Sadece Litres'te okuyun

Kitap dosya olarak indirilemez ancak uygulamamız üzerinden veya online olarak web sitemizden okunabilir.

Kitabı oku: «A Polyglot of Foreign Proverbs», sayfa 24

Yazı tipi:

H

Haast en is geen spoed, snelle raad, zelden baat. Of hasty counsel take good heed, for haste is very rarely speed.

Haast getrouwd, lang berouwd. Marry in haste and repent at leisure.

Haastigen spoed is zelden goed. Hasty speed don’t oft succeed.

Haastigheid is de aanvang, berouw het einde des toorns. Hastiness is the beginning of wrath, and its end repentance.

Haast verkwist. Haste makes waste.

Handelt gij pek, gij krijgt een vlek. If thou touchest pitch thou shalt be defiled.

Hannibal is voor de deur. Hannibal is at the gate.

Haring in ’t land, de doctor aan kant. Herring in the land, the doctor at a stand.

Heden in figuur, morgen in het graf. To-day stately and brave, to-morrow in the grave.

Heden rood, morgen dood. To-day red, to-morrow dead.

Helpt gij een’ bedelaar te paard hij draaft niet maar hij galoppeert. Set a beggar on horseback, and he don’t trot, but gallops.

Help u zelven zoo helpt u God. Help yourself and God will help you.

Het beste goed is de beste koop. The best goods are the cheapest.

Het beste paard struikelt wel eens. The best horse stumbles sometimes.

Het blijft hem aan de vingers hangen, als der goede vrouw de aalmoes. It sticks to his fingers, like the charity-money to the matron.

Het duister en de nachten, zijn moeders van gedachten. Darkness and night are mothers of thought.

Het eene kwaad brengt het andere mede. One misfortune brings on another.

Het einde kroont het werk. The end crowns all.

Het einde van de vrolijkheid is het begin van de treurigheid. The end of mirth is the beginning of sorrow.

Het eindje is de dood. The end of all things is death.

Het end goed, alles goed. All’s well that ends well.

Het geen gij schenken kunt, zoek daar geen voordeel in; den goeden goed doen, is te reek’nen voor gewin. Give at first asking what you safely can; ’tis certain gain to help an honest man.

Het geld is de zenuw des oorlogs. Money is the sinew of war.

Het geluk is rond; den eenen maakt het koning den anderen stront. Fortune is round; it makes one a king, another a dunghill.

Het geluk staat niet stil voor iemands deur. Fortune does not stand waiting at any one’s door.

Het hangt aan een zijden draadje. It hangs upon a silken thread.

Het heeft veel meels van noode, die iedereen den mond stoppen zal. He need have plenty of meal who would stop every man’s mouth. (Scotch: He behoves to have meal enou, that sal stop ilka man’s mou’.)

Het hemd is my nader dan de rok. My shirt is nearer than my cloak.

Het herte en liegt niet. The heart does not lie.

Het hoen, dat het meest kakelt, geeft de meeste eijers niet. It is not the hen which cackles most that lays most eggs.

Het is alles niet goud wat er blinkt. All is not gold that glitters.

Het is best te vrijen, daar men de rook kan zien. ’Tis best woo where a man can see the smoke.

Het is beter hard geblazen dan de mond gebrand. It is better to blow than burn your mouth.

Het is beter te bedelen dan te stelen. Better beg than steal.

Het is de dood in de pot. Death is in the pot.

Het is den eenen bedelaar leed, dat de andere voor de deur staat. It is a grief to one beggar that another stands at the door.

Het is den eenen hond leed dat d’ander in de keuken gaat. It grieveth one dog that the other goeth into the kitchen.

Het is den moriaan geschuurd. To wash a blackamoor white.

Het is een aristocraat in folio. He is an aristocrat in folio.

Het is een arme muis die maar één hol heeft. It is a poor mouse that has but one hole.

Het is eene lange laan, die geen’ draai heeft. It’s a long lane that has no turning.

Het is een goed schutter die altijd het wit schiet. He must shoot well who always hits the mark.

Het is een goed spreker die een goed zwijger verbeterd. It is good speaking that improves good silence.

Het is een harde brok daar men aan wurgt. It is a hard morsel that chokes.

Het is een kwade wel daar men water in draagt. It is a bad well into which one must put water.

Het is een theologant als Judas een apostel. He is as good a divine as Judas was an apostle.

Het is een vette vogel die hem zelf bedruipt. ’Tis a fat bird that bastes itself.

Het is een wijs kind dat zijn vader kent. ’Tis a wise child that knows its own father.

Het is geene kunst geld te winnen, maar te bewaren. The art is not in making money, but in keeping it.

Het is geen koopman die altijd wint. He is no merchant who always gains.

Het is genoegelijk te zien regenen, als men in den drooge staat. It’s pleasant to look on the rain, when one stands dry.

Het is God, die geneest en de dokter trekt het geld. God cures, and the doctor gets the money.

Het is goed dat kwade koeijen korte horens hebben. ’Tis well that wicked cows have short horns.

Het is goed met heel vel slapen gaan. It is good to sleep in a whole skin.

Het is goed mild zijn uit eens anders beurs. It is easy to be liberal out of another man’s purse.

Het is goed snijden riemen uit eens andermans leer. It is easy to cut thongs from other men’s leather.

Het is goed spinnen van eens ander mans garen. It is good spinning from another’s yarn.

Het is goedt dansen op een ander mans vloer. It’s good dancing on another man’s floor.

Het is goed te voet gaan als men het rijden moe word. It is good to go afoot when one is tired of riding.

Het is goedt feest houden op een anders zaal. It’s good feasting in another’s hall.

Het is goed warmen by een anders vuur. It is good to warm oneself by another’s fire.

Het is goed wijsheid dat wijsheid is in ’t ende. That is good wisdom which is wisdom in the end.

Het is haast gedaan dat lange rouwt. That’s quickly done which is long repented.

Het is kwaad bij duister eene speld te vinden. It is hard to find a pin in the dark.

Het is kwaad gekken met scherp gereedschap. It’s ill jesting with edged tools.

Het is kwaad hazen met trommels vangen. It is ill catching hares with drums.

Het is kwaad kammen daar geen haar is. It’s bad combing where there is no hair.

Het is kwaad stelen waar de waard zelf een dief is. It is hard to steal where the host is a thief.

Het is niet al goud dat er blinkt. All is not gold that glitters.

Het is niet alle dag feestdag. Every day is not holiday.

Het is profeten-drank. It is prophet-drink (i. e. water).

Het is te laat den stal te sluiten als het paard gestolen is. It is too late to lock the stable door when the steed is stolen.

Het is te laat gespaard, als het vat ten einde gaat. ’Tis too late to spare when the cask is bare.

Het is te laat sta vast te zeggen, als de pijl uit den boog is. It is too late to cry “Hold hard!” when the arrow has left the bow.

Het is veel beter tweemaal gemeten, dan eens en het beste vergeten. Better twice remembered than once forgotten.

Het is zoo veel als een boon in een brouw ketel. That’s as much as a bean in a brewing copper.

Het komt ten lesten aan den dag, wat in de sneeuw verholen lag. What lay hidden under the snow cometh to light at last.

Het moet een wijze hand zijn, die een zotte kop wel scheeren zal. It needs a cunning hand to shave a fool’s head.

Het moet wel een goed meester zijn, die nimmer fouten maakt. He must indeed be a good master who never errs.

Het oog van den meester maakt de paarden vet, en dat van het vrouwtje de kamers net. The eye of the master makes the horse fat, and that of the mistress the chambers neat.

Het slechtste rad maakt het meeste geraas. The worst wheel makes most noise.

Het verdriet brengt geen duit voordeel aan. To-day’s sorrow brings nought to-morrow. (Sorrow will pay no debts.)

Het vermaak streelt de zinnen. Pleasures steal away the mind.

Het vloeit als een fontein uit een’ bezemstok. It flows like a fountain from a broomstick.

Het vossenvel aan den leeuwenhuid hechten. To piece the lion’s skin with that of the fox.

Het wapen van Brugge: een ezel in een’ leuningstoel. The arms of Bruges: an ass in an arm-chair.

Het zijn niet alle koks die lange messen dragen. All are not cooks who wear long knives.

Het zijn niet alle vrienden die eenen toelachen. All are not friends who smile on you.

Hij beoordeelt een ieder naar zich zelven. He measures others by his own standard.

Hij blijft bij zijn woord, als de zon bij de boter. He keeps his word, as the sun keeps butter.

Hij brandt de kaars aan beide einden. He burns the candle at both ends.

Hij domineert als een aal in de tobbe. He lords it (or swaggers) like an eel in a tub.

Hij gaapt als een boer op eene jaarmarkt. He gapes like a clown at a fair.

Hij heeft den bijbel wel in den mond, maar niet in het hart. He has the Bible on his lips, but not in his heart.

Hij heeft den wolf gezien. He has seen the wolf.

Hij heeft de schrift vast den bijbel van 52 bladen. He studies the Bible of fifty-two leaves (a pack of cards).

Hij heeft eene ton vol kennis, maar de bodem is er uit. He has a ton of knowledge, but the bottom is out.

Hij heeft eene wolfs-conscientie. He has a wolf-conscience.

Hij heeft een goede meening, maar eene kwade uitspraak. He means well, but has a bad way of showing it.

Hij heeft hem onder den duim. He has him under his thumb.

Hij heeft het nest-ei verloren. He has lost the nest-egg.

Hij heeft liever den beker dan den bijbel in de hand. He would rather have a bumper in hand than a Bible.

Hij huilt met de wolven, en blaat met de schapen. He howls with the wolves, and bleats with the sheep.

Hij is een extract van schurken. He is an essence of scoundrels.

Hij is geboren op Sint-Galperts nacht, drie dagen voor ’t geluk. He was born upon St. Galtpert’s night, three days before luck.

Hij is geslepen als een looden pook. He is as sharp as a leaden dagger.

Hij is te dom, om alleen bij het vuur te zitten. He is too stupid to be trusted alone by the fire.

Hij is te lui on zijn’ adem te halen. He is too idle to fetch his breath.

Hij is te vangen als een haas met een trommel. He is as easily caught as a hare with drums.

Hij is uit de hel gekropen toen de duivel sliep. He must have crept out of hell while the devil was asleep.

Hij is van de familie Jan Van Kleef; liever van de heb dan van de geef. He is of the race of Johnny Van Cleeve; who would always much rather have than give.

Hij is wel edel, die edele werken doet. He is noble who performs noble deeds.

Hij is zoo arm als Job. He is as poor as Job.

Hij is zoo paapsch als Duc d’Alfs hond; die at vleesch in de vasten. He is as good a Catholic as Duke Alva’s dog; who ate flesh in Lent.

Hij is zoo welkom als de eerste dag in de vasten. He is as welcome as the first day in Lent. (Alluding to fast-day.)

Hij is zoo wijs, dat hij drie dagen eerder op het ijs gaat, dan het vriest. He is so wise, that he goes upon the ice three days before it freezes.

Hij kan geen ei leggen, maar hij kan kakelen. He cannot lay eggs, but he can cackle.

Hij koopt den honig wel duur, die ze van de doornen moet lekken. He buys honey dear who has to lick it off thorns.

Hij krimpt als een aal. He wriggles like an eel.

Hij leeft in het land van belofte. He lives in the land of promise.

Hij legt zijne eijeren buiten zijn nest. He lays his eggs beside his nest.

Hij loopt zoo snel, of hij eijeren in zijne schoenen had. He runs as fast as if he had eggs in his shoes.

Hij moet vroeg op staan die alle man believen wil. He must rise betimes who would please everybody.

Hij moet wijd gapen, die tegen een oven gapen zal. He must gape wide who would gape against an oven.

Hij telt zijne kiekens, eer de eijers gelegd zijn. He counts his chickens before they are hatched.

Hij treedt zoo moedig als een Engelsche haan. He struts as valiantly as an English cock.

Hij verdient een’ stuiver en heeft wel voor een’ braspenning dorst. He earns a farthing and has a penn’orth of thirst.

Hij waar wijs die alle dingen te voren wist. He would be wise who knew all things beforehand.

Hij wacht lang, die naar eens anders dood wacht. He waits long that waits for another man’s death.

Hij wil vliegen eer hij vleugels heeft. He wants to fly before he has wings.

Hij zal den schel-visch in de boomen vangen. He thinks to catch shell-fish in the trees.

Hij zegt duivel en meent u. He said devil, but meant you.

Hij zou een cent in tweeën bijten. He would bite a cent in two.

Hij zwemt op zijne eigene biezen. He swims on his own bullrush.

Hoe edeler boom hoe buigzamer tak. The nobler the tree, the more pliant the twig.

Hoe grooter jurist, hoe boozer Christ. The better lawyer, the worse Christian.

Hoe hooger berg, hoe dieper dal; hoe hooger boom, hoe zwaarder val. The higher the mountain the lower the vale, the taller the tree the harder the fall.

Hoe kwader schalk, hoe beter geluk. The worse service, the better luck.

Hoe meerder dienstboden hoe slechter dienst. The more servants the worse service.

Hoe meerder haast, hoe minder spoed. The more haste, the less speed.

Hoe meer men de stront roert, hoe meer ze stinkt. The more you stir a t – d, the more it stinks.

Hoe nader het been, hoe zoeter vleesch. The nearer the bone the sweeter the flesh.

Hoe ouder men wordt, hoe meer men leert. The older one grows, the more one learns.

Hoe schurfter schaap, hoe harder geblaat. The scabbier the sheep the harder it bleats.

Hoe slimmer timmerman hoe meerder spaanders. The worse the carpenter the more the chips.

Hoe slimmer wiel, hoe meer het kraakt. The worse the wheel, the more it creaks.

Hoe verder van Rome, hoe nader bij God. The farther from Rome the nearer to God.

Honden hebben tanden in alle landen. Dogs have teeth in all countries.

Honderd bakkers, honderd molenaars, en honderd kleêrmakers zijn drie honderd dieven. A hundred bakers, a hundred millers, and a hundred tailors are three hundred thieves.

Hooge boomen geven meer schaduuw dan vruchten. High trees give more shadow than fruit.

Hooge boomen vangen veel wind. Tall trees catch much wind.

Honger drijft den wolf uit het bosch. Hunger drives the wolf out of the wood.

Honger eet door steenen muuren. Hunger eats through stone walls.

Honger is de beste saus. Hunger is the best sauce.

Hooren zeggen is half gelogen. Hearsay is half lies.

I

Ieder zot heeft zijn zotskap. To every fool his cap.

Iemand den zak geeven. To give one the sack.

Iemand met gelijke munt betalen. To pay one in his own coin.

Ik ben hier niet om vliegen te vangen. I am not here to catch flies.

Ik heb alles van goud en zilver, zelfs mijne koperen ketels, zei de grootspreker. All my goods are of silver and gold, even my copper kettles, says the boaster.

Ik heb een mond die geve ik te eten, die moet spreken wat ik wil. I have a mouth which I feed, it must speak what I please.

Ik mag over mijn rekening gaan, maar niet over mijn tijd. I may go over my reckoning, but not over my time.

Ik zal er mij op beslapen. I’ll sleep on it.

In den nood leert men zijne vrienden kennen. Friends are known in time of need.

In een arm mans hoofd blijft veel wijsheid versmoort. Much wisdom is smothered in a poor man’s head.

In geluk voorzigtigheid, in ongeluk geduld. In prosperity caution, in adversity patience.

In ’t deelen van ’t erf, staat de vriendschap stil. In the division of inheritance, friendship standeth still.

In het land der blinden is een-oog koning. In the land of the blind the one-eyed is a king.

In het land van belofte sterft men wel van honger. In the land of promise a man may die of hunger.

In kleine bosschen vangt men wel een’ grooten haas. In small woods may be caught large hares.

In troebel water is’t goed visschen. It is good fishing in troubled waters.

In voorspoed denkt op tegenspoed. In prosperity think of adversity.

In zijne vuist lagchen. To laugh in one’s sleeve.

Is de eene traag, de ander is graag. If one won’t another will.

J

Jonge katten willen muizen, jonge apen willen luizen. Young cats will mouse, young apes will louse.

Jonge lieden kunnen, maar oude lieden moeten sterven. The young may die, the old must.

Jonge lui, domme lui; oude lui, koude lui. Young folk, silly folk; old folk, cold folk.

Jong rijs is te buigen, maar geen oude boomen. Young twigs may be bent, but not old trees.

K

Kasteelen in de lucht bouwen. To build castles in the air.

Kleine dieven hangt men aan den hals, de groote aan de beurs. Little thieves are hanged by the neck, great thieves by the purse.

Kleine dieven hebben ijzeren, en groote, gouden ketenen. Little thieves have iron chains, and great thieves gold ones.

Kleine houwen vellen groote eiken. Little strokes fell great oaks.

Kleine potten loopen gaauw over. Little pots soon run over.

Klein gewin brengt rijkdom in. Small gains bring great wealth.

Klein vischje zoet vischje. Little fish are sweet. (All is fish that comes to the net.)

Koffij heeft twee deugden, ze is warm en nat. Coffee has two virtues, it is wet and warm.

Kom ik over den hond, zoo kom ik over den staart. Let me get over the lake, and I have no fear of the brook.

Komt de duivel in de kerk, dan wil hij op het hoogaltaar zitten. When the devil gets into the church he seats himself on the altar.

Koopmans goed is ebbe en vloed. Merchants’ goods are ebb and flood.

Koopt geen kat in een zak. Don’t buy a cat in a sack. (Don’t buy a pig in a poke.)

Kostbaare dingen doet men in kleine doosjes. Precious things are mostly in small compass. (In small boxes the best spice.)

Kosters koe weidt op het kerkhof. The beadle’s cow may graze in the churchyard.

Kraauwt mij, en ik kraauw dij. Claw me, and I’ll claw thee.

Krakende wagens duuren het langst. Creaking carts last the longest.

Kwaad ei, kwaad kuiken. Bad egg, bad chick.

Kwaad gezelschap zei de dief, en hij ging tusschen den beul en eenen monnik naar de galg. ”Bad company,” said the thief, as he went to the gallows between the hangman and a monk.

Kwaad kruid wast wel. Ill weeds grow apace.

Kwade tijding komt tijds genoeg. Ill tidings come soon enough.

Kwalijk begonnen, kwalijk geslaagd. Ill begun, ill done.

L

Laat geen kind vuile reeden hooren, want kleine potten hebben groote ooren. Of listening children have your fears, for little pitchers have great ears.

Lang vasten is geen brood sparen. Long fasting is no bread sparing.

Langzamerhand volbouwt de vogel zijn nest. By slow degrees the bird builds his nest.

Ledige vaten brommen het meest. Empty vessels make the most sound.

Ledigheid is hongers moeder, en van diefte volle broeder. Idleness is hunger’s mother, and of theft it is full brother.

Leent uwen vriend en maant uwen vijand. Your friend lends and your enemy asks payment.

Leer van geleerden: gy moet de ongeleerden leeren, dus zal de wetenschap der dingen zich vermeeren. Learn thou of learned men, th’ unlearned of thee; for thus must knowledge propagated be.

Ligt gekomen, ligt gegaan. Lightly come, lightly gone.

Ligt gewin maakt zware beurzen. Light gains make a heavy purse.

Loon verzoet den arbeid. Reward sweetens labour.

Luiheid is de aanvang van alle ondeugd. Sloth is the beginning of vice.

Lust maakt den arbeid ligt. Love makes labour light.

M

Maai liever twee dagen te vroeg dan een dag te laat. Better reap two days too soon than one too late.

Magere luizen bijten het hardst. Starved lice bite the hardest.

Magere vlooijen bijten scherp. Hungry flies bite sore.

Meer geluk dan wijsheid. More luck than wit.

Meet driemaal eer gij eens snijd. Measure thrice before you cut once.

Men dempt den put als het kalf verdronken is. When the calf is drowned they cover the well.

Menigeen zoekt goede nachten, en verliest goede dagen. Many seek good nights and lose good days.

Men kan beter van eene boerin eene juffrouw maken dan van eene juffrouw eene boerin. It is easier to make a lady of a peasant-girl than a peasant-girl of a lady.

Men kan een ezel tegen zijn wil niet doen drinken. There’s no making a donkey drink against his will.

Men kan geen loopend paard beslaan. One can’t shoe a running horse.

Men kan ligt een stok vinden, als men den hond wil slaan. It is easy to find a stick to beat a dog.

Men kan van een varkensoor geene fluweelen beurs maken. There’s no making a silk purse of a sow’s ear.

Men kent een man niet eer voor dat hij komt tot eer. A man is not known till he cometh to honour.

Men komt niet lagchende in den Hemel. Men go not laughing to heaven.

Men moet alle zijne eijeren niet in ééne mand doen. Put not all your eggs into one basket.

Men moet de huid niet willen verdeelen voor dat de beer dood is. Don’t sell the bearskin before the bear is dead.

Men moet de koe wel melken, maar de spenen niet aftrekken. Milk the cow, but don’t pull off the udder.

Men moet den Keizer geven het geen des Keizers is. Render unto Cæsar the things that are Cæsar’s.

Men moet leven en laten leven. Live, and let live.

Men moet de ploeg niet voor de paarden spannen. Don’t yoke the plough before the horses.

Men moet de schapen scheren, maar niet villen. Shear the sheep, but don’t flay them.

Men moet de steel de bijl niet na werpen. Don’t throw the handle after the bill.

Men moet eten, al waren alle boomen galgen. A man must eat, though every tree were a gallows.

Men moet zeilen terwijl de wind dient. Men must sail while the wind serveth.

Men moet zomwijl de duivel een kaars ontsteeken. One must sometimes hold a candle to the devil.

Men plukt de gans, zoo lang zij vederen heeft. Geese are plucked as long as they have any feathers.

Men spreekt zoo lang van een ding, totdat het komt. What is long spoken of happens at last. (Long looked for comes at last.)

Men vangt meer vliegen met een’ lepel stroop dan met een vat azijn. More flies are caught with a spoonful of syrup than with a cask of vinegar.

Men vangt geen hazen met trommels. Hares are not caught with drums.

Men vangt het paard bij den breidel, en den man bij zijn woord. Take a horse by his bridle and a man by his word.

Met al te veel kakelens, wordt de waarheid verloren. Truth is lost with too much debating.

Met arbeyd krijgt men vuur uit den steen. By labour fire is got out of a stone.

Met de levenden begraaft men de dooden. By the living we bury the dead.

Met dieven vangt men dieven. Set a thief to catch a thief.

Met hertensvrienden mijd van twisten zelfs ’t begin: want gramschap teelt maar haat; en eendragt voed de min. Forbear a quarrel with a friend to move: anger breeds hatred; concord sweetens love.

Met ledige handen is het kwaad havikken vangen. It’s hard to catch hawks with empty hands. (With emptie hands men may no haukes lure.– Chaucer.)

Met leêge handen is kwaad te markt te gaan. It is bad marketing with empty pockets.

Met onwillige honden is kwaad hazen vangen. It is hard to catch hares with unwilling hounds.

Met tijd en stroo rijpen de mispelen. Time and straw make medlars ripe.

Metter tijt bijt de muis een kabel in stukken. In time a mouse will gnaw through a cable.

Met vallen leert men zeker gaan. By falling we learn to go safely.

Met veel slagens wordt de stok-visch murwer. Stock-fish are made tender by much beating.

Met vollen mond is ’t kwaad blazen. It is hard to blow with a full mouth.

Mostaard na den maaltijd. After meat comes mustard.

Yaş sınırı:
12+
Litres'teki yayın tarihi:
05 temmuz 2017
Hacim:
450 s. 1 illüstrasyon
Telif hakkı:
Public Domain