Kitabı oku: «In de gaten», sayfa 11

Yazı tipi:

HOOFDSTUK TWINTIG

De geuren van sissend spek en verse koffie maakten Riley de volgende ochtend wakker.

Ze opende haar ogen en keek rond.

Ze was niet in haar studentenkamer. Ze lag in bed in het appartement van Ryan.

Ze glimlachte toen ze zich herinnerde hoe ze hier terecht was gekomen...

Het begon allemaal met dansen.

... en vanaf dat moment ging het moeiteloos verder.

Ze hoorde de stem van Ryan zeggen: ‘Volgens mij had je me verteld dat je geen veganist bent. Ik hoop dat ik het goed gehoord heb.’

Riley draaide zich om in het bed en zag Ryan boven een fornuis staan. Zijn appartement was eigenlijk één grote kamer, met passend meubilair in aangewezen gebieden.

‘Je hebt het goed gehoord,’ zei Riley.

Riley merkte toen dat Ryan een badjas op het kussen naast haar had gelegd. Zijn badjas natuurlijk en te groot voor haar, maar ze wist dat het daardoor des te comfortabeler zou zijn.

Wat attent, dacht ze.

In feite was zijn attentheid een van de belangrijkste onthullingen van gisteravond geweest. Herinneringen kwamen terug naar Riley... hun naakte lichamen samen, langzaam en traag de liefde bedrijvend. Ryan was zowel amoureus als attent geweest en concentreerde zich zowel op haar plezier als op dat van hemzelf.

Het was zeker anders geweest dan haar eerdere seksuele ervaringen. Daarvan waren de meeste van die oppervlakkige handelingen tiener opstandigheid geweest, en dit soort plezier was nauwelijks de bedoeling geweest. Ze herinnerde zich wat ze altijd tegen iemand zei die haar roekeloze gedrag bekritiseerde...

‘Het is alleen maar seks.’

Ze glimlachte nu terwijl ze dacht...

Ik had geen idee wat ik miste.

Ryan stond te fluiten terwijl hij eieren boven een koekenpan brak. Riley herkende het deuntje. Het was ‘Crazy’, het nummer waar ze gisteravond in de Centaur’s Den op waren gaan dansen. Ryan floot met stijl en gratie en Riley genoot ervan het liedje weer te horen.

Ze keek rond in het appartement en herinnerde zich dat toen ze hier aankwamen, ze niet veel aandacht aan haar omgeving had besteed. Zij en Ryan waren vrijwel in elkaar verstrikt geraakt zodra ze door de deur waren gelopen, ze hadden meteen hun kleren uit gedaan en waren gewichtloos in bed getuimeld.

De ruimte zag er nu aangenaam uit in het zonlicht dat door de grote ramen van het oude gebouw naar binnenstroomde. Riley was ervan overtuigd dat Ryan het grootste deel van de meubels in tweedehandswinkels had gekocht, maar ook dat hij veel tijd en goed beoordelingsvermogen had besteed om ze te selecteren.

Het resultaat was een aangenaam Boheemse look, die des te charmanter leek, omdat Riley Ryan helemaal niet over vond komen als iemand die van Boheems houdt. Hij was zeker tot de stijl gekomen uit budget overwegingen, wat nogal indruk op haar maakte.

Behalve hun kleren, die op de vloer rond het bed verspreid lagen, was de ruimte ook netjes en opgeruimd. Ryan was absoluut geen sloddervos. Eigenlijk veel netter dan Riley zelf.

Tenzij…

Het zou kunnen dat Ryan alles had opgeruimd in de hoop dat hij Riley die avond mee naar huis zou nemen.

Of misschien een andere vrouw, dacht ze.

Als dat zo was, dan vond Riley het niet erg. Ze voelde zich niet bezitterig naar hem of althans ze dacht het níét.

Ik denk dat we allebei geluk hebben gehad.

Ryan was de tafel aan het dekken, dus Riley trok de badjas aan, stapte uit bed en ging zitten voor het ontbijt. Naast gebakken eieren, spek, toast en koffie was er ook een doos verse donuts. Omdat Ryan een spijkerbroek en een T-shirt droeg, besefte ze dat hij stilletjes naar buiten was geglipt voor de donuts en dat ze door deze korte afwezigheid heen had geslapen.

Terwijl Riley een slok koffie nam, herinnerde ze zich wat Trudy tegen haar had gezegd voordat ze weggingen...

‘Wat je ook doet, ga niet zonder mij weg.’

Riley voelde een tinteling van alarm.

Ze had Trudy een belofte gedaan en ze had die niet gehouden.

Maar ze herinnerde zichzelf eraan hoe de dingen zich hadden ontwikkeld. De angstige Trudy was verdampt toen ze bij de Centaur’s Den was aangekomen. Het feestbeest Trudy was terug van weggeweest en ze zat uiteindelijk over de campus quarterback te kwijlen. Het laatste wat Trudy had gewild, was dat Riley haar naar huis bracht.

Trudy had het zelfs gezegd...

‘Ik red me wel. Maak je om mij maar geen zorgen.’

Zou Trudy zich misschien nu zorgen over Riley maken?

Riley was zeker niet op zoek gegaan naar haar kamergenoot om haar te melden dat ze de hele nacht niet thuis zou komen.

Ze vroeg Ryan: ‘Het spijt me, maar... Ik moet even bellen. Mag ik je telefoon even gebruiken?’

‘Ga je gang,’ zei Ryan, wijzend naar de telefoon die vlakbij op een muur gemonteerd was.

Riley ging erheen en draaide het nummer van hun studentenkamer. Ze hoorde al snel Trudy’s stem op de welkomstboodschap. Toen ze de piep hoorde, zei ze: ‘Hé, Trudy, als je er bent, neem dan op.’

Niemand nam op. Riley wierp een blik op de klok en zag dat het nog vrij vroeg was. Het was ook zaterdag en Trudy zou wel eens heel vast kunnen slapen.

Of...

Riley glimlachte toen ze Trudy’s puppy ogen herinnerde terwijl ze naar Harry Rampling had zitten staren.

Misschien heeft ze ook geluk gehad, dacht ze.

Hoewel Riley niks van de spierbal van de campus moest weten, wist ze dat de meeste andere meisjes haar persoonlijke afkeer van hem niet deelden. Voor veel van hen was hij een held. Hoe kon ze het Trudy kwalijk nemen dat ze was zoals die andere universiteitsmeisjes?

Ze zei in de telefoon: ‘Nou, als je het nog niet gemerkt hebt, ben ik gisteravond niet naar de kamer teruggekomen. En, uh, het gaat goed met me.’

Ze voegde er bijna aan toe: ‘Ik denk dat we allebei wel iets te vertellen hebben.’

Maar ze herinnerde zichzelf eraan dat Ryan binnen gehoorsafstand zat en dat het voor hem misschien een beetje smakeloos was om haar dat te horen zeggen.

Dus zei ze simpelweg: ‘Ik zie je snel weer. Dag.’

Ze hing op en liep terug naar de tafel. Ze gaf Ryan een snelle kus op zijn voorhoofd en ging weer zitten om te eten.

Ryan zat even naar haar te kijken.

Toen zei hij een beetje verlegen: ‘Je was fantastisch vannacht.’

Riley glimlachte terug naar hem en dacht weer terug aan hun vrijpartij.

Natuurlijk was het vanzelfsprekend dat ze hetzelfde voelde, maar...

Zeg het, Riley, dacht ze.

Hij kan zich tenslotte onzeker voelen.

‘Je was ook fantastisch,’ zei ze. Ik meen het echt.’

Ze nam een hapje eten en voegde eraan toe: ‘En ontbijt... wauw, dit is geweldig.’

Ze praatten niet toen ze het eten verslonden. Maar Riley voelde dat de stilte goed was, niet in het minst ongemakkelijk. Het was logisch dat ze na gisteravond allebei een beetje verlegen zouden zijn. De verlegenheid zou vast voorbijgaan.

Daar had ze gelijk in. Het duurde niet lang of het gesprek begon gemakkelijk tussen hen te stromen. Ryan begon over zijn achtergrond in de arbeidersklasse en zijn harde werk en ambities, en Riley bewonderde hem steeds meer.

Riley vertelde hem de grote lijnen van haar eigen levensverhaal en sloeg de meeste onaangename delen over. Ze zei dat haar moeder was gestorven toen ze klein was, maar niet dat haar moeder vlak voor haar neus was vermoord. Riley waardeerde het dat hij haar niet om details had gevraagd. Hij leek zich ervan bewust te zijn dat het een pijnlijk onderwerp voor haar was.

Ze verraste zichzelf door hem eerlijk te vertellen over haar rebelse tienerjaren. Al snel lachten ze allebei om haar verhalen over die wilde tijden. Het was Riley niet opgevallen dat die verhalen echt heel grappig waren, maar dat waren ze. Althans achteraf gezien, nu dat turbulente deel van haar leven voorbij was.

Het voelde goed om daar eindelijk over te kunnen lachen.

Een onderwerp dat geen van beiden ter sprake bracht, was Rhea’s dood en dat was een opluchting voor Riley. Al het andere was zo mooi die ochtend, ze vond het zonde om het te verpesten door te praten over hoe geobsedeerd ze was geweest over de misdaad en het monster dat het had begaan.

Riley voelde al snel dat zij en Ryan niet de hele dag samen door zouden brengen. Dat was prima wat haar betreft. Het zou op de een of andere manier gedwongen hebben gevoeld en ze was net zo blij dat ze hun eigen weg gingen. Ze kleedde zich aan en Ryan reed haar terug naar het studentenhuis. Toen hij de auto stopte, keken ze elkaar even aan en Riley vroeg zich af...

Gaan we plannen maken voor een “volgende keer”?

Ze voelde dat Ryan zich hetzelfde afvroeg.

Maar ze wilde de kwestie niet ter sprake brengen en ze kon zien dat hij er hetzelfde over dacht.

Geen van ons wil opdringerig lijken, dacht ze.

En dat leek haar goed. Het beloofde goed te zijn voor de latere tijden die ze misschien samen zouden delen.

Ze boog zich naar Ryan toe en gaf hem een lange kus, stapte toen uit de auto en ging het studentenhuis in. Terwijl ze door de gang naar haar kamer liep, vroeg ze zich opnieuw over Trudy af...

Is ze gisteravond thuis gekomen?

Als dat zo was, dan zou Trudy alles over Riley’s nacht willen horen.

En Riley voelde zich opeens vreemd verlegen over de mogelijkheid om Trudy alle details te moeten vertellen. Wat zij en Ryan samen hadden gedeeld, leek zo moeiteloos, warm en aangenaam...

Waarom de herinnering verpesten door erover te praten? dacht ze.

Riley haalde haar kamersleutel tevoorschijn toen ze haar deur naderde, maar toen merkte ze...

De deur stond al op een kiertje open. Trudy moet toch thuis zijn.

Riley aarzelde even in de gang. Haar hart bonsde en ze vond het moeilijk om te ademen.

Ze vroeg zich af waar haar gevoel van alarm vandaan kwam.

Dit slaat nergens op, zei ze tegen zichzelf.

Toch bleef Riley nog een ogenblik bevroren staan.

‘Trudy!’ riep ze door de deur.

Er kwam geen antwoord.

Riley duwde de deur open.

Toen ze het bloed op de vloer zag, leek haar hele wereld te verdwijnen.

HOOFDSTUK EENENTWINTIG

Riley zat heel stil. Ze staarde naar een open deuropening en keek naar geüniformeerde mensen die kwamen en gingen, met een spookachtige doeltreffendheid.

Ze moeten veel lawaai maken, dacht ze.

Maar ze kon het niet horen. Haar hersenen moeten het geluid geblokkeerd hebben.

Zoals zo veel, dacht ze vaag.

Met veel moeite besefte ze dat ze op de rand van haar eigen bed in haar studentenkamer zat. De mensen die ze kon zien renden haar kamer in en uit.

Ze durfde haar hoofd of haar ogen niet te bewegen uit angst voor wat ze nog meer zou zien.

Ze had het gevoel dat haar lichaam onbewoond was; alsof ze er zelf niet in zat.

Waar ben ik? vroeg ze zich af.

Als het niet in haar lichaam, in haar kamer was, waar dan wel?

Het was het raarste gevoel dat Riley zich ooit kon herinneren te hebben gevoeld.

Of niet?

Ze dacht dat ze zich ooit zo, heel lang geleden, net zo had gevoeld.

Maar ze kon zich niet herinneren wanneer dat was. De waarheid was dat ze moeite had om zich ook maar iets te herinneren.

Ze bleef zichzelf herinneren aan haar eigen naam...

Riley. Ik heet Riley.

De gevoelloosheid die haar hele lichaam in zijn greep had, begon een beetje weg te ebben en ze voelde een vreselijke pijn in haar borst en hoofd.

Ik adem niet, besefte ze.

Toen voelde ze haar lippen stil het woord...

‘Goed,’ vormen.

Ze wilde niet ademen.

Iemand anders ademde niet meer en Riley was er niet in geslaagd om die persoon weer te laten ademen, dus ze vond dat ze ook niet meer moest ademen.

Ze verdiende het niet om te ademen. Ze wilde eigenlijk ook al het andere stoppen. Vooral de tijd.

Ze wilde de tijd stilzetten, alles laten stoppen met bewegen, en misschien kon ze een manier vinden om de tijd terug te draaien naar...

Wanneer?

Voordat hét was gebeurd, wat hét ook was.

Maar de kostbare gevoelloosheid die haar tegen de realiteit beschermde, vervaagde snel en haar borst deed steeds meer pijn en haar longen brandden.

Eindelijk verraadde haar lichaam haar en ze hapte naar lucht.

Ze voelde zich overweldigd door afschuw en schuldgevoelens.

Ik heb gefaald, dacht ze. Ik ademde.

Maar ze kon nu niet meer stoppen met hijgen en naar lucht happen, en ze voelde zichzelf ongewild terug in haar lichaam glijden.

Ze hoorde iemand zeggen: ‘Waar ben je gewond?’

Wie zei dat? vroeg ze zich af.

Toen besefte ze; iemand zat op verschillende plekken in haar lichaam te prikken.

Het was een man in een wit uniform die gehurkt naast haar zat.

‘Waar ben je gewond?’ herhaalde hij.

Gewond? dacht ze.

Ze was niet gewond of in ieder geval dacht ze niet dat ze gewond was.

Ze klemde haar vuisten op elkaar, terwijl ze het probeerde te begrijpen en merkte al snel hoe plakkerig haar handen aanvoelden. Ze tilde haar handen op en keek ernaar.

Ze waren bedekt met bloed.

Maar hoe?

Waarom?

Nu kon ze al het lawaai in de kamer horen. Er moesten veel mensen bij haar in de kamer zijn.

Ze begon haar hoofd te draaien om rond te kijken, maar de man die haar had zitten prikken greep haar kin om haar tegen te houden en zei scherp maar sympathiek: ‘Nee. Dat wil je niet doen.’

Toen hield de man haar oogleden open en scheen met een licht in haar pupillen.

‘Kun je me zeggen hoe je heet?’ zei hij.

Het leek nu een geluk dat ze al de moeite had genomen om het zich te herinneren.

‘Riley Sweeney,’ zei ze.

Toen stelde de man andere vragen. Over welke dag het was, in welke stad ze waren, wie de president van de Verenigde Staten was...

Het kostte wat moeite, maar Riley slaagde erin alle vragen te beantwoorden.

Toen stond de man op en riep tegen de andere aanwezigen: ‘Ik denk niet dat deze gewond is. Ze is echter wel in grote shock.’

Riley was geschokt om een neiging van een lach via haar luchtpijp omhoog te voelen komen.

Waarom?

Was er iets grappig aan wat er op dit moment gebeurde?

Nee, maar ze voelde een soort groteske ironie in de woorden die de man net had gezegd...

‘Ik denk niet dat deze gewond is.’

Ze slaagde erin om de lach terug in haar buik te duwen. Hoe verward ze ook was, ze wist dat ze niet moest lachen.

Ze keek weer naar haar handen en vroeg zich af...

Als ik niet gewond ben, waar komt dit bloed dan vandaan?

Toen begonnen herinneringen terug te stromen.

Ze herinnerde zich dat iemand schreeuwde, heel hard, gedurende een lange tijd.

Dat was ik, dacht ze. Ik schreeuwde.

Het hele studentenhuis moet haar hebben horen schreeuwen.

Nog steeds gillend, was ze naast het bloedende lichaam op de vloer gehurkt.

Het lichaam van wie? vroeg ze zich af. Mama’s lichaam?

Afgrijzen kwam als een tsunami op haar neer.

Het was Trudy’s lichaam geweest.

Ze had Trudy’s lichaam gevonden.

En Trudy had niet uit haar borst gebloed zoals mama, maar uit een enorme wond in haar keel.

Riley’s geschreeuw was afgenomen en ze had geprobeerd te beslissen wat ze moest doen.

Proberen het bloeden te stoppen?

Nee, ook al was er overal bloed geweest, het leek er niet op dat Trudy nog steeds bloedde.

Wat betekende dat Trudy dood moest zijn.

Maar Riley had het zichzelf niet kunnen doen geloven.

Ze had tegen Trudy geschreeuwd en haar door elkaar geschud. Ze had geprobeerd om haar te reanimeren, door op Trudy’s borst te drukken, maar ze had moeten stoppen toen het bloed weer uit de wond begon te borrelen. Had ze nog iets anders kunnen doen?

Er moet iets geweest zijn, dacht ze. Ik heb gefaald.

Maar al deze mensen was het ook niet gelukt om Trudy terug te brengen.

En hoe waren ze hier allemaal terechtgekomen?

Had ze het alarmnummer gebeld?

Nee, ze wist zeker dat ze dat niet had gedaan. Iemand anders had dat gedaan, iemand die haar had horen schreeuwen.

Opnieuw draaide ze bijna haar hoofd om het lichaam van Trudy te zien. Maar ze slaagde erin om zichzelf te stoppen. De herinnering aan wat ze had gezien was al meer afschuw dan ze aankon.

Nu merkte ze dat er lichten in de kamer flitsten. Ze wist niet wat ze zouden kunnen zijn.

Ze hoorde iemand tegen haar zeggen: ‘Sta op, alsjeblieft.’

Ze gehoorzaamde onverschillig en een mannelijke agent met een camera bewoog zich om haar heen om foto’s te nemen. De flits van de camera deed pijn aan haar ogen.

Maar waarom nam de agent foto’s van háár?

Ze keek naar haar kleren, die doordrenkt waren met bloed.

‘Dit is verkeerd,’ fluisterde ze hardop. ‘Ik zou niet moeten ademen.’

Een vreselijke snik barstte los uit haar keel en toen nog een, en daar bovenop nog een, totdat ze oncontroleerbaar huilde.

Ze voelde een geruststellende hand op haar schouder. Een vrouw keek haar sympathiek aan. Riley herkende haar meteen. Het was agent Frisbie, de agent waarmee ze had gesproken in de nacht van de moord op Rhea.

‘Kom,’ zei Frisbie, terwijl ze Riley bij de hand nam. ‘Laten we gaan.’

HOOFDSTUK TWEEËNTWINTIG

Terwijl agent Frisbie Riley uit het bed hielp, hoorde Riley haar iets naar een van de agenten in de hal roepen. Het was een eenvoudige soort opdracht, maar op dit moment klonk het voor Riley als gebrabbel.

Riley hoorde wel het scherpe antwoord van een vrouw. ‘Denk je dat dat een goed idee is? Ik bedoel, is ze niet...?’

‘Spreek me niet tegen,’ snauwde Frisbie terug. ‘Hou het kort.’

Agent Frisbie nam Riley voorzichtig bij de arm en leidde haar de kamer uit. De gang leek pijnlijk verlicht en Riley moest haar ogen samenknijpen. Ze kon haar benen niet voelen, maar ze wist dat ze daar beneden moesten zijn, gehoorzaam haar meevoerend. Toch dacht ze niet dat ze op hen kon vertrouwen en ze was blij dat iemand haar ondersteunde.

Agent Frisbie leidde Riley naar de badkamer en zei: ‘Trek die kleren uit, schat, en geef ze aan mij. We gaan je even schoonmaken.’

Mechanisch gehoorzamend, trok Riley haar kleren uit. Terwijl ze ze uit trok gaf ze elk stuk aan agent Frisbie.

Frisbie vouwde de kledingstukken zorgvuldig op en deed ze allemaal in een grote plastic zak.

Toen ze eenmaal naakt was, voelde Riley zich vreemd onzeker over wat ze nu moest doen. Agent Frisbie trok Riley voorzichtig naar een douchecabine, draaide het water open en voelde eraan totdat het een goede temperatuur leek te hebben, en hielp Riley toen om naar binnen te stappen. Frisbie sloot de matglazen deur achter zich.

Terwijl het water over haar heen stroomde, besefte Riley dat ze huilde, dat ze al huilde vanaf het moment dat ze haar kamer had verlaten, maar zich daar niet bewust van was. De troostende stroming van water bracht haar tot bedaren en het huilen hield eindelijk op.

Het voelde goed om druppels heet water op haar lichaam te voelen vallen.

Maar daardoor voelde ze zich ook weer schuldig. Waarom mocht zij zich nog op de een of andere manier goed voelen? Ze zou niet eens mogen ademen.

De douchecabine was van een stuk zeep en een fles shampoo voorzien, dus Riley begon zich helemaal te schrobben. Het bloed leek van haar handen op te lossen voordat het weer op de betegelde vloer verscheen en in de afvoer verdween.

Riley’s geest begon weer helder te worden.

Ik was mezelf echt even kwijt, besefte ze.

Ze vroeg zich af waarom dat was?

Enkele weken geleden, toen ze de tweede persoon was die Rhea’s lichaam zag, was ze erin geslaagd om zichzelf onder controle te houden. Ze was zelfs zo helder geweest om te voorkomen dat andere studenten de kamer binnengingen en de plaats delict in de war brachten.

Deze keer was ze helemaal uit elkaar gevallen.

Natuurlijk had ze... had ze een sterkere band met Trudy gehad.

Maar waarom voelde ze zich deze keer zo schuldig?

Toen herinnerde ze zich weer wat Trudy tegen haar had gezegd voordat ze naar de Centaur’s Den waren gegaan...

‘Wat je ook doet, ga niet zonder mij weg.’

... waarop Riley had geantwoord...

‘Ik beloof het.’

Riley huiverde, ondanks de hitte van het water.

Nu begreep ze het verschil, ze had Rhea niets belóófd. Maar ze had haar belofte aan Trudy verbroken. Ze had die belofte moeten houden, ongeacht, ongeacht hoeveel Trudy had geprotesteerd, zelfs als ze Trudy van die quarterback vandaan had moeten slepen.

In plaats daarvan...

Een echt misselijkmakend besef begon over haar heen te overkomen.

Misschien, heel misschien, op het moment dat Trudy vermoord werd...

Had ik seks met Ryan.

De gedachte deed haar weer huiveren.

Maar deze afschuw ging veel te diep voor tranen. Ze wist dat ze dit vreselijke schuldgevoel nog heel lang bij zich zou dragen. Misschien wel voor de rest van haar leven.

Toen Riley eindelijk het water dichtdraaide en uit de douchecabine stapte, was agent Frisbie er niet meer.

In plaats daarvan zag ze een kleinere vrouwelijke agent, een jonge vrouw met een spits en onsympathiek gezicht. Ze droeg een naamplaatje met de tekst B. Danforth en ze hield een handdoek en een kleine stapel kleren vast.

De vrouw gaf Riley de handdoek en zei met een onaangenaam scherpe stem: ‘Droog jezelf af en kleed je aan. Ik heb deze voor je uit je kamer.’

Riley herinnerde zich dat ze agent Frisbie vanuit haar kamer een soort bevel had horen roepen aan iemand die had geantwoord...

‘Denk je dat dat een goed idee is?’

Nu begreep Riley het.

Agent Frisbie had deze vrouw, agent Danforth, opgedragen om een handdoek en kleding uit de kast van Riley te halen. Danforth was blijkbaar niet zo blij geweest met dat idee en afgaande op haar gezichtsuitdrukking was ze er nog steeds niet blij mee.

Riley droogde haar lichaam af en droogde vervolgens haar haren. Ze wilde Danforth niet vragen om een föhn uit haar kamer te halen. Toen trok ze de kleren aan die Danforth had meegebracht; schoon ondergoed, een spijkerbroek, een shirt en gympen.

Danforth leidde Riley terug naar de gang. Riley zag dat de politie nog steeds bij de deur van haar studentenkamer stonden, inclusief agent Frisbie. Een ander was agent Steele, de te zware, onvriendelijke politieagent die haar vragen op het politiebureau had afgebroken.

Maar Riley zag nergens studenten.

Waar was iedereen?

Toen herinnerde ze zich dat studenten in de nacht van de moord op Rhea de opdracht hadden gekregen om in hun kamer te blijven. Ze moeten nu allemaal weggedoken in hun kamer zitten en zich afvragen wat er net buiten hun deur aan de hand was. Riley benijdde hen bijna om hun tijdelijke afzondering.

Ze had zelf geen kans om zich te verstoppen toen Danforth haar naar de politie leidde.

Toen ze hen naderden, keek agent Steele argwanend naar Riley. Frisbie keek op van de aantekeningen die ze had gemaakt.

Danforth zei tegen Frisbie: ‘Wat wil je dat ik nu met haar doe?’

‘Breng haar naar de gemeenschappelijke ruimte,’ zei ze. ‘Probeer haar te helpen om zich comfortabel te voelen.’

Comfortabel? dacht Riley.

Daar was niet veel kans op.

Danforth bracht Riley naar de gemeenschappelijke ruimte, die net zo verstoken was van het studentenleven als de gangen. Riley ging op een bank zitten en Danforth ging tegenover haar in een stoel zitten.

De agent zei niets. Ze zat daar alleen maar grimmig en stil naar Riley te staren.

Wat is er aan de hand? vroeg Riley zich af.

Dacht Danforth dat zij Trudy had vermoord? Dachten alle agenten dat zij... behalve misschien agent Frisbie?

Als dat zo was, waarom dan?

Toen bedacht Riley zich...

Ik zat onder het bloed.

Ze moesten me van Trudy’s lichaam wegtrekken.

Waarom zouden ze me niet verdenken?

Riley vroeg zich af of ze gearresteerd zou worden?

Ze voelde zichzelf onder de beschuldigende blik van Danforth verwelken. Moet ze haar proberen uit te leggen wat er was gebeurd?

Als ik gearresteerd word, dan moet ik misschien mijn mond houden, dacht ze.

Toen hoorde ze buiten de gemeenschappelijke ruimte een paar ruziënde stemmen. De stemmen van agenten Frisbie en Steele.

Ze hoorde Frisbie zeggen: ‘We moeten haar naar een ziekenhuis brengen.’

Ze hoorde Steele antwoorden: ‘Waarom? Ze is niet gewond.’

‘Ze is nog steeds in shock,’ zei Frisbie.

‘Ik wil haar alleen wat vragen stellen,’ zei Steele.

Riley hoorde Frisbie een afkeurend gegrom uiten en weglopen.

Steele liep de gemeenschappelijke ruimte binnen. Hij knikte naar agent Danforth, die dat leek op te nemen als een stil bevel om te vertrekken. Danforth stond op en verliet de kamer, en de dikke man met het rode gezicht ging op haar plaats zitten.

Hij staarde even naar Riley.

Toen zei hij: ‘Je bent een vreselijk nieuwsgierige jonge vrouw of niet?’

Riley wist niet wat ze moest zeggen of zelfs wat hij bedoelde.

Bedoelde hij ‘nieuwsgierig’, zoals iets willen weten, of een ongewoon persoon zijn?

Misschien allebei, dacht ze.

Steele zei: ‘Ik herinner me dat ik je in de deuropening van het eerste slachtoffer zag staan toen we die avond binnen kwamen. Toen kwam je een paar dagen later het bureau binnen om vragen te stellen. ‘Hoe gaat het onderzoek?’ wilde je weten. En nu hebben we een tweede slachtoffer en zij is toevallig je huisgenoot.’

Hij viel stil en liet Riley zich afvragen...

Stelt hij een vraag?

Als dat zo was, dan had ze geen idee wat ze tegen hem moest zeggen.

Uiteindelijk voegde Steele eraan toe: ‘Misschien is er iets dat je me wilt vertellen.’

Riley was nu echt verbijsterd. Toen hoorde ze een diepere mannenstem uit de deur van de gemeenschappelijke kamer.

‘Oh, in godsnaam, Steele. Wat denk je dat je aan het doen bent?’

Riley’s hoofd draaide zich om, om te zien wie er had gesproken. Ze was opgelucht dat Dr. Zimmerman zojuist de kamer was binnengelopen, vergezeld door agent Frisbie.

Zimmerman sloeg zijn armen over elkaar en staarde naar Steele, die er allesbehalve blij uitzag om hem te zien.

Steele gromde: ‘Dit zijn politiezaken, Zimmerman... niet die van jou.’

Het was duidelijk dat de twee mannen elkaar kenden, en ze elkaar absoluut niet mochten.

‘Ga je deze studente arresteren?’ vroeg Zimmerman. ‘Als dat zo is, dan kun je haar beter haar rechten voorlezen.’

Steele fronste zwijgend.

Zimmerman sprak met een ferme stem. ‘Laat dit meisje met rust. Ze is geen verdachte.’

‘Hoe weet je dat?’ zei Steele.

‘Omdat ik toevallig een paar dingen over moordenaars weet,’ antwoordde Zimmerman. ‘En ik ken dit meisje. Ze is gevoelig en slim, ze heeft niemand vermoord en ze verdient het niet om gepest te worden.’

Agent Frisbie kantelde haar hoofd naar Steele en wees naar de gang.

‘Kom op, Nat,’ zei ze. ‘Laat dit arme kind met rust. We hebben echt werk te doen.’

Even leek het erop dat agent Steele in discussie zou gaan. Maar toen stond hij met tegenzin op en volgde Frisbie de kamer uit.

Dr. Zimmerman ging op de bank naast Riley zitten en hield haar beide handen vast.

‘Oh, lieverd, ik weet dat dit vreselijk voor je is,’ zei hij. ‘Ik ben gekomen zodra ik hoorde wat er was gebeurd. Is het waar? Was het deze keer echt je kamergenoot?’

Riley knikte.

‘Het spijt me vreselijk,’ zei Dr. Zimmerman.

Na de grimmige kilte van agenten Danforth en Steele vond Riley de vriendelijke aanwezigheid van de professor een verrassende verandering; zelfs een schok voor haar systeem.

Hoe moest ze ermee omgaan?

Hoe kon ze haar emotionele muur laten zakken?

Alsof hij op haar onuitgesproken vraag antwoordde, zei Dr. Zimmerman: ‘Je kunt met me praten. Het is goed.’

Tranen stroomden over Riley’s wangen.

Ze zei: ‘Ik heb dit niet gedaan, Dr. Zimmerman. Ik heb Trudy niet vermoord.’

‘Ik weet dat je dat niet gedaan hebt,’ zei Dr. Zimmerman.

‘Maar...’

Ze kon de rest van wat ze bedoelde niet zeggen.

Dr. Zimmerman sprak haar gedachte voor haar uit.

‘Je denkt dat het jouw schuld was. Je denkt dat je verantwoordelijk bent.’

Riley knikte opnieuw en hield een opkomende snik tegen.

Dr. Zimmerman kneep in haar handen.

‘Vertel me de waarheid,’ zei hij. ‘Was er een deel van jou dat dit wílde laten gebeuren? Heb je ook maar het geringste spoor van zo’n wens, zelfs voor een vluchtig moment gevoeld?’

‘Nee,’ zei Riley.

‘Natuurlijk heb je dat niet,’ zei Dr. Zimmerman. ‘Iemand anders heeft dit gedaan, jij niet. Jij bent niet verantwoordelijk. Het was niet jouw schuld.’

Dr. Zimmerman tilde haar kin op en keek haar in de ogen.

‘Het was niet jouw schuld,’ zei hij opnieuw. ‘Ik ben geneigd om dat als een plaat die blijft hangen te blijven zeggen. Je kunt er zelfs genoeg van krijgen om me dat te horen zeggen. Maar het is waar en je moet het geloven. Het is niet jouw schuld.’

Riley wilde hem geloven. Maar ze merkte dat ze zich hun gesprek in zijn kantoor van een paar weken geleden herinnerde, toen hij had gezegd...

‘We moeten geen paniek veroorzaken door onze vermoedens te verspreiden.’

Ze zei: ‘Hadden we het fout, Dr. Zimmerman? Hadden we iedereen moeten laten weten wat we dachten? Over de moordenaar, bedoel ik. Dat hij waarschijnlijk weer zou gaan moorden.’

Ze zag een flits van onzekerheid in de ogen van Dr. Zimmerman.

Hij haalde diep adem en zei: ‘We waren slechts twee mensen met een ingeving. We moeten niet aan onszelf twijfelen. We moeten met het hier en nu omgaan.’

Riley zweeg even en zei toen: ‘Verdenken ze mij? De politie, bedoel ik?’

Zimmerman dacht even na en zei toen: ‘Heb je een mes in de kamer gezien? Heeft de moordenaar het moordwapen achtergelaten?’

Riley probeerde te denken... hád ze een moordwapen gezien?

Zou ze het zelfs gezien hebben als het er was geweest?

‘Ik denk het niet,’ zei ze. ‘Ik weet het niet zeker.’

Zimmerman krabde aan zijn kin en zei: ‘We zullen moeten zien. Maar als het überhaupt mogelijk is, dan wil ik je hier weghalen. Je bent nog steeds in shock. Wil je dat ik je naar het ziekenhuis breng?’

Riley huiverde als ze eraan dacht om de nacht in zo’n koude en onpersoonlijke omgeving door te moeten brengen.

Yaş sınırı:
0+
Litres'teki yayın tarihi:
15 nisan 2020
Hacim:
271 s. 3 illüstrasyon
ISBN:
9781094304588
İndirme biçimi: