Kitabı oku: «Eens Weg», sayfa 11

Yazı tipi:

Hoofdstuk 22

Ondanks het geroep van Riley kwam er geen antwoord van Marie. Er was geen ander geluid dan de geluiden die zij zelf maakte. De plek voelde leeg aan. Ze liep naar boven en ging voorzichtig een openstaande deur door.

Terwijl ze de hoek om ging, stokte Rileys adem in haar keel. Ze kreeg het gevoel alsof de wereld onder haar voeten weggleed.

Daar was Marie: ze hing in de lucht met een koord om haar nek aan een lamp aan het plafond. Een omgevallen ladder lag op de grond.

De tijd stond stil, terwijl Rileys verstand de werkelijkheid verwierp.

Toen bezweken haar knieën en ze viel tegen de deurpost aan. Ze stootte een lange, ruwe kreet uit.

“NEEEE!”

Ze snelde door de kamer, zette de ladder overeind en klauterde erop. Ze sloeg een arm om het lichaam van Marie om de druk te verlichten en voelde aan Maries nek in een poging enig teken van een polsslag te vinden.

Riley huilde nu. “Leef, Marie. Verdomme, leef.”

Maar het was te laat. Maries nek was gebroken. Ze was dood.

“Jezus Christus,” zei Riley en ze zakte op de ladder terug. Van ergens diep uit haar maag kwam de pijn op. Ze wilde hier ook sterven.

Terwijl de seconden wegtikten, werd Riley zich vaag bewust van geluiden beneden. De hulpdiensten waren er. Een bekend emotioneel mechanisme nam het over. Basale menselijke angst en verdriet maakten plaats voor een koude, professionele doeltreffendheid.

“Hierboven!” riep ze. Ze veegde haar mouw over haar gezicht om de tranen weg te vegen.

Vijf zwaarbewapende, in kevlar geklede agenten stormden de trap op. De vrouw die vooropliep was duidelijk verrast om Riley te zien.

“Ik ben agent Rita Graham, de teamleider,” zei ze. “Wie bent u?”

Riley kwam van de ladder af en liet haar penning zien.” Special Agent Riley Paige, FBI.”

De vrouw keek ongemakkelijk. “Hoe komt het dat u hier eerder bent dan wij?”

“Ze was een vriendin van me,” zei Riley, nu helemaal in professionele modus. “Haar naam was Marie Sayles. Ze belde me. Ze vertelde me dat er iets aan de hand was en ik was al onderweg toen ik het alarmnummer belde. Ik was te laat. Ze is dood.”

Het team controleerde en bevestigde snel de verklaring van Riley.

“Zelfmoord?” vroeg Graham.

Riley knikte. Ze twijfelde er niet aan dat Marie zichzelf gedood had.

“Wat is dit?” vroeg de teamleider en ze wees naar een opgevouwen briefje dat op het bijzettafeltje naast het bed lag.

Riley keek naar het briefje. In een nauwelijks leesbaar handschrift stond een boodschap:

Dit is de enige manier.

“Een zelfmoordbriefje?”

Riley knikte weer verbeten. Maar ze wist dat het geen standaard zelfmoordbrief was. Het was geen uitleg en het was zeker geen verontschuldiging.

Het is een advies, dacht Riley. Het is een advies voor mij.

Het team nam foto’s en maakte aantekeningen. Riley wist dat ze op de lijkschouwer moesten wachten voordat het lichaam weggehaald kon worden.

“Laten we beneden praten,” zei Graham. Ze liep voor Riley uit naar de woonkamer, ging in een stoel zitten en gebaarde naar Riley om ook te gaan zitten.

De gordijnen waren nog steeds dicht en er waren geen lampen in de kamer. Riley wilde de gordijnen openen en wat zonlicht naar binnen laten schijnen, maar ze wist wel beter dan hier iets te veranderen. Ze ging op de bank zitten.

Graham deed een tafellamp naast haar stoel aan. “Vertel me wat er is gebeurd,” zei de agent en ze pakte een blocnote en potlood. Hoewel ze het verharde gezicht van een doorgewinterde agent had, lag er een sympathieke blik in haar ogen.

“Ze was het slachtoffer van een ontvoering,” zei Riley. “Bijna acht weken geleden. We waren allebei slachtoffers. Je hebt er misschien over gelezen. De zaak-Sam Peterson.”

Grahams ogen gingen wagenwijd open. “O, mijn god,” zei ze. “De man die al die vrouwen gemarteld en vermoord heeft, de man met de gasbrander. Dus dat was jij, de agent die ontsnapte en hem opblies?”

“Klopt,” zei Riley. Toen zei ze na een korte stilte: “Het probleem is, ik ben er niet zeker van dat ik hem echt heb opgeblazen. Ik weet niet zeker of hij dood is. Marie geloofde van niet. Daar is ze uiteindelijk aan onderdoor gegaan. Ze kon de onzekerheid niet langer verdragen. En misschien stalkte hij haar inderdáád weer.”

Terwijl Riley verderging met haar uitleg, kwamen de woorden er als vanzelf uit, bijna alsof ze het hele gebeuren uit haar hoofd had geleerd. Nu voelde ze zich compleet losgekoppeld van het tafereel, ze hoorde zichzelf vertellen hoe deze verschrikking was gebeurd.

Nadat ze agent Graham had geholpen grip op de zaak te krijgen, vertelde Riley haar hoe ze contact kon opnemen met de nabestaanden van Marie. Maar terwijl ze sprak, bouwde zich een woede onder haar professionele laagje op, een koude, ijzige woede. Peterson had weer een slachtoffer op zijn geweten. Het maakte niet uit of hij dood of levend was. Hij had Marie vermoord.

En Marie was er absoluut zeker van geweest dat Riley het volgende slachtoffer zou worden, door zijn hand of die van haarzelf. Riley wilde Marie vastgrijpen en dit ellendige idee letterlijk uit haar hoofd schudden. Dit is níét de enige manier! wilde ze haar vertellen.

Maar geloofde ze dat? Riley wist het niet. Er was verdomme te veel wat ze niet wist.

De lijkschouwer was gekomen terwijl Riley en agent Graham nog aan het praten waren. Graham stond op en kwam hem tegemoet. Toen draaide ze zich naar Riley om en zei: “Ik ben even boven. Ik wil graag dat je hier blijft en me nog wat verder op de hoogte brengt.”

Riley schudde haar hoofd. “Ik moet gaan,” zei ze. “Er is iemand met wie ik moet praten.” Ze pakte haar visitekaartje en legde het op de tafel. “Je kunt contact met me opnemen.”

Graham begon te protesteren, maar Riley gaf haar geen kans; ze stond op en liep Maries donkere huis uit. Ze moest dringend iets doen.

*

Een uur later reed Riley naar het westen door het landschap van Virginia. Wil ik dit echt doen? vroeg ze zich nogmaals af.

Ze was uitgeput. Ze had die nacht niet goed geslapen en nu zat ze midden in een nachtmerrie. Goddank had ze in de tussentijd met Mike gesproken. Hij had haar geholpen stabiel te blijven, maar ze wist zeker dat hij nooit zou goedkeuren wat ze nu ging doen. Ze was er al met al niet helemaal zeker van of ze wel bij haar volle verstand was.

Ze nam de snelste route van Georgetown naar het landhuis van senator Mitch Newbrough. Die narcistische politicus had heel wat op zijn geweten. Hij hield iets achter, iets wat naar de echte moordenaar kon leiden. En daardoor was hij gedeeltelijk verantwoordelijk voor dit nieuwe slachtoffer.

Riley wist dat ze in de problemen kon komen. Het kon haar niets schelen.

Het was laat in de middag toen ze de ronde oprijlaan voor het stenen landhuis op reed. Ze parkeerde, stapte uit de auto en liep naar de enorme voordeuren. Toen ze aanbelde, werd ze begroet door een formeel geklede heer; de butler van Newbrough, nam ze aan.

“Wat kan ik voor u doen, mevrouw?” vroeg hij stijfjes.

Riley liet hem haar penning zien. “Special Agent Riley Paige,” zei ze. “De senator kent me. Ik moet met hem praten.”

Met een sceptische blik draaide de butler zich om. Hij bracht een portofoon naar zijn lippen, fluisterde iets en luisterde. De butler draaide zich weer met een behoorlijk arrogante glimlach naar Riley om. “De senator wil u niet zien,” zei hij. “Hij is daar vrij stellig in. Goedendag, mevrouw.”

Maar voordat de man de deuren dicht kon doen, duwde Riley hem opzij en stapte het huis in.

“Ik roep de beveiliging,” riep de butler haar na.

“Ga je gang,” riep Riley over haar schouder.

Riley had geen idee waar ze de senator kon vinden. Hij kon overal zijn in dit reusachtige huis. Maar ze dacht dat het niet uitmaakte. Ze kon hem waarschijnlijk wel naar zich toe lokken.

Ze ging de woonkamer binnen waar ze eerder met hem gezeten had en plofte op de enorme bank neer. Ze was van plan om te doen alsof ze thuis was totdat de senator zich liet zien.

Al na een paar tellen kwam er een grote man, gekleed in een zwart pak, de kamer binnen. Riley wist door zijn manier van doen dat hij de beveiliger van de senator was.

“De senator heeft gevraagd of u wilt vertrekken,” zei hij en hij sloeg zijn armen over elkaar.

Riley bewoog niet. Ze bekeek de man, inschattend in hoeverre hij daadwerkelijk een bedreiging was. Hij was groot genoeg om haar met geweld te verwijderen. Maar haar zelfverdedigingstechnieken waren erg goed. Als hij haar aanpakte, zou er minstens een van hen behoorlijk pijn gedaan worden, en ongetwijfeld zouden er een aantal van de antieke stukken van de senator beschadigd raken.

“Ik hoop dat ze je verteld hebben dat ik van de FBI ben,” zei ze en ze hield zijn blik vast. Ze twijfelde of hij echt zijn wapen tegen een FBI-agent zou trekken.

De man staarde haar aan. Hij was niet makkelijk te intimideren. Maar hij kwam niet naar haar toe.

Riley hoorde voetstappen achter zich naderen en toen de stem van de senator.

“Wat is er nu weer, agent Paige? Ik ben een erg druk man.”

De beveiliger stapte opzij, terwijl Newbrough voor haar kwam staan. Zijn fotogenieke politicusglimlach had nu een sarcastische trek. Hij was even stil. Riley voelde meteen dat ze op het punt stonden een strijd van wilskracht aan te gaan. Ze was vastbesloten niet van de bank te komen.

“U had het mis, senator,” zei Riley. “Er was niets politieks aan de moord op uw dochter, en ook niets persoonlijks. U hebt me een lijst van vijanden gegeven en ik weet zeker dat u dezelfde lijst aan uw schoothondje op het Bureau heeft gegeven.”

Newbroughs glimlach veranderde in een cynische grijns. “Ik neem aan dat u leidinggevende Special Agent Carl Walder bedoelt,” zei hij.

Riley wist dat haar woordkeuze roekeloos was en dat ze er spijt van zou krijgen. Maar op dit moment kon het haar niets schelen. “Die lijst was een verspilling van de tijd van het Bureau, senator,” zei Riley. “En ondertussen is er nog een slachtoffer ontvoerd.”

Newbrough bleef stevig op zijn plek staan. “Ik heb begrepen dat het Bureau iemand heeft gearresteerd,” zei hij. “De verdachte heeft bekend. Maar hij heeft niet veel gezegd, of wel? Er is een verband met mij, daar kun je zeker van zijn. Op zijn tijd zal hij alles vertellen. Ik zorg ervoor dat agent Walder ermee doorgaat.”

Riley probeerde haar verbazing te verbergen. Na nog een ontvoering beschouwde Newbrough zichzelf nog steeds als het voornaamste doelwit van de wraak van de moordenaar. Het ego van de man was werkelijk schokkend. Zijn vermogen om te geloven dat álles om hem draaide kende geen grenzen.

Newbrough hield met zogenaamde nieuwsgierigheid zijn hoofd schuin. “Maar u lijkt het mij op een of andere manier te verwijten,” zei hij. “Daar neem ik aanstoot aan, agent Paige. Het is niet mijn schuld dat uw eigen misplaatstheid tot de ontvoering van een ander slachtoffer heeft geleid.”

Rileys gezicht tintelde van woede. Ze durfde niet te antwoorden. Ze zou iets veel te ondoordachts zeggen.

Hij liep naar een bar en schonk zich een groot glas in van wat Riley vermoedde erg dure whisky was. Hij maakte duidelijk een punt door niet aan Riley te vragen of ze ook iets wilde drinken.

Riley wist dat het hoog tijd was om ter zake te komen. “De laatste keer dat ik hier was, hebt u mij iets niet verteld,” zei ze.

Newbrough keek haar weer aan en nam een grote slok uit zijn glas. “Heb ik niet al uw vragen beantwoord?” zei hij.

“Dat is het niet. U hebt me gewoon iets niet verteld. Over Reba. En ik denk dat het tijd is dat u dat wel doet.”

Newbrough bleef haar doordringend aankijken.

“Hield ze van poppen, senator?” vroeg Riley.

Newbrough haalde zijn schouders op. “Ik denk dat alle kleine meisjes dat doen,” zei hij.

“Ik bedoel niet als klein meisje. Ik bedoel als volwassene. Verzamelde ze poppen?”

“Ik ben bang dat ik dat niet weet.”

Dat waren tot nu toe de eerste woorden van Newbrough die Riley echt geloofde. Een man die zo ziekelijk egoïstisch was, wist weinig over de voorkeuren en interesses van anderen, zelfs niet als het om zijn eigen dochter ging.

“Ik zou graag met uw vrouw spreken,” zei Riley.

“Absoluut niet,” snauwde Newbrough. Er verscheen een nieuwe uitdrukking op zijn gezicht, een die Riley hem op televisie had zien gebruiken. Net zoals zijn glimlach was deze uitdrukking zorgvuldig gerepeteerd, ongetwijfeld duizenden keren voor de spiegel geoefend. Het was bedoeld om morele razernij over te brengen.

“U hebt echt geen fatsoen, of wel, agent Paige?” zei hij, en zijn stem trilde van berekende woede. “U komt een huis van verdriet binnen, brengt geen troost, geen antwoorden voor de nabestaanden. In plaats daarvan maakt u verdekte beschuldigingen. U maakt compleet onschuldige mensen verwijten voor uw eigen onbekwaamheid.” Hij schudde zijn hoofd met een gebaar van gekwetste gerechtigheid. “Wat een gemene, wrede vrouw bent u,” zei hij. “U moet erg veel mensen verschrikkelijk pijn hebben gedaan.”

Riley had het gevoel alsof ze een stomp in haar maag had gekregen. Dit was een tactiek waar ze niet op voorbereid was: een complete ommezwaai van de moraal. En hij had haar eigen oprechte schuldgevoel en onzekerheid tegen haar gebruikt. Hij weet precies hoe hij me moet bespelen, dacht ze.

Ze wist dat ze nu meteen weg moest gaan, of ze zou iets doen waar ze spijt van zou krijgen. Hij moedigde haar praktisch in die richting aan. Zonder een woord te zeggen stond ze van de bank op en liep de woonkamer uit naar de voordeur.

Ze hoorde de stem van de senator haar naroepen. “Uw carrière is voorbij, agent Paige. Ik wil dat u dat weet.”

Riley stoof langs de butler en stormde de deur uit. Ze stapte in haar auto en reed weg.

Golven van woede, frustratie en uitputting overvielen haar. Er was een vrouw in levensgevaar en niemand in de wereld kon haar redden. Ze wist zeker dat Walder alleen maar het zoekgebied rond het appartement van Gumm uitbreidde. En Riley wist zeker dat ze op de verkeerde plek zochten. Het was aan haar om iets te doen. Maar ze had geen idee meer hoe ze nu verder moest. Het had zeker niet geholpen om hierheen te komen. Kon ze nog wel op haar eigen oordeel vertrouwen?

Riley was nog geen tien minuten onderweg toen haar mobiel ging. Ze keek ernaar en zag dat het een sms van Walder was. Het was niet moeilijk om te raden waar dat over ging.

Nou, dacht ze bitter. De senator laat er in elk geval geen gras over groeien.

Hoofdstuk 23

Toen Riley bij Quantico aankwam en naar de Gedragsanalyse Eenheid liep, wachtte zowel de chef als Bill in Walders kantoor op haar. Ze realiseerde zich dat Bill speciaal voor dit overleg opgeroepen was.

Leidinggevend Special Agent Carl Walder stond op. “Het schoothondje van de senator?” zei Walder. Zijn babyface was vertrokken van woede.

Riley sloeg haar ogen neer. Ze was echt te ver gegaan met die opmerking. “Het spijt me, meneer,” zei ze.

“‘Het spijt me’ is niet goed genoeg, agent Paige,” zei Walder. “Je bent volledig de weg kwijt. Wat dacht je wel niet om bij de senator naar binnen te gaan en hem zo te confronteren? Heb je enig idee van de schade die je berokkend hebt?”

Met ‘schade’ wist Riley zeker dat Walder zijn eigen persoonlijke schade bedoelde. Daar kon ze zich niet veel zorgen om maken.

“Hebt u Cindy MacKinnon al gevonden?” vroeg ze met een zachte stem.

“Nee, toevallig niet,” zei Walder scherp. “En eerlijk gezegd, je helpt niet mee om haar te vinden.”

Riley was getroffen. “Ik help niet mee?” antwoordde ze. “Meneer, ik zeg de hele tijd al dat u de verkeerde man hebt en dat u zoekt op de verkeerde...”

Riley stopte zelf midden in haar zin. Cindy MacKinnon was nu belangrijk, niet haar eeuwigdurende strijd met Walder. Dit was niet het juiste moment voor gekibbel. Toen ze weer sprak, was het op een mildere toon. “Meneer, hoewel ik denk dat hij iets achterhoudt, deed ik er niet goed aan om op eigen initiatief naar de senator toe te gaan zonder dit eerst met u te overleggen. En dat spijt me. Maar vergeet mij even. Die arme vrouw wordt nu al ruim vierentwintig uur vermist. Stel dat ik gelijk heb en iemand anders haar gevangenhoudt? Wat maakt ze nu mee? Hoe lang heeft ze nog?”

Op zijn hoede voegde Bill eraan toe: “We moeten de mogelijkheid in acht nemen, meneer.”

Walder ging zitten en het bleef even stil. Riley kon aan zijn uitdrukking zien dat hij zich ook over die mogelijkheid zorgen maakte. Toen sprak hij erg langzaam, woog ieder woord af. “Het Bureau zal het afhandelen.”

Riley wist niet wat ze moest zeggen. Ze wist niet eens precies wat Walder bedoelde. Gaf hij zijn mogelijke fout toe? Of was hij nog steeds vastbesloten niet van zijn huidige koers af te wijken?

“Ga zitten, agent Paige,” zei Walder.

Riley ging op de stoel naast Bill zitten, die haar met groeiende bezorgdheid aankeek.

Walder zei: “Ik heb gehoord wat er vandaag met je vriendin gebeurd is, Riley.”

Riley schrok een beetje. Ze was niet verbaasd dat Walder van de dood van Marie afwist. Uiteindelijk zou het feit dat ze als eerste ter plaatse was bij het Bureau terechtkomen. Maar waarom begon hij er nu over? Bespeurde ze een glimp van medeleven in zijn stem?

“Wat is er gebeurd?” vroeg Walder. “Waarom heeft ze het gedaan?”

“Ze kon het niet meer aan,” zei Riley fluisterend.

“Kon wat niet meer aan?” vroeg Walder.

Er viel een stilte. Riley kon geen antwoord bedenken op die vraag.

“Ik hoorde dat je denkt dat Peterson niet dood is,” zei Walder. “Ik denk dat ik begrijp waarom je die gedachte niet van je af kunt schudden. Maar je moet weten dat het niet logisch is.”

Er viel nog een stilte.

“Heb je dit aan je vriendin verteld?” vroeg Walder toen. “Heb je haar over dit obsessieve idee van jou verteld?”

Riley werd rood. Ze wist wat er komen ging.

“Daar was ze te kwetsbaar voor, agent Paige,” zei Walder. “Je had kunnen weten dat het haar zou breken. Je had beter moeten oordelen. Maar eerlijk gezegd, agent Paige, is jouw beoordelingsvermogen naar de knoppen. Ik zeg het niet graag, maar het is waar.”

Hij geeft mij de schuld voor de dood van Marie, realiseerde Riley zich.

Riley vocht nu tegen haar tranen. Ze wist niet of het tranen van verdriet of van verontwaardiging waren. Ze wist niet wat ze moest zeggen. Waar moest ze beginnen? Zij had Marie dat idee niet aangepraat en dat wist ze. Maar hoe kon ze dat Walder laten begrijpen? Hoe kon ze uitleggen dat Marie haar eigen redenen had om aan de dood van Peterson te twijfelen?

Bill sprak weer: “Meneer, een beetje rustig aan met haar, oké?”

“Ik denk dat ik al te rustig aan met haar gedaan heb, agent Jeffreys,” zei Walder, en zijn stem werd streng. “Ik denk dat ik te geduldig ben geweest.” Walder hield lange tijd haar blik vast. “Geef me je pistool en je penning, agent Paige,” zei hij toen.

Riley hoorde dat Bill van ongeloof hijgde. “Meneer, dit is dwaasheid,” zei Bill. “We hebben haar nodig.”

Maar het hoefde geen twee keer tegen Riley gezegd te worden. Ze ging staan en pakte haar pistool en penning. Ze legde ze op het bureau van Walder.

“Je kunt je kantoor uitruimen wanneer het jou het best uitkomt,” zei Walder, zijn stem rustig en bedaard. “Ondertussen zou je naar huis moeten gaan en rusten. En ga terug naar therapie. Je hebt het nodig.”

Terwijl Riley zich omdraaide om de kamer te verlaten, stond Bill op alsof hij met haar mee wilde gaan.

“Jij blijft hier, agent Jeffreys,” blafte Walder.

Rileys ogen ontmoetten die van Bill. Met een blik zei ze hem te gehoorzamen. Niet nu. Hij knikte met een pijnlijke blik in zijn ogen naar haar terug. Toen liep Riley het kantoor uit. Terwijl ze door de gang liep, voelde ze zich koud en verdoofd, en ze vroeg zich af wat ze nu moest doen.

Toen ze de koele avondlucht in stapte, begonnen de tranen te vloeien. Maar ze was verbaasd toen ze besefte dat het tranen van opluchting waren, niet van wanhoop. Voor het eerst in dagen voelde ze zich bevrijd, vrij van frustrerende beperkingen.

Als niemand anders deed wat er gedaan moest worden, was het nog steeds aan haar. Maar uiteindelijk kon niemand haar vertellen hoe ze haar werk moest doen. Ze zou de moordenaar vinden en ze zou Cindy MacKinnon redden, wat er ook voor nodig was.

*

Nadat Riley April had opgehaald en naar huis reed, kwam ze erachter dat ze niet in staat was om avondeten klaar te maken. Ze bleef het gezicht van Marie voor zich zien en ze had zich nog nooit zo uitgeput gevoeld. “Het was een slechte dag,” zei ze tegen April. “Een verschrikkelijke dag. Heb je zin in tosti’s?”

“Ik heb niet echt honger,” zei April. “Gabriela propt me de hele tijd vol.”

Riley voelde een diepe steek van wanhoop. Nog een mislukking, dacht ze.

Maar toen keek April nog eens goed naar haar moeder, dit keer met een beetje medeleven. “Tosti is prima,” zei ze. “Ik maak ze wel.”

“Dank je,” zei Riley. “Je bent een lieverd.”

Ze voelde zich een beetje beter. Er zou in elk geval vanavond geen onenigheid thuis zijn. Ze had die kleine onderbreking echt nodig.

Ze hadden een snelle en stille maaltijd, daarna ging April naar haar kamer om huiswerk te maken.

Hoe moe ze ook was, Riley had het gevoel dat ze geen tijd te verliezen had. Ze ging aan het werk. Ze opende haar laptop, haalde een kaart met de locaties van de slachtoffers tevoorschijn en printte het gedeelte uit dat ze wilde bestuderen.

Riley trok langzaam een driehoek op de kaart. De lijnen verbonden de drie plaatsen waar de slachtoffers gevonden waren. De noordelijkste punt van de driehoek markeerde de plek waar twee jaar geleden het lichaam van Margaret Geraty in een veld gedumpt was. De punt in het westen markeerde waar Eileen Rogers zo’n zes maanden geleden een stuk zorgvuldiger gepositioneerd was, bij Daggett. Ten slotte markeerde de punt in het zuiden waar de moordenaar zijn volle meesterschap had bereikt. Toen had hij Reba Frye bij een beek in Mosby Park neergezet.

Nadenkend trok Riley cirkels door het gebied, steeds maar weer. Er zou ergens in dit gebied misschien al snel nog een vrouw dood gevonden worden, als ze al niet dood was. Er was geen tijd te verliezen.

Riley liet haar hoofd zakken. Ze was zo moe. Maar er stond een mensenleven op het spel. En het leek nu aan Riley om haar te redden, zonder officiële hulp of strafmaatregel. Ze had Bill zelfs niet eens om haar te helpen. Maar kon ze deze zaak helemaal alleen oplossen?

Ze moest het proberen. Ze moest het voor Marie doen. Ze moest aan de geest van Marie bewijzen – en misschien ook aan zichzelf – dat zelfmoord niet de enige oplossing was.

Riley staarde fronsend naar die driehoek. Het was een goede gok dat het slachtoffer nu ergens in dat gebied van vijfentwintighonderd vierkante kilometer vastgehouden werd. Ik moet gewoon op de juiste plek zoeken, dacht ze. Maar waar? Ze wist dat ze haar zoekgebied moest verkleinen en dat zou niet gemakkelijk zijn. Ze was in elk geval bekend met een gedeelte van het algehele gebied.

Het bovenste gedeelte van de driehoek, de punt die het dichtst bij Washington lag, was voornamelijk exclusief, rijk en bevoorrecht. Riley wist haast zeker dat de moordenaar niet zo’n soort achtergrond had. Trouwens, hij had de slachtoffers op een plek vastgehouden waar niemand hen had kunnen horen schreeuwen. Het forensisch team had geen aanwijzing gevonden dat de andere vrouwen gekneveld of vastgetapet waren. Riley zette een groot kruis door dat welgestelde gebied.

De twee andere punten, meer zuidelijk, waren allebei natuurparken. Zou de moordenaar de vrouw in een jachthut of op een kampeerplek vasthouden?

Riley dacht erover na. Nee, besloot ze. Dat zou te tijdelijk zijn.

Haar intuïtie vertelde haar dat deze man vanuit zijn eigen huis werkte; misschien een huis waar hij zijn hele leven gewoond had, waar hij een buitengewoon ellendige jeugd had doorstaan. Hij zou er plezier aan beleven om zijn slachtoffers daar mee naartoe te nemen. Ze met hem mee naar huis te nemen.

Dus ze kruiste de parken door. Er bleven voornamelijk landbouwgebieden en kleine steden over. Riley had het sterke vermoeden dat ze naar een boerderij ergens in dat gebied moest zoeken.

Ze keek weer naar de kaart op haar computer en zoomde in op het gebied dat ze in gedachte had. De moed zonk haar in de schoenen toen ze een wirwar van landweggetjes zag. Als ze gelijk had, woonde de moordenaar ergens in die doolhof op een oude boerderij. Maar er waren te veel wegen om dit gebied snel met de auto te doorzoeken. En trouwens, de boerderij was misschien niet vanaf de weg zichtbaar.

Ze kreunde wanhopig hardop. Het hele gebeuren leek met de seconde hopelozer te worden. De verschrikkelijke pijn van verlies en mislukking dreigde weer de kop op te steken.

Maar toen zei ze hardop: “Poppen!”

Ze herinnerde zichzelf weer aan de conclusie die ze de vorige dag getrokken had: dat de moordenaar waarschijnlijk al zijn slachtoffers in één enkele winkel die poppen had zien kopen. Waar zou die winkel kunnen zijn?

Ze tekende een andere, kleinere vorm op de geprinte kaart. Het lag net oostelijk van de grote driehoek en de hoeken markeerden de plekken waar de vier vrouwen woonden. Ergens in dat gebied, dat wist ze zeker, was een winkel waar alle slachtoffers poppen hadden gekocht en waar de moordenaar hen had uitgekozen. Ze moest eerst die winkel vinden voordat ze de plek waar hij de vrouwen mee naartoe genomen had kon achterhalen.

Ze haalde de kaart op haar computer weer tevoorschijn en zoomde in. Het meest oostelijk gelegen punt van het kleine gebied was niet ver van waar Riley woonde. Ze zag een provinciale weg die een boog vormde die naar het westen door verschillende dorpjes liep, geen daarvan rijk of historisch. Het waren precies het soort dorpjes waar ze naar op zoek was. En in elk daarvan was er ongetwijfeld een of andere speelgoed- of poppenwinkel.

Ze printte de kleinere kaart uit en deed nog een zoekopdracht naar speelgoedwinkels in het gebied. Uiteindelijk zette Riley haar computer uit. Ze moest wat slapen.

Morgen zou ze Cindy MacKinnon gaan zoeken.

Metin, ses formatı mevcut