Kitabı oku: «De Hogerveldt's: Oorsponkelijk Tooneelspel in 3 Bedrijven»

Yazı tipi:

Johan Jacob Estor, P. A. Daum

De Hogerveldt's: Oorsponkelijk Tooneelspel in 3 Bedrijven


Gepubliceerd door Good Press, 2022

goodpress@okpublishing.info

EAN 4064066404789

Inhoudsopgave

EERSTE BEDRIJF

EERSTE TOONEEL.

TWEEDE TOONEEL.

DERDE TOONEEL.

VIERDE TOONEEL.

VIJFDE TOONEEL.

ZESDE TOONEEL.

ZEVENDE TOONEEL.

ACHTSTE TOONEEL.

NEGENDE TOONEEL.

TWEEDE BEDRIJF

EERSTE TOONEEL.

TWEEDE TOONEEL.

DERDE TOONEEL.

VIERDE TOONEEL.

VIJFDE TOONEEL.

ZESDE TOONEEL.

ZEVENDE TOONEEL.

ACHTSTE TOONEEL.

NEGENDE TOONEEL.

DERDE BEDRIJF

EERSTE TOONEEL.

TWEEDE TOONEEL.

DERDE TOONEEL.

VIERDE TOONEEL.

VIJFDE TOONEEL.

ZESDE TOONEEL.

ZEVENDE TOONEEL.

ACHTSTE TOONEEL.

NEGENDE TOONEEL.

TIENDE TOONEEL.

ELFDE TOONEEL.

TWAALFDE TOONEEL.

DERTIENDE TOONEEL.

VEERTIENDE TOONEEL.

 PERSONEN.

 Van Hogerveldt, Directeur eener industriëele onderneming.

 Mevrouw Van Hogerveldt, zijne echtgenoote.

 Mr. Karel Van» Hogerveldt,» hun zoon.

 Louise Van» Hogerveldt,» hunne dochter.

 Anna, verloofde van Karel.

 Mr. Willem Verhagen, vriend van Karel.

 Vredenburch, President-Commissaris.

 Dekkers,Commissarissen.Ter Maten,Van Haaften,Loosburg,

 Betje, dienstmaagd.

 Een bediende.

[5]

[Inhoud]

EERSTE BEDRIJF

Inhoudsopgave

Een tuin bij de woning van Van Hogerveldt. Rechts een priëel. Links Van Hogerveldt aan een tuintafel de courant lezende. In het priëel Karel druk schrijvende. Anna wandelt op den achtergrond in den tuin en maakt een ruiker.

[Inhoud]

EERSTE TOONEEL.

Inhoudsopgave

Van Hogerveldt, Karel, Anna. Later Betje.

Van Hogerveldt.

’t Is alweêr slecht gesteld met de fondsen. De meesten sinds gisteren gerezen en dat als men à la baisse speculeert. ’t Is onpleizierig. Enfin! Afwachten maar; ’t zal wel terecht komen. (Hij legt de courant neêr. Tot Karel.) Wat zit je weêr druk te werken, Karel. Als je eens ’n uur of wat hier komt, breng je altijd nog stukken meê. Ik heb al zoo dikwijls gezegd, dat ge tegen u zelven handelt. Je moest wat meer van ’t leven profiteeren, zooals wij.

Karel, gemelijk.

Alweêr ’t oude lied. Als u, ma en Louise plezier hebben in uitgaan, mij wel, laat mij echter het genoegen van mijn arbeid.

Van Hogerveldt.

Maar waarvóór werk je toch wel zoo afschuwelijk hard? Anna zal het waarachtig ook niet prettig vinden. Ze schijnt [6]ten minste haar troost bij de bloemen te zoeken. Om den broode behoef je het niet te doen!

Karel.

Nu ja, dat weet ik!

Van Hogerveldt.

Toen je nog geen meester in de rechten waart, komaan.…. dat begrijp ik, maar nu ben je gepromoveerd en hebt bovendien een aardige rente van het legaat van tante Caroline, die jou universeel erfgenaam heeft gemaakt, omdat je naar haar heette.

Karel.

Waartoe mij dat weêr te verwijten, vader? U weet dat tante altijd veel met mij op bad; zij kon toch met haar geld doen, wat zij wilde, en wat mijn graad betreft, denkt u soms, dat ik alleen heb gestudeerd om daarmeê te pronken?

Van Hogerveldt.

Volstrekt niet. En ik benijd je ook niet om die erfenis, want geld heb ik, Goddank, niet noodig; mijn betrekking is een van de weinige, die bij matigen arbeid veel opleveren kunnen. Ik zei het alleen in je eigen belang. Je zoudt van je geld veel meer kunnen genieten, en wanneer je, zooals je stand dat toch eigenlijk meêbrengt, de schouwburgen, bals en concerten trouw bezocht, dan zou je.… (omziende naar Anna, en naar Karel toegaande) dan zou je misschien in de gelegenheid zijn geweest om een goede partij te doen, terwijl je nu een meisje.… dat wel iets bezit, nu ja, maar.… Of zou je dan toch met je praktijk blijven woekeren?

Karel, beslist.

Dat zou ik zeker. Overigens heb ik nog geen trouwplannen. In ieder geval ik heb mijn keus gedaan. Wat wil men meer? Daarbij heeft ieder zoo zijn illusie. De mijne is eenvoudig: veel reputatie en praktijk te verwerven. Wat de uwe is, pa, dat heb ik in waarheid tot nog toe niet recht begrepen.

Van Hogerveldt.

Mijn illusie? Ik heb geen illusies noodig. Ik heb alles wat ik verlang.

[7]

Karel.

Zoo? dan feliciteer ik u; dan zijt u wel een gelukkig mensch! Maar.… de toekomst?

Van Hogerveldt.

De toekomst?.… Wàt toekomst?

Karel.

Wel, dat is toch nog al eenvoudig. Uw zaken, ’t is waar, leveren een ruim bestaan op, maar u weet beter nog dan ik, hoe het met zaken gaat: wat heden bloeit, valt wellicht morgen af!

Van Hogerveldt.

Ho, ho, wat ben je weêr pessimistisch. Als de hemel valt, zijn we allen dood, zooals het spreekwoord zegt.

Karel.

Enfin, houd mij ten goede, dat ik daar anders over denk. Ieder moet maar doen, naar hem dat ’t beste schijnt; mij komt het voor dat u de zaken nog al zonderling inziet. Sedert een paar jaren wordt hier verbazend veel geld verspild aan weelde. Uitgaan, partijen, kleeding, ’t wordt alles enorm hoog opgevoerd. Dat gaat nu goed, maar .…

Van Hogerveldt, lachend.

Wel zeker, nu nog fraaier! Het mankeert er maar aan, dat je mij de les gaat lezen!

Karel.

Och, dat is mijn bedoeling niet, als u mij dan ook mijn eigen zin laat volgen. (Keert zich weêr aan zijn schrijftafel.)

Van Hogerveldt, ter zijde.

Altijd nog eigenwijs! Er valt niet tegen te redeneeren. Enfin, later zal hij er wel anders over denken. (Weder de courant inziende.) ’t Meest spijt het mij van die weergasche Maxwells, die gaan met stoom omlaag; terwijl de andere, die dalen moesten, rijzen dat het verschrikkelijk is. Juist het tegendeel van hetgeen ik wenschte. Ik heb er nog al wat in zitten; ’n kwade boel!

Anna, naar hem toekomende.

Ik geloof dat u op Karel aan ’t pruttelen was, omdat hij weêr zit te werken, is ’t niet?

[8]

Van Hogerveldt.

Och kind, ik zei alleen maar, dat hij veel te hard werkt en het zijne er niet van neemt. Hij behoeft het immers niet te doen?

Anna.

Nu ja; Karel is nog jong. Hij kan best nog wat werken. En u moet toch ook eens om mij denken. Als hij nu veel geld verdient, dan komt ons beiden dat later ten goede. Zie eens, wat ik voor u gemaakt heb. Is het geen lieve bouquet?

Van Hogerveldt.

Dank je, Anna, dank je. Ik bedoelde alleen, zie je, dat Karel reeds genoeg inkomen heeft om te kunnen trouwen en dat hij in plaats daar aan te denken, maar blijft werken, werken als hing zijn leven er aan.

Anna, naar Karel gaande en een roos aan zijn jas hechtende.

Zie zoo, ben je nu haast klaar, al te ijverige meneer? Kom, ik zou het er nu voor vandaag maar bij laten.

Karel.

Ja, Anna, ik heb nog slechts éen brief te schrijven, dan ben ik gereed.

Anna.

Nu, dan zal ik intusschen gaan zien of ik voor jou ook nog een bouquetje kan maken. (Gaat naar den achtergrond.)

Betje, uit het woonhuis rechts tot Van Hogerveldt.

Mijnheer, hier is een telegram voor u.

(Af.)

Van Hogerveldt, ter zijde.

Wat zou dàt zijn? (Hij leest. Ontsteld.) Alle duivels, ’n rechte Jobstijding! «De vrede meer dan ooit verzekerd. Amerikanen 10 pct. vooruitgegaan.» En ik, die zoo zwaar à la baisse ben geëngageerd. ’t Is om razend te worden!

Karel, naar hem toegaande.

Wat is het pa, toch geen slecht nieuws? ’t Schijnt, dat het telegram u doet ontstellen?

[9]

Van Hogerveldt.

Ontstellen? Och neen, beste jongen, zoo’n kleinigheid schrikt mij niet af. Ik had op de daling van Amerikanen gerekend, omdat naar ik meende oorlog onvermijdelijk was. Men bericht me nu, dat die vervloekte vredemannen hun zin hebben gekregen en er van den oorlog niets komt. Dat is alles.

Karel.

Vervloekte vredemannen! Hoe kunt u dat in ernst meenen? Maar waarom speculeerde u ook op een oorlog, die nog zoo geheel onzeker was? ’t Is nog al erg, hè, want ik heb wel bemerkt dat het telegram u zeer onaangenaam verraste.

Van Hogerveldt.

Och, neen, ’t maakt zoo veel niet uit, Karel. Trek jij je daar maar geen harnas over aan. Je hebt van die zaken geen verstand. Ik ben er zeker van dat ik, b.v. met mijn speculatie in Egyptenaren, het dubbele zal terugwinnen.

Karel, met een zucht.

Ik wil het hopen. U zoudt anders de eerste niet zijn, die slecht van zulke buitenlandsche reizen afkwam.

[Inhoud]

TWEEDE TOONEEL.

Inhoudsopgave

De vorigen. Mevrouw van Hogerveldt, Louise, Dekkers en Betje.

Mevr. Van Hogerveldt, gevolgd door Louise en Dekkers.

Daar zijn we al. Dag pa! Wat hebben we een plezier gehad en wat een prachtig weêr! Dag Anna, dag kind, ben jij ook hier vandaag? Komaan dat is goed; en waar is Karel? (In het priëel ziende.) Wel, wel, zit je daar alweêr met papieren voor je? Je zult je nog ziek maken met al dat geschrijf. Foei! foei! (Zij beweegt een waaier voor het gelaat.)

[10]

Van Hogerveldt.

Goede morgen, goede morgen! Bonjour, Dekkers. Dus je hebt je nog al geamuseerd?

(Karel blijft zitten werken; Louise kust Anna en knoopt een stil gesprek met haar aan.)

Mevr. Van Hogerveldt.

O, bijzonder! We hebben een allerliefsten rit gemaakt en het gezelschap van onzen waarden Dekkers heeft het aangename daarvan niet weinig verhoogd, niet waar Louise?

Louise, spottend.

Zeker, mama. Dank zij vooral mijnheer Dekkers, die zoo onderhoudend is, hebben we ons uitstekend geamuseerd. U weet, ik houd veel van praten. (Ter zijde tot Anna.) Ik geloof niet, dat hij onderweg twintig woorden gesproken heeft.

Van Hogerveldt.

Wel, wel, Dekkers, je schijnt de lieveling van de dames te zijn.

Dekkers.

Te veel eer. Men doet natuurlijk zijn best om haar aangenaam bezig te houden.

Mevr. Van Hogerveldt.

En nu zal ik je eens laten zien, wat ik heb meêgebracht. Een paar prachtige antieke vazen, om ons salon meê te versieren! (Naar binnen roepende.) Betje, breng die vazen, eens hier, die in het rijtuig stonden.

Betje, de vazen brengende.

Als ’t u belieft, mevrouw. Waar wilt u ze hebben?

Mevr. Van Hogerveldt.

Zet ze maar op de tafel bij mijnheer. (Tot Van Hogerveldt.)

Hoe vind je dat nu? Prachtig hè? Kijk eens, zoo ziet men ze niet veel. (Tot Karel.) Kom eens hier Karel, je bent toch zoo’n minnaar van die dingen, niet waar?

Karel, naderbij komende en een vaas in de hand nemende.

Ja wel, maar u moet me niet kwalijk nemen, dat ik over deze vazen zoo niet roepen kan.

[11]

Van Hogerveldt, tot Dekkers.

Natuurlijk! Och, dat is zoo z’n gewoonte. Afkeuren, alles afkeuren maar.

Mevr. Van Hogerveldt.

Wat zeg je daar? Vind je ze niet prachtig?

Karel.

Het is de vraag niet hoe ik ze vind, ma, maar hoe ze zijn. En in dat opzicht kan ik u verzekeren, dat het niet veel bijzonders is. Het ligt er ook al aan, wat ze kosten.

Mevr. Van Hogerveldt.

O! dat is niet veel. Nog geen 800 gulden. Daar ben ik toch nooit aan bekocht.

Karel.

Aan bekocht? Zeker voor meer dan de helft. Maar hoe is het ook mogelijk om daar zooveel geld voor te geven.

Dekkers.

U vergist je toch zeker, mijnheer, het is waarlijk niet duur. ’t Is een prachtig stel. Ik heb er zelden zoo een gezien.

Karel.

Dat kan wel zijn, mijnheer Dekkers, maar het bewijst op zich zelf nog niets. Ik ken dat goed, en verzeker u, dat deze vazen veel te duur zijn betaald.

Mevr. Van Hogerveldt.

Dacht ik niet, dat hij ’t weêr zou afkeuren? Nu, ik vind ze prachtig, hoor! en u, Hogerveldt?

Van Hogerveldt.

Wel waarachtig zijn ze mooi, maar wat zal ik je zeggen? Karel is niet best geluimd vandaag.

Karel, naar zijn plaats gaande.

Ik zou niet weten waarom! maar als men mijn oordeel vraagt, dan dien ik het toch eerlijk te zeggen, niet waar?

Dekkers, ter zijde.

Ja, dàt is een gewoonte bij de advocaten.

[12]

Van Hogerveldt.

Maar daarom moet je niet denken, dat je het altijd beter weet dan een ander. Ik vind, dat mama niet te duur heeft gekocht en daarmeê, basta!

(Dekkers heeft zich bij de dames gevoegd en is met dezen in een druk gesprek gewikkeld. Mevrouw Van Hogerveldt heeft een der kranten opgevat evenals Van Hogerveldt.)

[Inhoud]

Ücretsiz ön izlemeyi tamamladınız.

Türler ve etiketler

Yaş sınırı:
0+
Litres'teki yayın tarihi:
16 ocak 2025
Hacim:
70 s. 1 illüstrasyon
ISBN:
4064066404789
Yayıncı:
Telif hakkı:
Bookwire
İndirme biçimi: