Kitabı oku: «Keltische Mythen en Legenden»
T. W. Rolleston
Keltische Mythen en Legenden

Gepubliceerd door Good Press, 2022
EAN 4064066071578
Inhoudsopgave
Inleiding.
Lijst van illustraties.
Hoofdstuk I: De Kelten in de oude geschiedenis.
Oudste mededeelingen.
Het echte Keltische ras.
De gouden eeuw der Kelten.
Bondgenootschappen met de Grieken.
Alexander de Groote.
De plundering van Rome.
Keltische plaatsnamen in Europa.
Oude Keltische kunst.
Kelten en Germanen.
Ondergang van het Keltische rijk.
De eigenaardige historische gesteldheid van Ierland.
Het Keltische karakter.
De beschrijving van Caesar.
Strabo over de Kelten.
Polybius.
Diodorus.
Ammianus Marcellinus.
Rice Holmes over de Galliërs.
Zwakheid der Keltische politiek.
De classieke staat.
Teutoonsche trouw.
De godsdienst der Kelten.
De vervloeking van Tara.
Wat Europa aan de Kelten te danken heeft.
Hoofdstuk II: De Godsdienst der Kelten.
Ierland en de godsdienst der Kelten.
De volksgodsdienst der Kelten.
Het megalithische volk.
Dolmens, cromlechs en tumuli.
Oorsprong van de megalithische bevolking.
De Kelten der vlakten.
De Kelten uit de berglanden.
De godsdienst der toovenarij.
Plinius over den godsdienst der magie.
Sporen van magie in megalithische monumenten.
Chiromantie of handwaarzeggerij te Gavr’inis.
Uitgeholde steenen.
Vereering van steenen.
Teekens in den vorm van schotels en ringen.
De tumulus te New Grange.
Symbolisch beeldhouwwerk te New Grange.
Het schipsymbool te New Grange.
Het schipsymbool in Egypte.
De “Navetas”.
Het schipsymbool in Babylonië.
Het symbool der voeten.
De Ankh op megalithisch beeldhouwwerk.
Bewijzen uit de taal.
Egyptische en “Keltische” denkbeelden omtrent onsterfelijkheid.
De leer der zielsverhuizing.
Caesar over de beschaving der Druïden.
Menschenoffers in Gallië.
Menschenoffers in Ierland.
En in Egypte.
De namen van Keltische godheden.
Caesar over de Keltische godheden.
De god der benedenwereld.
De God van het licht.
De Keltische opvatting van den dood.
De vijf factoren bij de oude Keltische beschaving.
De Kelten uit onzen tijd.
De mythische literatuur.
Hoofdstuk III. De Mythen omtrent de invallen in Ierland.
Het ontstaan der wereld volgens de Kelten.
De verschillende cyclen van Iersche legenden.
De mythologische cyclus.
De komst van Partholan.
De Fomoriërs.
De legende van Tuan mac Carell.
De Nemediërs.
De komst der Firbolgs.
De komst van het volk van Dana.
De populaire opvattingen en die der Barden.
De schatten van het volk van Dana.
Het volk van Dana en de Firbolgs.
De eerste slag by Moytura.
Het verdrijven van koning Bres.
De tyrannie der Fomoriërs.
De komst van Lugh.
De tocht van de zonen van Turenn.
De tweede slag bij Moytura.
De dood van Balor.
De harp van den Dagda.
Namen en karaktertrekken van de godheden van het Volk van Dana.
De Dagda.
Angus Ōg.
Len van Killarney.
Lugh.
Midir, de trotsche.
Lir en Mananan.
De Godin Dana.
De Morrigan.
De golf van Cleena.
De godin Ainé.
Sinend en de put der kennis.
De komst van de zonen van Miled.
De dichter Amergin.
Het oordeel van Amergin.
De nederlaag van het volk van Dana.
De beteekenis der Dana-mythe.
De beteekenis der mythe van de zonen van Miled.
De kinderen van Lir.
De vertelling over Ethné.
Christendom en Heidendom in Ierland.
Hoofdstuk IV. De Oude Milesische Koningen.
Het Volk van Dana na de Milesische Verovering.
De vestiging der Milesiërs in Ierland.
Tiernmas en Crom Cruach.
Ollav Fōla.
Kimbay en de stichting van Emain Macha.
Laery en Covac.
Legenden over Maon, den zoon van Ailill.
De cyclus van legenden van Conary Mōr.
Etain in het tooverland.
Eochy en Etain.
De liefdesgeschiedenis van Ailill.
Midir de trotsche.
Het land der jeugd.
Een partij schaak.
Midir en Etain.
Oorlog met het tooverland.
De vertelling van Conary Mōr.
De wet van de Geis.
De pleegdochter van den Koeherder.
Afstamming en geboorte van Conary.
Conary de Opperkoning.
De geise van Conary.
Begin der wraak.
De pleisterplaats van Da Derga en de Drie Rooden.
Verzameling der gasten.
De Morrigan.
Conary en zijn gevolg.
Kampioenen in het huis.
De dood van Conary.
De wond van mac Cecht.
“Leeft uw Heer nog?”
Hoofdstuk V. Verhalen van den Cyclus van Ulster.
De vloek van Macha.
Conor mac Nessa.
De roode tak.
De geboorte van Cuchulain.
De hond van Cullan.
Cuchulain neemt de wapenen ter hand.
Hoe hij dong naar de hand van Emer.
Cuchulain in het land van Skatha.
Cuchulain en Aifa.
De tragedie van Cuchulain en Connla.
De eerste strooptocht van Cuchulain.
Cuchulain wint de hand van Emer.
Cuchulain Kampioen van Erin.
Deirdre en de Zonen van Usna.
De Opstand van Fergus.
Koningin Maev.
De Bruine Stier van Quelgny.
De Troepen van Koningin Maev.
Ulster onder den Vloek.
Profetische Stemmen.
Cuchulain brengt den Troep onder Geise.
De Wadde van den Vertakten Paal.
De Wagenmenner van Orlam.
De Strijdwoede van Cuchulain.
De Overeenkomst aan de Wadde.
Fergus en Cuchulain.
Het rooven van den bruinen stier.
De Morrigan.
Het gevecht met Loch.
Lugh de beschermer.
De opoffering van het knapenkorps.
Het bloedbad van Murthemney.
De Clan Calatin.
Ferdia neemt deel aan den strijd.
De dood van Ferdia.
Ulster verheft zich eindelijk.
De slag bij Garach.
Het gevecht der stieren.
Cuchulain in het tooverland.
Fand, Emer en Cuchulain.
De wraak van Maev.
Cuchulain en Blanid.
De krankzinnigheid van Cuchulain.
Het waschmeisje aan de wadde.
Nog eens Clan Calatin.
De dood van Cuchulain.
Het terugwinnen van de Tain.
De spookwagen van Cuchulain.
Dood van Conor mac Nessa.
Ket en het everzwijn van mac Datho.
De dood van Ket.
De dood van Maev.
Fergus mac Leda en het volk der dwergen.
De misvorming van Fergus.
De dood van Fergus.
Beteekenis van Iersche plaatsnamen.
Hoofdstuk VI: Verhalen uit den Cyclus van Ossian.
De Fianna van Erin.
De Ossian-Cyclus.
Verschil met den Cyclus van Ulster.
De komst van Finn.
Finn en de booze geest.
De voornaamste volgelingen van Finn: Conan mac Lia.
Conan mac Morna.
Dermot O’Dyna.
Keelta mac Ronan en Oisīn.
Oscar.
Geena mac Luga.
Leerstellingen van de Fianna.
Karakter van Finn.
Eischen van de Fianna.
Keelta en St. Patrick.
De geboorte van Oisīn.
Oisīn en Niam.
De reis naar het tooverland.
Oisīn’s terugkomst.
De betoovering verbroken.
Oisīn en Patrick.
Het betooverde hol.
De jacht van Slievegallion.
Het “Gesprek der Ouden.”
Keelta ontmoet St. Patrick.
De bron van Tradaban.
St. Patrick en Iersche legende.
De Brugh van Slievenamon.
De drie jonge krijgers.
De schoone reuzin.
St. Patrick, Oisīn en Keelta.
Verhalen van Dermot.
De ever van Ben Bulben.
Hoe Dermot de liefde-vlek kreeg.
De vervolging van den harden knecht.
Dermot bij de bron.
De verlossing uit het Tooverland.
De invloed van het Christendom op de ontwikkeling der Iersche literatuur.
De verhalen van Deirdre en Grania.
Grania en Dermot.
De vervolging.
Dermot en Finn sluiten vrede.
Finn’s wraak.
Dood van Dermot.
Grania’s einde.
Twee stroomingen van Fian-legenden.
Einde van de Fianna.
De slag van Gowra.
De dood van Oscar.
Het einde van Finn.
Hoofdstuk VII: De reis van Maeldūn.
Het eiland van den moordenaar.
Het eiland met de mieren.
Het eiland met de groote vogels.
Het eiland met het woeste beest.
Het eiland met de reuzenpaarden.
Het eiland met de steenen deur.
Het eiland met de appelen.
Het eiland met het wonderbeest.
Het eiland met de bijtende paarden.
Het eiland met de gloeiende zwijnen.
Het eiland met de kleine kat.
Het eiland met de zwarte en witte schapen.
Het eiland met het reuzenvee.
Het eiland met den molen.
Het eiland met de zwarte rouwdragers.
Het eiland met de vier heggen.
Het eiland met de glazen brug.
Het eiland met de schreeuwende vogels.
Het eiland van den kluizenaar.
Het eiland met de wonderfontein.
Het eiland met de smidse.
De zee van zuiver glas.
Het eiland onder de zee.
Het eiland der voorspelling.
Het eiland met het spuitend water.
Het eiland met de zilveren zuil.
Het eiland met het voetstuk.
Het eiland van de vrouwen.
Het eiland met de roode bessen.
Het eiland met den arend.
Het eiland met de lachende menschen.
Het eiland met den wal van vlammen.
Het eiland van den monnik van Tory.
Het eiland met den valk.
De thuiskomst.
Hoofdstuk VIII: Mythen en verhalen van de Kimbren.
Barden-philosophie.
De Arthur-sage.
Nennius.
Geoffrey van Monmouth.
De sage in Bretagne: Marie de France.
Chrestien de Troyes.
Bleheris.
Conclusie betreffende den oorsprong van de Arthur-sage.
De sage in Wales.
Galische en Kimbrische legenden.
Galische en continentale romantiek.
Galische en Kimbrische mythologie: Nudd.
Llyr en Manawyddan.
Llew Llaw Gyffes.
De geslachten van Dōn en van Llyr.
Het geslacht van Arthur.
Gwyn ap Nudd.
Myrddin, of Merlin.
Nynniaw en Peibaw.
De “Mabinogion.”
Pwyll, hoofd van het Schimmenrijk.
Het huwelyk van Pwyll en Rhiannon.
Riannon’s boete.
Pryderi wordt gevonden.
Het verhaal van Bran en Branwen.
De tooverketel.
DestrafvanBranwen.
Bran’sinval.
Demeelzakken.
DoodvanEvnissyen.
Hetwonderlijkehoofd.
HetverhaalvanPryderienManawyddan.
Het verhaal van Māth zoon van Māthonwy.
Gwydion en de zwijnen van Pryderi.
Dood van Pryderi.
De boete van Gwydion en Gilvaethwy.
De Kinderen van Arianrod: Dylan.
Llew Llaw Gyffes.
Hoe Llew aan zijn naam kwam.
Hoe Llew wapens droeg.
Llew’s Bloem-vrouw.
Llew verraden.
Llew’s genezing.
De droom van Maxen Wledig.
Het verhaal van Lludd en Llevelys.
Arthur-verhalen.
Kilhwch en Olwen.
Kilhwch aan het Hof van Arthur.
Arthur’s dienaren.
Custennin.
Olwen met het Witte Spoor.
Yspaddaden.
Wat Kilhwch werd opgelegd.
De droom van Rhonabwy.
De Vrouw van de Bron.
Kymon’s avontuur.
Het karakter van de vertellingen van Wales.
Nederlaag van Kymon.
Owain en de Zwarte Ridder.
Het zoeken naar Owain.
Owain vergeet zijn vrouw.
Owain en de leeuw.
Luned’s bevrijding.
Het verhaal van Enid en Geraint.
Graal-legenden: Het verhaal van Peredur.
Hij gaat avonturen zoeken.
Zijn eerste wapenfeit.
Het Kasteel der Wonderen.
De Conte del Graal.
Wolfram von Eschenbach.
De voortzetters van Chrestien.
De Graal een talisman van overvloed.
De Keltische ketel des overvloeds.
Het verhaal van Taliesin.
De buitenkans van Elphin.
Taliesin, de voornaamste bard van Brittannië.
Besluit.
Woordenlijst en Bladwijzer.
De uitspraak van Keltische namen.
I. Galisch.
II. Kimbrisch.
A.
B
C.
D.
E.
F.
G.
H.
I.
J.
K.
L.
M.
N.
O.
P.
Q.
R.
S.
T.
U.
V.
W.
Y.
Z.
MOOIE BOEKEN UITGEGEVEN DOOR W.J. THIEME & CIE, ZUTPHEN.
Inleiding.
Inhoudsopgave
Het verleden kan worden vergeten, het sterft nimmer. De elementen, die in de vroegste tijden bij de vorming van een natie in het spel kwamen, blijven bestaan en dragen er toe bij haar geschiedenis te maken en den stempel te drukken op het karakter en den geest van het volk.
Daarom moet het nasporen van die elementen en het bepalen, voor zoover mogelijk, van het deel dat zij hebben gehad aan schering en inslag van het leven van een volk, van niet gering belang zijn voor hen die inzien, dat uit het verleden het heden en uit het heden de toekomst wordt geboren; die zich zelf, hun magen en hun medeburgers niet willen beschouwen alleen als voorbijgaande schimmen, zich van de eene duisternis in de andere spoedend, maar die weten dat door hen een breede historische stroom gaat, van een verwijderden en geheimzinnigen oorsprong naar een toekomst, die in hooge mate wordt bepaald door al de vroegere omzwervingen van dien menschen-stroom, maar ook, in niet geringen graad door hetgeen zij, dank zij hun moed, hun vaderlandsliefde, hun kennis en hun verstand, er van verkozen te maken.
De rol door het Keltisch ras gespeeld als vormende kracht in de geschiedenis, de literatuur en de kunst van het volk dat de Britsche Eilanden bewoont—een volk dat van dat middelpunt uit zijn heerschappij heeft uitgebreid over zulk een uitgestrekt gebied van de oppervlakte der aarde—is in de volksgedachte onbehoorlijk verkleind geworden. Voor een groot deel heeft hieraan schuld de algemeen gangbare benaming “Angel-Saksisch” voor het Britsche volk, als ras-aanwijzing. Uit een historisch oogpunt is die benaming ten eenenmale verkeerd. Niets wettigt deze onderscheiding van twee Neder-Duitsche stammen, wanneer wij het ras-karakter van het Britsche volk willen aangeven. Het gebruik dier benaming leidt tot ongerijmdheden als die welke de schrijver niet lang geleden opmerkte, toen de voorgenomen verheffing van een Ierschen bisschop tot kardinaal, door den Paus, in een Engelsch blad werd voorgesteld als te zijn ingegeven door den wensch van het hoofd der Katholieke kerk om een vriendelijkheid te bewijzen aan “het Angel-Saksisch ras.”
De juiste benaming voor de bevolking dezer eilanden en voor het typische en overheerschende deel van de bevolking van Noord-Amerika, is niet Angel-Saksisch maar Angel-Keltisch. Het is juist door deze vermenging van Germaansche en Keltische elementen dat het Britsche volk eenig is—het is juist die vermenging die aan dat volk het vuur, den élan, en in literatuur en kunst het gevoel voor stijl, kleur en handeling geeft—niet in het algemeen producten van den Germaanschen bodem—en te gelijkertijd de vastberadenheid en diepte, den eerbied voor oude wetten en gebruiken en de passie voor persoonlijke vrijheid, die min of meer vreemd zijn aan de romantische volken van Zuid-Europa. Mogen zij aan de Britsche Eilanden nimmer vreemd worden! Ook moet het Keltisch element in die eilanden niet worden geacht als geheel of zelfs zeer overwegend te zijn geleverd door de bevolkingen van den zoogenaamden “Keltischen Rand.” Het is thans aan de ethnologen wel bekend dat de Saksers volstrekt niet de Keltische of met Kelten vermengde bevolkingen uitroeiden die zij in het bezit vonden van Groot-Brittannië. De heer E.W.B. Nicholson, bibliothecaris van de Bodley-bibliotheek1 schrijft in zijn belangrijk werk “Keltische Nasporingen” (1904):
“Namen niet opzettelijk bedacht om rassen aan te duiden moeten nooit worden beschouwd als bewijzen voor ras, maar alleen als bewijzen voor het gemeenschappelijke van taal, of staatkundige organisatie. Wij noemen een man die Engelsch spreekt, in Engeland woont en een klaarblijkelijk Engelschen naam draagt (bijv. Freeman of Newton) een Engelschman. Toch geven statistieken van ‘betrekkelijke nigrescentie’2 goede gronden om aan te nemen dat Lancashire, West-Yorkshire, Staffordshire, Worcestershire, Warwickshire, Leicestershire, Rutland, Cambridgeshire, Wiltshire, Somerset en een deel van Sussex even Keltisch zijn als Perthshire en Noord-Munster; dat Cheshire, Shropshire, Herefordshire, Monmouthshire, Gloucestershire, Devon, Dorset, Northamptonshire, Huntingdonshire en Bedfordshire meer Keltisch zijn—en even Keltisch als Noord-Wales en Leinster; terwijl Buckinghamshire en Hertfordshire zelfs nog meer Keltisch zijn en gelijk staan met Zuid-Wales en Ulster.”3
Het is dus voor een Angel-Keltisch, niet een Angel-Saksisch volk dat dit overzicht van de oude geschiedenis, den godsdienst en de mythische en romantische literatuur van het Keltisch ras is geschreven. Het is te hopen dat dat volk daarin dingen zal vinden, waardig in herinnering te blijven als bijdragen tot den algemeenen schat der Europeesche cultuur, maar vooral waardig in de herinnering te blijven van hen, die meer dan eenig ander levend volk hebben geërfd van het bloed, de neigingen en den aanleg der Kelten.
1 Te Oxford, dus genaamd naar den stichter, Sir T. Bodley (N.v.d.v.).
2 Het voorkomen van het donkere type onder de bewoners. (N.v.d.v.).
3 Met betrekking tot den naam “Freeman” voegt de heer Nicholson er nog bij: “Niemand was meer hartgrondig “Engelsch” in zijn sympathieën dan de groote historicus van dien naam en vermoedelijk zou niemand zich hardnekkiger hebben verzet tegen de onderstelling dat hij misschien uit Wales afstamde; toch heb ik zijn bijna physiek evenbeeld ontmoet in een pachter uit Wales (Evans geheeten), die op een paar minuten afstands van Pwllheli woonde.”