Kitabı oku: «Een Reis naar het Land van de Cacao en de Suiker»

Yazı tipi:

Th. Dufau

Een Reis naar het Land van de Cacao en de Suiker


Gepubliceerd door Good Press, 2022

goodpress@okpublishing.info

EAN 4064066310578

Inhoudsopgave

Omslag

Titelblad

Tekst

Een zending naar Barbados, Engelsch Guyana en Trinidad.

Inhoudsopgave

Naar het Fransch van Th. Dufau.


Een modern ingerichte suikerfabriek te Barbados.

Door de Kamers van Landbouw te Guadeloupe was mij, in October 1901, opgedragen, in Barbados, Engelsch Guyana en Trinidad den economischen en industrieelen toestand dezer streken van nabij te bestudeeren. Dit geschiedde op aandringen der voornaamste planters en suikerfabrikanten, toen door de aanhoudende daling der suikerprijzen het bestaan der kolonie gevaar liep.

Gedurende de jaren, die voor Martinique en Guadeloupe het voorspoedigst waren, d. w. z. tusschen 1860 en 1884, werd bijna niet anders dan suiker uitgevoerd.

In die dagen bedroegen de inkomsten, die Guadeloupe aan den handel in suiker had te danken, jaarlijks gemiddeld 25 millioen francs, een aanzienlijke som, als men de betrekkelijk geringe oppervlakte van het bebouwde gebied en het kleine aantal inwoners in aanmerking neemt.

Van 1884 af echter begonnen de prijzen, onder den invloed der nieuwe wetten, welke ten doel hadden de mededinging van Duitschland te weren, aanhoudend te dalen, en die toestand duurt nog onveranderd voort. In de laatste maanden van 1901 brachten 100 kilogram suiker, die vóór 1884 60 of 70 francs zouden gekost hebben, niet meer op dan 30 tot 32 francs. Die cijfers kenschetsen het geheele verloop der crisis, die de fransche kolonies in de Antillen ten val heeft gebracht, en men kan zich gemakkelijk voorstellen, dat zulk een geduchte prijsvermindering, binnen zoo korten tijd, verschrikkelijke gevolgen na zich moest sleepen. Leeningen uit de koloniale staatskas konden in dien treurigen toestand ook geen afdoende verbetering brengen; daar de gevraagde rente dikwijls tien percent bedroeg, en zoodoende de geboden hulp slechts een uitstel van executie beteekende.

Daarbij kwamen andere rampen, waardoor de ongelukkige eilanden werden geteisterd. Wij behoeven slechts te herinneren aan de aardbeving te Guadeloupe in 1897, den cycloon van 1899, en een verschrikkelijken brand, die in 1900 bijna een derde van de hoofdstad in asch legde. Doch deze kleine eilanden bezitten veel levenskracht, zij laten den moed niet zakken, en ongetwijfeld zouden de inwoners, indien de suikercultuur nogmaals tot bloei geraakte, de gevolgen dezer rampen spoedig weder te boven zijn. De regeering beschouwt dan ook den landbouw als het punt, dat haar voornaamste zorg vereischt, en acht het van het hoogste belang, de beletselen uit den weg te ruimen, welke den uitvoer van een zoo belangrijk product belemmeren. Een ding is zeer opmerkelijk, dat de naburige engelsche koloniën, die zich eveneens op de suikercultuur hebben toegelegd, ondanks alle tegenheden hun productie niet verminderden. Moest men hieruit niet afleiden, dat zij de suiker goedkooper konden produceeren? Het feit scheen merkwaardig genoeg, om er de oorzaken van na te gaan.

De voorafgaande inleiding achtte ik noodig, om den lezer eenigszins van het doel mijner reis op de hoogte te stellen, en hem te doen begrijpen, waarom ik sommige punten meer uitvoerig dan andere behandel.

Den 30sten December 1901 ging ik aan boord van het stoomschip Roraima, van de Quebec Steamship Company, een canadeesche maatschappij, die een geregelden dienst onderhoudt tusschen New-York en West-Indië, en wier booten Martinique en Guadeloupe geregeld aandoen. Deze stoombooten dienen voornamelijk voor goederenvervoer, maar hebben toch eenige zeer gemakkelijk ingerichte hutten ten gerieve van passagiers. Het kleine aantal reizigers werkt een vlugge bediening in de hand, en deze booten zijn dan ook zeer in trek bij de Amerikanen, voor wie een winteruitstapje naar de Antillen een modereis geworden is, zooals het gebruikelijke verblijf aan de Riviera voor den Parijzenaar. Thans kan ik mij helaas die aangename dagen op de Roraima niet anders dan met een huivering van medelijden voor den geest roepen; want vier maanden nadat ik de reis deed, is deze boot vergaan bij de verschrikkelijke ramp der verwoesting van Saint Pierre. Den 31sten December voeren wij voorbij de ten ondergang gedoemde stad, die feestelijk het Oude- en Nieuwejaar vierde, en een vroolijken, schilderachtigen indruk maakte, al verrees op den achtergrond ook de geduchte Mont Pelée. Vandaar zetten wij koers naar Sint Lucia, een eiland, dat in taal en zeden fransch is gebleven, hoewel het reeds honderd jaren in het bezit van de Engelschen is. De stoomboot wierp het anker in de baai van Castries, een bijna gesloten haven, die door de Engelschen is versterkt. De heuvels in den omtrek zijn niet bebouwd; men ziet er slechts engelsche villa’s, en verder kazernes en barakken. Sint Lucia is het middelpunt van Engelands verdediging ter zee in de Engelsche Antillen. Van dit eiland naar Barbados duurt de overtocht omtrent tien uren, en de zee is hier in den regel zeer onstuimig. Wij zijn in de streek der passaatwinden, die hier een groot deel van het jaar heerschende zijn.

Den 2den Januari 1902 krijgen wij bij het aanbreken van den dag de vlakke kust van Barbados in het gezicht, het eerste eiland, waar ik eenigen tijd denk te vertoeven. Zoodra het anker is geworpen, gevoelt men reeds, dat men op engelschen bodem is. Aan beide zijden van de scheepstrap komt een politieagent staan, die de nummers afroept der booten, waarin de passagiers zich aan wal mogen begeven. Alles gaat dus zeer ordelijk toe. Die politieagenten worden bijna uitsluitend gekozen uit de inlandsche bevolking; maar zij doen, wat hun houding en voorkomen betreft, niet onder voor de agenten, die men in de straten van Londen ziet, en dragen bijna dezelfde uniform. Ze weten zich te doen gehoorzamen door een bevolking, die den eerbied der Engelschen voor de vertegenwoordigers der wet heeft overgenomen. In dit opzicht valt een vergelijking met de fransche koloniën niet ten gunste der laatste uit. Doch als onnadenkende en oppervlakkige reizigers het ongelukkig voorkomen der inlandsche soldaten te Martinique en Guadeloupe toeschrijven aan de minderwaardigheid van het ras, vergissen zij zich zeer, en om van het tegendeel overtuigd te worden, behoeft men slechts de manoeuvres bij te wonen der brandweer en politie, of de soldaten van een “West India regiment” op de parade te zien. De zwarten der Antillen kunnen tot uitstekende soldaten worden gevormd, en als onze koloniën daarin slecht zijn geslaagd, moet dit worden toegeschreven aan gemis aan behoorlijke opleiding. In plaats van soldaten te werven op goed geluk en zonder voorafgaand onderzoek, kiezen de Engelschen hun rekruten met het oog op hun lichamelijke gesteldheid, en laten hen door europeesche officieren terdege drillen in de kazerne, waar zij een bepaalden tijd moeten doorbrengen, en examens moeten afleggen, terwijl zij later een betrekkelijk hooge soldij ontvangen.

Barbados is een belangrijk middelpunt voor het vrachtgoederenvervoer. De heer Paravicino, de vriendelijke consul van Italië en Oostenrijk-Hongarije, was zoo welwillend, mij hieromtrent uitvoerige inlichtingen te verschaffen. Hoewel de reede van Bridgetown open is, komen hier toch alle schepen voor anker, daar hier niet alleen door de naburige eilanden, maar door het geheele vasteland aanvraag wordt gedaan naar gelegenheden om vrachtgoederen te vervoeren. Barbados is als het ware een groot bureau van inlichtingen op dit gebied, en men moet den ondernemingsgeest der kooplieden bewonderen, die zoo uitstekend partij wisten te trekken van de geografische ligging van het eiland. Dit drukke verkeer geeft een levendig voorkomen aan de haven, die door haar dokken en werkplaatsen ruimschoots gelegenheid biedt om schepen te bewapenen, of te herstellen, als zij averij hebben beloopen.

De eigenlijke stad telt, op een betrekkelijk geringe oppervlakte, twintigduizend inwoners; het totale cijfer der bevolking bedraagt echter zeer veel meer, als men de voorsteden mederekent, die zich naar alle zijden uitstrekken. Verscheiden fraaie gebouwen verdienen afzonderlijke vermelding, zooals dat van de “Barbados Life Insurance Society”, de “Public Buildings”, of het Gouvernementsgebouw, de “Colonial Bank”, en vooral het prachtige Marine Hotel, dat omgeven is door uitgestrekte grasperken, en waar vreemdelingen, vooral Noord-Amerikanen, in grooten getale den winter komen doorbrengen. Van December tot April houdt hier de temperatuur het midden tusschen 20 en 26 graden Celsius. De toeristen der Vereenigde Staten, die niet van koude winters houden, vinden in Barbados een ideaal klimaat, dat bijzonder gezond is. De bodem van het eiland, die uit koraalvormingen bestaat, is zeer droog.

Nergens vindt men er die stilstaande poelen en moerassen, die zooveel voorkomen op de eilanden der golf van Mexico, en die malaria en koorts verwekken. Sedert de cholera in 1854 hier heeft gewoed, zijn ook alle voorzorgen om de volksgezondheid te bevorderen, zeer streng toegepast, en thans is de moeraskoorts bijna uit Barbados verdwenen.

Misschien is aan deze gelukkige omstandigheden de aanhoudende toename der bevolking te wijten, waarvan de aanwas zoo groot is, dat hierdoor in tijden van hongersnood zeer bepaald gevaar zou zijn te duchten.

Volgens de laatste opgaven, in 1900, telde het eiland 200000 inwoners, op een oppervlakte van nog geen 60000 hectaren. In dichtheid kan deze bevolking slechts wedijveren met enkele districten van Java, of sommige plaatsen in Saksen en Lancashire. Als men een rijtoer maakt langs de fraaie buitenwegen, of een tochtje per spoor doet van Bridgetown naar Bathsheba, krijgt men den indruk, alsof de groepjes huizen, die men overal verstrooid ziet, weldra allen met elkander zullen verbonden zijn en slechts één groot dorp zullen vormen. Het leven is er niet duur, daar een zeer liberaal stelsel van inkomende rechten allerlei waren, onverschillig uit welke streken zij worden aangevoerd, in het land toelaat, en bovendien de levensmiddelen zeer goedkoop zijn. De volksklasse voedt zich bijna uitsluitend met vruchten en wortelen (bananen, aardappelen, mangos) en visch. De “vliegende visch” wordt verbazend veel gegeten, en in ongeloofelijke massa’s gevangen in de wateren, die het eiland omringen. In geval de vangst bijzonder voorspoedig is, wordt deze visch verkocht voor één of anderhalven stuiver het pond.

Ondanks deze gunstige levensvoorwaarden is toch de dichtheid der bevolking oorzaak, dat velen van de mannen hun geluk in naburige kolonies gaan beproeven. Zij namen bijvoorbeeld in grooten getale deel aan den arbeid voor de doorgraving van het kanaal van Panama, waarbij hun werkkracht en volharding zeer werden op prijs gesteld.

Hierdoor is de verhouding tusschen het aantal mannelijke en vrouwelijke bewoners zeer ongelijk; in 1896 waren er 101000 vrouwen, tegen 81000 mannen. Sir Frederic Hodgson, de gouverneur van het eiland, zeide mij in een particuliere audiëntie, hoezeer deze quaestie der overbevolking hem van gewicht scheen. Het aantal vrouwen te doen verminderen, door ze naar andere koloniën en het buitenland te zenden, scheen hem het eenige middel om dit gevaar te bestrijden. Daarom ondersteunt hij ijverig de pogingen der verschillende vereenigingen, die zich ten doel hebben gesteld, de jonge meisjes en vrouwen van Barbados betrekkingen buitenslands te bezorgen. Zoo heeft de Victoria Emigration Society, die in de Vereenigde Staten haar agentschappen heeft, met vrucht voor dit doel gewerkt. De inwoners van Barbados koesteren echter een groote gehechtheid aan hun geboortegrond, en komen er dikwijls terug, als zij genoeg hebben overgespaard.

Zij zijn allen zeer verkleefd aan de engelsche regeering, en stellen er prijs op, dat hun klein landje, als een schildwacht in den Atlantischen Oceaan gelegen, de eerste engelsche kolonie van de Nieuwe Wereld geweest is. In 1605 bracht de schoener “Olive Blossom” er de eerste emigranten, die het eiland in bezit namen voor Jacob I. Sedert is het altoos engelsch gebleven, heeft trouw zijn bijdragen in geld en manschappen geleverd voor al de oorlogen in de zee der Antillen, en zijn inwoners ondernamen als echte boekaniers krijgstochten tegen Martinique, Guadeloupe en Dominica. De bewoners noemen zich “little Englanders” en apen tot in het bespottelijke de gewoonten van het moederland na.

Er zijn hier meer blanken, in verhouding tot het aantal zwarten en kleurlingen, dan in de andere koloniën der kleine Antillen. Hoewel vele families Barbados hebben verlaten, vooral na de crisis in de suikerproductie, wonen toch op het eiland nog meer dan 15000 blanken, waaronder sommigen afstammen van de eerste kolonisten. Daar de Ieren hier bijzonder lastig waren, werd in 1644 een verbod uitgevaardigd, om iersche kolonisten op het eiland toe te laten. De engelsche taal is de eenige, die hier gesproken wordt, en alles draagt een door en door engelsch karakter.

Not available
This book is not available in your country. If you are using VPN, please disable it

Türler ve etiketler

Yaş sınırı:
0+
Litres'teki yayın tarihi:
17 ocak 2025
Hacim:
57 s. 13 illüstrasyon
ISBN:
4064066310578
Yayıncı:
Telif hakkı:
Bookwire
İndirme biçimi:

Benzer kitaplar