkt langzamer door z’n constructie. Kijken wat die gaat doen…
Het is nu 22.50 uur. Oh ja, ik heb een Normison inslaapcapsuultje gekregen. Kan ik wat lekkerder inslapen en beter tot rust komen. Straks naar bed; het wordt al wat rustiger in de conversatieruimte. Deze ligt naast mijn kamer. Zelf stel ik niet zo prijs op omgang met andere patiënten en prijs me gelukkig op deze kamer lekker in m’n eentje te liggen. Deze kamer heeft ook een dubbele deur en is lekker ruim met een aardig uitzicht. Wat wil een ziekenhuispatiënt nog meer?
Dag 6, zaterdag 22 mei 1999
Een rare nacht!
Denk je lekker te kunnen inslapen, word je weer beziggehouden met een bonkend en gonzend hoofd. Bovendien was m’n hartfrequentie erg laag. Volgens mij komt dat door al die rotzooi die tegelijk mijn lijf binnen rent.
Om 23.10 uur het licht uitgedaan, bed plat en de luiken dicht. Bonk, klodzj, bonk, klodzj, draai… Uiteindelijk, een uur later, weggezakt.
Om 02.00 uur werd ik wakker. Flinke activiteit van het hart. Druk zal wel hoog zijn, want verder lig ik stil. Om nou te zeggen: Tjonge, wat ben jij actief!, nee…; ik lig stil in bed. Er is dus geen reden voor deze activiteit. Het zal dus weer die vermaledijde bloeddruk zijn. Ik moet ook plassen. Toen ik er weer in lag, besloten de zuster te bellen. Ze mat de druk en die was 180/120 mmHg. Te hoog… Even met de arts bellen, want dit moet lager. Komt ze even later terug met weer iets anders: Prometazine 25 mg. Word je rustiger van en dan daalt je druk. Kennelijk was die Normison-capsule te licht voor mij. En dan werkt het niet goed. Weer gaan slapen.
Om 07.30 word ik wakker gebeld door Else. Ik moet van heel ver komen… Komt vast door dat laatste tabletje. Ik kan niet echt goed reageren en blijf een beetje te duf. Ik vertel wat er was gebeurd. Else zat thuis aan tafel met de jongens die naar Pinkpop gaan en ze gaat straks nog weer even naar bed terug… Gesprek beëindigd.
Een paar minuten later loopt Tanja binnen. Ze was net op haar afdeling begonnen en gebeld door een zich zorgen makende Else… Arme ziel. Die loopt ook op de tenen, denk ik. Straks komt ze en dan gaan we lekker even buiten zitten. Ze is zo zorgzaam. Ik prijs me gelukkig met zo’n back-up!
Else heeft net thuis Tako en zijn vriend de deur uit geholpen naar Pinkpop. Die vriend was enthousiast-nerveus en daardoor enigszins warrig. Kennelijk heeft hij zoiets nog niet eerder meegemaakt en Tako blijft dan opmerkelijk kalm. Leuk om dat te horen. Het komt wel goed met Tako…
De dagdienstzuster gaat meten: 160/100 mmHg bij 56 slagen/min. Laag hè, die frequentie?
Komt door de bètablokkers (Bisoblock) in mijn lijf. Overigens, de temperatuur wordt ook steeds gemeten: 36,9°C stabiel.
Gisteren ben ik ook weer gewogen: 91,7 kg. Dat is nu belangrijk geworden in verband met de plaspil…
M’n ontbijt is er. Wel decadent hoor, die roomboter. Ik ben nu van m’n dwaling teruggekomen; morgen zal de nieuwe menusamenstelling van start gaan op basis van margarine. Daar drink ik dan vanaf nu karnemelk bij in plaats van die stomme halfvolle melk. Pekelvlees, kaas. Het lijkt mij bepaald niet natriumarm. Zal het ook wel niet zijn… Het nieuwe zal dat wel zijn, tenminste vertrouwend op de werking van die briefjes. We zullen wel zien of het te ‘pruimen’ is…
De cardioloog is langs geweest. Hij gaf aan dat er niet zo veel echt wil aanslaan bij mij. Dat Bisoblock heb ik nu al in een hoge dosering, dus wil hij dat eigenlijk vervangen door iets anders.
Hij stelt voor Trandate. Hé, een oude bekende. Hiermee begon ik toen die crisis er was.
We beginnen met een lage dosis; bijvoorbeeld 100 mg. Hij verwacht dat we op termijn wel zullen uitkomen op een hoge dosis, waarbij al het andere dan successievelijk komt te vervallen. Maar ja…, in hoeverre dit nu weer een paardenmiddel is weet ik niet.
Daar is Else. Ze is meegereden met vrienden, die ondertussen even naar de markt gaan.
We praten wat. Eigenlijk gaat dat niet zo goed, want ik ben nog zo duf. Een wollen kop lijkt me een goede omschrijving voor het gevoel dat heerst. Ook wil m’n motoriek niet wat het behoort te doen. Komt door de werking van die Prometazine, een soort Phenergan. Dat zorgt dat je rustig blijft en heeft vanuit dat perspectief een positieve invloed op drukverlaging. Maar dat wollige duffe gevoel is niet prettig… Dat tabletje had ik om 03.00 uur vanmorgen ingenomen en is dus nog volop werkzaam.
Else zei dat ik toch maar moest gaan slapen. Ben op bed gaan liggen met een lekkere cd op de koptelefoon. Beetje suffen… Toen de cd afgelopen was, kwam ik overeind. Nog wel duf gevoel, maar iets minder dan net. Straks komt het eten alweer. Ik heb het gevoel dat het ontbijt nog niet geheel verwerkt is…
Tabletje Trandate 100 mg. om 11.00 uur. Nog eentje om 12.00 uur. Er komt een kaartje binnen. Leuk, van een collega.
Nu ga ik eten. Else krijgt een soepje. Blijkt dat mijn maaltijd wel degelijk natriumarm is, want Else heeft lekkere spekjes erin en dat maakt het wat smaakvoller.
Else wordt door de zuster gewaarschuwd dat de cardioloog klaar is met de visiteronde. Ze wil hem even over mij spreken, zonder dat ik erbij ben. “Ik ben geen klein kind hoor!” protesteerde ik. Hielp niet; weg was ze. Toen ze terugkwam hoorde ik eigenlijk hetzelfde als wat hij mij had aangegeven. We gaan wedden op de Trandate.
Na het eten ga ik weer op bed liggen, om te gaan slapen… Het is een rotdag vandaag!
Else belt de vrienden voor haar vervoertje, dat ze weer naar huis wil. Ze komen wel even naar boven en willen mij ook even zien. Ze brengen een mooi bosje bloemen mee.
De zuster brengt de wijzigingen aan op de MIEB-medicijnkaart. Dan worden vannacht de juiste medicijnen in de juiste doseringen in het doosje gedaan.
Als de rust weergekeerd is en ik alleen ben, word ik overmand door de emotie en komt er een huilbuitje voorbij. Dat lucht op… Gisteren was ik nog zo sterk, vandaag duidelijk niet.
Een zuster komt zachtjes op m’n kamer om wat verse handdoeken in de kast te doen. Ze ziet dat ik niet slaap en komt even bij me zitten. We kletsen wat over het verschijnsel herinneren en geheugen en over bossen, zeilen, de waterscouts, waar zij een leidinggevende functie heeft.
Om 13.15 uur gaat ze weg, want ik moet slapen, zei ze. Zo gebeurde het ook.
Om 14.15 word ik weer wakker. Er wordt een lekker glas thee binnengebracht. Toch nog steeds dat wollige gevoel in m’n motoriek.
Een flink aantal jaren geleden heb ik tijdens een COPD-aanval ook eens van die Phenergan-tabletjes van de huisarts gehad om de hoest stil te leggen. Dat leverde ook het identieke duffe gevoel op en ik had me toen voorgenomen nooit meer die troep in m’n lijf toe te laten. Maar daar denk je toch niet aan als ze Prometazine roepen?
14.30 uur: drukmeting 140/90 mmHg. Kijk, dat lijkt er weer een beetje op! Morgen gaan we weddenschapjes leggen op mijn bloeddruk…
De zuster brengt alvast een Normison-capsule voor vanavond en meldt dat het voorlopig regulier is gemaakt en schrijft het op de kaart.
Ik ga weer wat schrijven…
16.00 uur: genoeg geschreven maar weer. Effe nu een krantje lezen op bed…
Een voor mij nieuwe zuster is mijn verpleegkundige voor de avond. Zij komt even kennismaken en we praten wat over de problematiek. Ze raadt me aan dat Normison inslaapmiddel ook echt als inslaapmiddel te gebruiken. Dat wil dus zeggen eerst lekker gaan slapen en als ik voor 02.00 uur wakker word om welke reden dan ook en ik zou niet meer zo gemakkelijk de slaap kunnen hervatten, dan kan die capsule door…
Mijn broodmaaltijd komt eraan. Het lijkt wel een natriumrijk dieet. Zoute vleeswaren, niet te kort. Ik meld het aan de verpleging en ze gaan op zoek naar natriumarm spul. Smaakt naar niks!
Gisteravond had ik een nieuwe samenstelling opgemaakt, maar dit lijkt er in de verste verte niet op.
Telefoontje van de zoon van m’n broer. Hij was erg geschrokken… Het hele verhaal maar weer even verteld. We spraken daarna over zijn militaire training op Woensdrecht. Hij krijgt straks z’n stage en dan de opleiding met een eigen hond. Leuk dat hij zijn doel uiteindelijk volledig heeft zien uitkomen.
Daar komt Else al aan. Deze keer zonder Niels. We drinken samen koffie. We spelen een spelletje patiënt, eh… patience. Ik weet niet wat ervan moet komen, want we maken allebei fouten. Wellicht te lang niet gespeeld… Het spel neemt enige tijd en na zo lang daar te hebben gezeten voel ik me een beetje iebelig en ga op bed zit-liggen. Else komt naast me op bed en we kijken samen naar het nieuws met de koptelefoon weer als speaker.
Tijd om de Acupril 20 mg in te nemen.
Dan gaan we even naar het balkonnetje. Else om te roken en ik om buiten te zijn. We drinken samen nog een bakkie koffie op het balkon. Ik voel me nu wel goed. Na een half uurtje gaan we weer naar binnen.
De zuster komt mijn bloeddruk meten. Ik denk dat het deze keer goed zit. De meting zal het uitwijzen: 140/90 mmHg. Nou, wat zei ik? Zou het nu beter gaan? Het voorlopige begin lijkt er te zijn… Ze geeft mij nu ook nog een Trandate 200 mg. Vandaag was het een probeersel, morgen gaan we de Trandate beter inpassen in de tijd qua doses en ik denk dat dan de Bisoblock eruit gaat.
Else gaat weer naar huis. We nemen afscheid. Ik ben weer beter gemotiveerd om achter te blijven. Dat was vanmorgen wel anders.
Vandaag zijn er wel wat bijverschijnselen geweest van die Phenergan. Om eens wat te noemen: er waren nalichteffecten, net zoals wanneer je in een fel licht hebt gekeken en je sluit daarna je ogen, en wat toegenomen tremoren van de handen. Voorlopig wil ik die troep niet meer in m’n lijf… Het lijkt wel iets van drugs. Een stelling die waarschijnlijk niet ver naast de waarheid zit!
Ik zit met een half oog naar de tv te kijken terwijl ik dit schrijf…
De zuster vraagt of ik wat wil drinken en of ze m’n MIEB-doos mag. Ik geef hem haar plus de bijbehorende kaart en ze brengt me een glas jus d’orange.
Ze gaat er even bij zitten en vraagt naar m’n gevoel van nu. Ik geef aan dat ik me eigenlijk nu na die Prometazine-affaire best wel goed en rustig voel. Ik verwacht een rustige nacht… Uiteindelijk is de druk wat gezakt, dus waarom niet nog verder? Verder ging het verblijf op het balkon en het roken ook erg relaxed en had ik nergens last van. Alle lichten dus op groen! Ze wenst me welterusten en gaat verder naar de andere patiënten.
Opeens schiet me te binnen dat ik de zo moeilijk bevochten slaappil nog in het doosje heb laten zitten. Stom! Even terughalen. Ik zie op de gang een andere zuster en vraag het haar. Mogelijk heb ik hem niet eens nodig… Ik ga zo slapen. Ik zie wel hoe de nacht verloopt en dan kabbelen we netjes naar de volgende dag. Else zal zo nog wel bellen… Welterusten.
Dag 7, zondag 23 mei 1999, 1e pinksterdag
Goeiemorgen allemaal!
Een goeie nacht gehad. Niet eens die Temazepam ofwel Normison-capsule nodig gehad. Leuk hè, al die ingewikkelde namen. De commerciële naam is haast net zo complex als de stofnaam.
Het is wel interessant om eens te kijken of die namen elkaar dekken.
Maar goed, een goeie nacht dus.
Ik ben gaan slapen met een cd met ‘hypnotiserende muziek’. Valt wat tegen. Er zitten z.g. alfa- en thèta-frequenties in, die een zekere rust veroorzaken in de hersenen. Dat zal best waar zijn, maar ik kan me voorstellen dat er in muzikaal opzicht wat beters mee te doen moet zijn dan wat er nu met deze cd gedaan is…
Natuurlijk af en toe wel even wakker. Het is in het ziekenhuis wel behoorlijk droog zeg.
Thuis heb ik ’s nachts vaak een droge mond, als gevolg van het gebruik van de Pulmicort (nee, laat maar, nu even geen stofnaam; ik heb even geen zin om uit bed te gaan), hier heb ik een kurkdroge mond met een tong als een leren lap. Het water hier uit de kraan is niet koud en als je het een aantal uren laat staan, is het ronduit vies. Nee, neem dan het dubbel gefilterde water van thuis. Dat blijft fris. Hopelijk neemt Else straks wat mee…
Om 08.15 uur echt ontwaakt, toen de ‘keukenprinses’ het ontbijt kwam brengen.
De temperatuur werd opgenomen en de bloeddruk en pols gemeten: 150/105 mmHg en 60 slagen/min.
De nieuwe medicijnen arriveren.
De Trandate zat er nog niet regulier in, omdat het gisteren proefdoses waren en vandaag gekeken wordt of 3 x daags 200 mg gaat werken. Alles gaat met het ontbijt mee naar binnen. Je kunt er nog net je brood niet mee beleggen.
Ücretsiz ön izlemeyi tamamladınız.